Zweden 2019

Zweden 2019

Zaterdag 25 mei vertrekken we rond 10:00 uur richting Zweden. In Duitsland zijn veel files door wegwerkzaamheden. In Denemarken rijdt het gelukkig wel door. Bij de eerste brug in Denemarken vragen ze vijfendertig euro tol. Het zonnetje schijnt en het uitzicht op de brug is erg mooi. De tweede brug van Kopenhagen naar Zweden kost zelfs drieënvijftig euro en we zijn ietwat verbaasd over deze hoge kosten. We komen bij Malmö binnen en rijden richting Snärestad waar we een overnachting geboekt hebben.

Hier kunnen we tot 21:00 uur inchecken, ik stuur de eigenaresse dus snel een berichtje om haar te laten weten dat we een kwartiertje later zijn. Het is een klein dorpje met maar een paar huizen, het is er heerlijk rustig. In de tuin van Barrit staat een wit tuinhuisje dat voor ons bedoelt is. De ruimte is ingericht met een bed, zithoekje, eethoek en heeft een grote nieuwe keuken. Het ziet er leuk uit, maar direct valt (weer) de muffe geur op. De douchecabine zit daarnaast vol kalkaanslag en schimmel, we zetten snel het raampje open om te ventileren. Buiten is een gezellig zitje onder een druivenstruik waar je uitzicht hebt over een grote tuin.

De eigenaresse geeft na de rondleiding aan dat ze nu echt naar bed gaat. Wij zetten onze spullen in het tuinhuisje en gaan op zoek naar eten. In het centrum van Ystad vinden we een Burger King. Op de parkeerplaats verzamelen zich jongeren, waarschijnlijk is er niet veel anders te doen op zaterdagavond?

Er staan drie jongens gekreukelde donkere raamfolie op de auto te plakken. Het verbaast mij dat ze het er überhaupt netjes op krijgen, aangezien het ons een tijdje geleden niet wilde lukken. Daarnaast beplakken ze de voorste zijramen en dat is in Nederland niet toegestaan. Nieuwsgierig besluit ik te vragen of dit in Zweden wel mag, maar dat blijkt niet het geval te zijn. De jongens zijn net aangehouden en moesten de folie verwijderen, vandaar dat alles nu verkreukt is. Vrolijk plakken ze het nu weer terug en roepen lachend ‘fuck the police’. Het scheelt dat de politie er blijkbaar geen bekeuring voor uitschrijft.

Zondag 26 mei worden we vroeg wakker door het licht dat door de gordijnen schijnt. Ik ben ook misselijk van de vieze geur; het zit ook in het matras. Het regent buiten en in het huisje is het inmiddels koud geworden. Ondanks de waarschuwing heb ik gisteravond toch op alle knopjes van de airconditioner gedrukt en ik krijg deze nu niet meer op verwarmstand. Gefrustreerd proberen we alle knopjes uit, maar uiteindelijk besluit ik toch Barrit om hulp te vragen. De oudere dame komt direct naar het huisje en maakt het gelukkig weer in orde. We besluiten het lekker rustig aan te doen vandaag; we ontbijten, kletsen wat en besteden veel tijd aan het douchen.

Rond het middaguur vertrekken we naar Malmö om te gaan winkelen. Niet alle winkels zijn op zondag geopend, alleen een aantal grote warenhuizen. Door de harde wind is het best koud vandaag en ik ga dus op zoek naar een warme sjaal.

In de meeste winkels hangt echter de zomercollectie en zijn er dus geen winterartikelen meer te vinden. Net als ik de hoop bijna heb opgegeven zie ik ineens een rek met grote pluizige sjaals. Ik ben uiteraard helemaal blij tot ik op het prijskaartje honderdvijftig euro zie staan. Na lang zoeken vinden we uiteindelijk ook nog een rek met betaalbare exemplaren en voor twintig euro ben ik de trotste bezitter van een heerlijke warme sjaal. De kassiere merkt dat we uit Nederland komen en doet een poging om in onze taal te praten. Het blijkt helaas Duits te zijn, maar omdat we dat ook verstaan laten we haar vriendelijk in de waan.

Het centrum is modern met hier een daar een oud en imposant gebouw. In een grote kerk is een koor aan het zingen, ze klinken als engeltjes en ik word er zowaar emotioneel van. We eten een pittige hotdog op een terras en doen boodschappen. Vanavond eten we salade met stokbrood en Franse kazen. Het lijkt ons een goed plan om het voorbeeld van Barrit te volgen en dus vroeg naar bed te gaan, misschien kunnen we wat slaap inhalen.

Maandag 27 mei gaan onze doppen helaas om 04:00 uur alweer open. We zitten op het terras in het zonnetje als ook de kippetjes nieuwsgierig komen kijken. Ze zien er heel grappig uit met een grote ‘verenpoef’ op de rug, het lijkt een beetje op de bol-kapsels uit de jaren negentig. Na het ontbijt vertrekken we naar de volgende locatie en we zijn inmiddels blij dat we het stinkhokje kunnen verlaten.

Via de navigatie geven we een route langs de kust in, maar helaas blijkt er vanaf de weg toch geen water te zien te zijn. Als we even een afslag nemen komen we wel bij de zee uit. Er zijn geen zandstranden, de kustlijn bestaat uit grote rotsblokken. Er is een openstaande bunker waar we een kijkje nemen, maar ook hier stinkt het. De kleine jachthaven is wel leuk en daar kijken we dus even rond. Zweden blijkt een prachtig land te zijn om in rond te rijden. De wegen zijn rustig, het is er erg groen en aan weerskanten van de weg staan mooie naaldbomen.

In Torup aangekomen zien we op het erf een groot geel huis, een klein huisje in de typische Zweedse rode kleur en twee grote schuren. De eigenaresse is niet aanwezig, maar via het sleutelkluisje kunnen we onszelf binnenlaten. Het huisje is klein en heeft een grappige ouderwetse inrichting; we zijn dan ook bang dat we oma nog ergens in de kast zullen vinden. In de keuken staat zelfs een antieke kookplaat met oven. Het is dan wel gedateerd, maar het is schoon en alles wat je nodig hebt is aanwezig. Vanaf het raam hebben we een prachtig uitzicht en aan het einde van de dag lopen er zelfs hertjes rond.

Het is altijd leuk om de spelletjes te spelen die er in het huisje aanwezig zijn, deze keer spelen we dus een potje ‘Vier op een rij’ en ‘Yathzee’. In de supermarkt merken we wederom dat het hier inderdaad een stukje prijziger is dan in Nederland. Ik kook een flinke pan nasi voor twee dagen. Als Stefan de afwas doet ontdek ik ineens een doos met domino stenen. Zoet zit ik achter de bank en maak een mooie slinger van de plastic steentjes. De eer is aan Stefan om het eerste steentje een duwtje te geven, uiteraard valt alles netjes om. Ik kan me niet meer voorstellen dat ik hier vroeger dagen mee kon spelen.

In de avond kijken we naar Engelstalige programma’s op tv onder het genot van een zakje chips. We zitten zo gezellig dat we, ondanks de vermoeidheid, toch weer te laat naar bed gaan.

Helaas worden we dinsdag 28 mei weer heel erg vroeg wakker. Het wordt in deze periode niet echt donker in dit land, een paar uurtjes per nacht schemert het alleen. Wij zijn gewend dat de slaapkamer altijd lekker donker is, dus ik ga aan de slag met kussenslopen om het gordijn wat meer licht-proof te maken. Voor we gaan douchen spoelen we de leidingen even door om legionella te voorkomen, maar helaas spoelen we daarmee de gehele voorraad aan warmwater door het putje heen. Er zit dus niets anders op dan een koude douche te nemen. Dat is helemaal niet mijn ding, maar daarna zijn we wel goed wakker.

We rijden naar Halmstad en in de parkeergarage vergeten we bijna ons parkeerkaartje mee te nemen. Zonder de code die op de kaart staat kun je echter de parkeergarage niet meer in. De winkelstraat is een beetje te vergelijken met Arnhem, maar dan wel een stuk rustiger. Als we dan eindelijk een pinautomaat hebben gevonden accepteert hij wel onze betaalpas, maar kunnen we geen geld pinnen. We hebben geen idee wat er aan de hand is, maar gelukkig kun je in alle winkels gewoon pinnen.

Bij een supermarkt halen we belegde broodjes met rode bietensalade en gehaktballetjes. In de buurt is een gezellig plein waar veel mensen rondhangen, daar eten we de broodjes terwijl brutale vogels toekijken. Stefan probeert om een kraai uit zijn handen te laten eten, maar dat heeft tijd nodig. Uiteindelijk weet hij toch het vertrouwen van het diertje te winnen en pikt hij snel het stukje brood uit zijn handen.

Terug bij het huisje gaan we lekker even in het zonnetje voor het huis zitten met een bakje thee. Dan komt de vriendelijke eigenaresse aanrijden en stelt zich voor. Ze vertelt dat ze zelf ergens anders woont, het gele huis blijkt van haar ouders te zijn geweest en destijds woonde oma dus in het kleine huisje. Achter het erf is ook nog een klein bos met een beek aanwezig. Na het eten trekken we onze wandelschoenen aan en gaan een kijkje nemen. Het blijkt een prachtig groot bos te zijn met naaldbomen, mooie mosvloeren en open grasvelden. Ik ben zeer onder de indruk dat iemand zo’n mooi huis, erf en bos bezit, maar er dus zelf helemaal geen gebruik van maakt.

Het pad lijkt een aantal maal op te houden, maar toch banen we ons een weg door de bosjes en struiken. We horen de beek namelijk wel, maar kunnen deze nog niet zien. Uiteindelijk komen we bij een grote rotsblok waarvan we een prachtig zicht hebben over de beek. De beek heeft vertakkingen en stroomversnellingen die diep het bos in gaan.

We gaan deze keer wel op tijd naar bed, maar al snel verstoor ik de rust met een enorm snurkconcert. Stefan gaat even naar het toilet, maar zelfs hiervan word ik niet wakker. Hij besluit dus maar op de bank te gaan liggen, maar zelfs daar ben ik te horen. Waarschijnlijk heeft het bos zo’n indruk gemaakt dat ik in mijn slaap wat bomen aan het kappen ben voor de openhaard. Stefan plugt een paar oordoppen in en kan dan toch nog een beetje slapen.

Woensdagochtend 29 mei zijn we gebroken, het slaapgebrek begint nu toch wel op te breken. In de ochtend pakken we de boel in en vertrekken richting onze eerste gratis Stugan. In Zweden staan op verschillende plaatsen in het bos houten huisjes, waar je als wandelaar gratis een nachtje mag slapen. De huisjes lijken echter een goed bewaard geheim want op internet is er weinig over te vinden. Vandaar dat we een Zweeds boek hebben bestelt om zo de locaties van de Stugans te achterhalen.

Het was nog een behoorlijke klus om het boek naar het Nederlands te vertalen en zelfs nu hebben we nog geen duidelijk adres. Het enige wat het boek geeft is een beknopte omschrijving waar de parkeerplaats ongeveer te vinden is en hoelang het dan nog lopen naar de Stugan is. Het is dus onduidelijk of het ter plaatsen wel wordt aangegeven, maar we hebben zin in dit avontuur. In het totaal hebben we zes huisjes uitgezocht, maar of het ook echt gaat lukken is nog maar de vraag…

In Hattefjalls brengt de navigatie ons bij een oude woning en we weten niet waar we verder naar toe moeten gaan. Ik besluit het erf op te lopen en de bewoners hulp te vragen. Halverwege het pad bedenk ik me ineens dat er misschien wel waakhonden op het erf lopen en snel roep ik Stefan erbij. Samen lopen we verder, het is een bende op het erf en overal ligt rommel. Het lijkt alsof de schuur ook bewoonbaar is en brutaal klop ik op de deuren. Het blijkt echter uitgestorven. Dan lopen we richting het grote huis dat er erg vervallen uitziet, er missen zelfs enkele ruiten.

Een beetje gespannen klop ik hard op de voordeur en direct horen we geluiden achter de deur. We hebben geen idee wie de deur open gaat doen en wat zijn/haar reactie zal zijn. Het blijkt echter een schattig oud vrouwtje te zijn, ze loopt met ons mee naar de weg en wijst een weggetje aan. Daar aangekomen zien we een bord dat het verboden is om in te rijden, maar waar is die parkeerplaats dan?

Eigenwijs rijden we toch het weggetje in op zoek naar een plek om de auto te parkeren. Een eindje verder is inderdaad een parkeerplaats aanwezig en er staat ook al een auto. Dat is vast geen goed teken, misschien is de gratis Stugan dus al bezet? Er is echter nergens een pad te vinden, het is dus onduidelijk waar de Stugan staat en waar de eigenaren van de auto gebleven zijn. We besluiten nog een stukje verder over het bospad te rijden in de hoop meer duidelijkheid te krijgen. Aan het eind van het pad zien we een klein caravan-achtig-wagentje staan. We kijken elkaar verbaast aan, dit zal toch niet de Stugan zijn?

Ik loop er naar toe, maar de deur blijkt op slot te zijn. We lopen nog wat rond, maar hebben werkelijk geen idee waar het zou kunnen zijn. Dan zie ik aan de achterzijde van het caravannetje ineens nog een deur. Ik trek aan de klink en schrik me rot als de deur ineens open gaat. Geschrokken sprint ik weg omdat ik eigenlijk helemaal niet binnen durf te kijken. Stefan doet de deur open en er blijkt gelukkig niemand aanwezig te zijn. Er staan twee frames die ooit voor bankjes zijn doorgegaan, er staat een oliekachel en er liggen lege bierblikjes op de vloer. Dit kan dus onmogelijk het driepersoon huisje zijn dat wij zoeken.

Stefan geeft aan dat hij in een zijpad auto’s heeft zien staan en we besluiten daarheen te rijden. Dan komen we bij een houten huisje aan, buiten brandt een kampvuurtje en er staan inderdaad twee auto’s geparkeerd. We denken nu dus eindelijk de Stugan gevonden te hebben, maar helaas is deze al bezet. We stappen uit om dit voor de zekerheid toch even na te vragen. De mannen zijn echter in het huisje aan het verbouwen en ze vertellen dat het vorig jaar is afgebrand. Blijkbaar hebben gasten het vuur gewoon laten branden en is het door een vonkje flink misgegaan. Vanavond komen er wel schoolkinderen in tenten kamperen en als we de herrie niet erg vinden mogen we best blijven. Dat lijkt ons echter geen goed plan, we bedanken de heren voor het aanbod en vertrekken dus weer.

Terug aan het begin van het bospad besluiten we eerst iets te eten. We trekken een blik koude knakworsten open en eten dit met droog brood. Als je honger hebt is alles lekker! Ondertussen zoeken we op internet naar een overnachting voor vanavond. We krijgen gelukkig snel een reactie en een uurtje later zijn we bij de Airbnb. De eigenaresse is niet aanwezig en via een sleutelkluisje kunnen we zelf de woning in. Het huisje ligt op een prachtige plek en heeft een gigantisch uitzicht over landerijen. Helaas staat er een harde koude wind waardoor we niet buiten kunnen zitten.

We warmen een blik kippensoep op, maar ondanks dat er ‘maaltijdsoep’ op de verpakking staat vult het totaal niet. Ik kijk in de koelkast en zie allerlei voedingsmiddelen en flessen wijn liggen. In de vriezer valt mijn oog op grote hompen vlees en ondeugend besluit ik een stuk uit de vriezer te halen. Normaal mag je ook alles gebruiken wat je in een huisje vindt, maar ik denk dat het hier eigenlijk niet de bedoeling is. Stefan twijfelt, maar kan het uiteindelijk toch ook niet weerstaan. Het duurt echter een eeuwigheid voordat die homp ontdooit, dus halverwege gooi ik ‘m toch maar in de pan. In de kast vind ik ook nog heerlijke knoflook- en chilikruiden. Het eindresultaat is een heerlijk mals medium-raw biefstukje zoals je in een goed restaurant krijgt.

Na het eten slingeren we de bleu-tooth-set aan en luisteren muziek. Het huisje is zo afgelegen dat ik de muziek even heel hard zet. Ik dans en spring door de woning zonder dat iemand me verder kan horen of zien. Het lijkt me heerlijk om op zo’n geweldige plek te wonen. De rest van de avond liggen we op de bank een boekje te lezen. Er komt ook nog een hert de tuin inlopen, hij kijkt ons wel aan, maar komt toch heel erg dichtbij.

De woning heeft twee slaapkamers en we besluiten om allebei een eigen slaapkamer te nemen. Hopelijk krijgen we, door apart te liggen, nu eindelijk een nachtje onze welverdiende rust.

Donderdag 30 mei hebben we redelijk goed geslapen en voelen ons dan ook iets beter dan de voorgaande dagen. Het plan is om vandaag naar de volgende Stugan te gaan zoeken. Het regent echter heel erg hard en de voorspellingen zijn slecht. Na lang twijfelen besluiten we het toch niet te doen, ik voel er namelijk niets voor om de hele dag koud en nat door de bossen te lopen. Daarnaast weten we natuurlijk ook niet of we de Stugan überhaupt kunnen vinden en of deze dan wel of niet bezet is.

Op Airbnb zien we een goedkoop klein huisje van Nederlandse mensen, we besluiten daarheen te gaan. In het dorp Amal eten we eerst in een restaurantje een heerlijk pizza. De huiseigenaren zijn stijve, ietwat onvriendelijke mensen en de woning is ongezellig en steenkoud. We slingeren direct de kleine radiator aan, maar dat helpt helaas niet. Het regent nog steeds dus we besluiten om ‘Mens erger je niet’ te gaan spelen. Ik sla een dekbed om me heen omdat het er heel erg koud blijft.

Dan krijgen we een berichtje van Yvette; zij en haar man hebben zaterdag tijd om ons te ontvangen. Ik ken Yvette inmiddels al meer dan vijftien jaar, maar alleen van internet. Zij stuurde mij destijds een berichtje omdat we van hetzelfde bouwjaar zijn, allerlei fan waren van Bon Jovi en ook nog eens een profielfoto met een petje hadden. Het is heel erg grappig dat we elkaar nu dus voor het eerst gaan ontmoeten. Ze biedt ons ook een slaapplaats aan in haar woning, maar aangezien we niet weten of het klikt vind ik dat een beetje spannend. We slaan het lieve aanbod af en zoeken voor zaterdag dus een Airbnb in de buurt van Uppsala.

De volgende ochtend vrijdag 31 mei schijnt het zonnetje heerlijk en we vertrekken snel uit dit saaie huisje. In Visnums Kil vinden we al snel een bordje dat naar de gratis Stugan verwijst. Als het bospad ophoudt zien we het huisje in de verte staan, het is nog maar 700 meter lopen.

De Stugan ligt op een prachtige plek in het bos, met een heel ruim uitzicht. Buiten staat een toilethokje. Binnen is het standaard, maar zeker wel netjes. Er is een ruimte met lange tafels en een openhaard. In de simpele keuken is een stoof aanwezig. Dan is er nog een slaapkamer met twee stapelbedden. Tot onze verbazing zijn er alleen geen matrassen aanwezig. Dat is toch wel een probleempje; we moeten dus met onze slaapzak op een houten plank slapen. Ik leg uit pure wanhoop alle vloerkleden op het bed, maar zelfs dan is het niet te doen. Wat moeten we nu; misschien gewoon in het huisje blijven en vannacht in de auto gaan liggen?

Na lang twijfelen besluiten we toch dat het beter is om maar weer naar een Airbnb te gaan. In de buurt kunnen we echter niets vinden en daarom stuur ik de verhuurster in Uppsala het verzoek of we een nacht eerder kunnen komen. Dan hoeven we morgen niet eerst drie uur te reizen en kunnen we dus eerder en meer uitgerust met Yvette afspreken. Al snel krijgen we een berichtje terug dat de huidige huurster een dag eerder is vertrokken, we zijn dus welkom. De betaling blijkt nu alleen lastig te zijn, maar ze geeft aan dat dit wel goed komt.

Drie uur later komen we bij het appartement in Uppsala aan. Direct als we uit de auto stappen horen we drumgeluiden uit het gebouw komen. In het appartement is het helemaal niet te doen, de vloer en muren staan gewoon te trillen. Ik ben niet blij want de dag is al bijna voorbij en we zijn doodmoe van het reizen. De verhuurster lijkt erg verrast dat wij het geluid niet op prijs kunnen stellen en zegt dat hij elke dag tot uiterlijk 19:00 uur drumt. Wij zijn inmiddels radeloos en zijn blij als ze aangeeft met de buurman te overleggen. De drummer belooft dat hij dit weekend niet zal spelen als wij ook in het huisje aanwezig zijn.

We zijn blij dat het probleem is opgelost en de appartement ziet er verder leuk en netjes uit. In de badkamer staat een wasmachine en we gooien onze vuile kleding er direct in. We nemen een frisse douche en maken rode kool met hachee. De volgende verrassing dient zich aan als de was klaar is; de deur gaat niet meer open. We proberen van alles, maar zonder resultaat. Uiteindelijk stuur ik de verhuurster een bericht en zij belooft haar man onze kant op te sturen.

Haar man kijkt echter naar de machine alsof het de eerste keer is dat hij een wasmachine ziet. Ik heb er een hard hoofd in, terwijl ik hem alle knopjes van de wasmachine uitleg. Hij belt daarna zijn vader en trekt de stekker uit het stopcontact, maar dat mag ook niet baten. Ik zet de machine vervolgens voor een derde maal op centrifugeer-stand zodat hij kan zien dat het lampje wel uitgaat en de deur ook netjes een klikgeluid maakt. Dan weet hij het ook niet meer en zegt dat we het over een uurtje nog maar een keer moeten proberen. Als het niet lukt moeten we hem morgenvroeg nog maar een berichtje sturen.

Dat is natuurlijk lekker makkelijk, maar ik laat de natte was niet een hele nacht in de machine liggen. Ik zie een metalen pin achter het handvat en probeer er met een mes beweging in het krijgen. Dan komt Stefan met zijn multi-tool aanzetten en een paar seconden later is de deur ineens open. Hij is dus de held van vandaag. De was is door het centrifugeren ook al bijna droog. In bed horen we de televisie van de buurman, maar met oordoppen in vallen we gelukkig toch als een blok in slaap.

Zaterdag 1 juni zijn we vroeg klaar en sturen Yvette een berichtje. We spreken een uurtje later af in Uppsala. Eerst bekijk ik samen met Stefan de kerk en eten we in het restaurantje er naast een stuk kleffe magnetron quiche. Dan lopen we terug naar de parkeerplaats en zien Yvette al aankomen, we omhelzen elkaar en er is direct een klik. We kletsen gezellig en ook de mannen kunnen het goed met elkaar vinden.

Ze nemen ons mee naar een kasteel en betalen onze entree. In het kasteel kun je zien hoe de mensen vroeger leefden; Yvette en Andreas doen hun best om goede gidsen te zijn. Als het begint te regenen besluiten we in een restaurant koffie te drinken en wederom mogen wij niet betalen. Het was eigenlijk de bedoeling dat we naar Viking Hills gingen, maar omdat het weer zo slecht is besluiten we naar hun woning te gaan.

Eerst doen we nog even boodschappen voor het avondeten. Voor we van de parkeerplaats wegrijden besluit ik snel nog even terug het winkelcentrum in te gaan voor een bosje bloemen. Dat is toch wel het minste wat we terug kunnen doen. De bossen bloemen zien er echter niet uit, maar zijn wel erg duur. Inmiddels word ik door Yvette gebeld omdat zij geen idee hebben waar wij ineens gebleven zijn. Snel loop ik met een bosje bloemen naar de kassa en ren daarna door het winkelcentrum terug naar de auto waar Stefan zit te wachten.

Yvette en Andreas wonen net buiten Uppsala in een vrijstaand houten huis in een rustig straatje. Ze hebben een ruime woonkamer, grote keuken en aan de achterzijde kijken ze uit op een bos. Ze stellen de kinderen voor en gaan dan het eten bereiden. Op ons verzoek koken ze een Zweedse maaltijd; een stukje BBQ-vlees met champignonsaus en rode bessen, kleine gekookte aardappeltjes en salade. Na het eten blijkt Andreas al de hele dag na te denken over op wie hij Stefan vindt lijken, dan schiet het hem ineens te binnen en het blijkt de lichtere uitvoering van Cuba Gooding jr. te zijn. De rest van de avond zitten we gezellig aan de keukentafel te kletsen en de tijd vliegt voorbij. Het was een zeer leuke ontmoeting en wij hopen hun volgend jaar te kunnen verwelkomen.

Na slechts een paar uurtjes slaap vertrekken we zondag 2 juni brak richting Stockholm. Het wordt vandaag een warme dag. Onderweg zoeken we online naar een appartement net buiten het centrum, maar dan wel dicht bij een metrostation. De eigenaresse reageert pas als we er al bijna zijn, bij haar woning blijkt het helaas ook betaalt parkeren te zijn. We beslissen om dan maar door te rijden naar Stockholm en daar een hotel te zoeken.

In Stockholm is het een drukte van belang en de navigatie stuurt ons alle kanten op behalve de goede. Na een tijdje worden we er behoorlijk geïrriteerd van en hebben steeds minder zin in deze plek. Helaas moeten we wel opblaasbedjes hebben, aangezien de kans groot is dat er in geen enkele Stugan matrassen aanwezig zullen zijn.

In het oude centrum vinden we geen parkeergarage en ook zien we hier geen winkels. We besluiten het op te geven, maar dan komen we ineens toch een parkeergarage tegen. Tot onze verbazing is het er heel erg leeg. We komen in een drukke winkelstad terecht en zien aan de overkant van de straat een outdoorwinkel. Een kwartier later staan we weer buiten met twee matjes en hebben geen zin om nog verder te winkelen. Wat als we Stockholm gewoon laten voor wat het is en op zoek gaan naar rust bij de volgende Stugan?

Veertig minuten later zijn we dus weer bij de auto terug en de automaat vraagt vrolijk om tien euro parkeergeld. Onderweg stoppen we bij een Burger King en zijn blij dat we weg zijn uit de drukte. Na twee uur rijden komen we in een woonwijk van Rödhallvägen aan. We vragen ons af waar de Stugan zal zijn. De buurtpreventie is goed en na een paar minuten staat er al een nieuwsgierige bewoner bij de auto. We laten hem het Zweedse boek lezen en tot onze verbazing vertelt hij dat we in de verkeerde plaats zijn. De juiste plaats ligt net boven Uppsala. Dan zakt de sfeer ver onder het vriespunt, wat moeten we nu?

We schrijven snel naar drie Airbnb-verhuurders en wachten in de auto op antwoord. De eerste die reageert heeft een tuinhuisje met slaapbank in de aanbieding. We hebben geen keuze ondanks dat hij voor deze locatie zestig euro per nacht vraagt. Opnieuw moeten we een uur rijden en zoals verwacht stelt het onderkomen niet veel voor. We nemen niet eens de moeite om de slaapbank uit te klappen en op te maken. Ik ga met mijn slaapzak op de ingeklapte slaapbank liggen en Stefan legt een luchtbedje op de grond. We maken een blik tomatensoep warm en gaan nog even op de veranda zitten. Dit is echter ook geen goed plan want er vliegt een enorme muggenplaag rond. Het is niet helemaal onze dag vandaag…

Maandag 3 juni worden we uiteraard weer vroeg wakker. We besluiten ons boeltje te pakken en snel te vertrekken. Eigenlijk zouden we deze vakantie zes keer overnachten in een gratis Stugan, maar we beginnen ons onderhand af te vragen of het überhaupt nog gaat lukken. De vermoeidheid begint ook echt toe te slaan en daarom beslissen we de planning om te gooien. We boeken een leuk huisje voor de komende twee nachten. Op internet ziet de locatie er super uit, dus we hopen dat dit in het echt ook zo is.

Aangezien we hier pas aan eind van de dag kunnen inchecken rijden we eerst naar Linkoping. Hier is een openluchtmuseum met oude gebouwen en winkeltjes. Het is grappig om te zien hoe vroeger een bankgebouw eruit zag en beveiligt was. We kopen ouderwetse zuurtjes in een schattig snoepwinkeltje. Rond lunchtijd gaan we naar een klein restaurantje, maar behalve zoetigheid hebben ze niet veel. We kopen dus maar twee kleine broodjes met kaas. Op het terras zien we tot onze verbazing dat het alleen de onderkant van een zacht bolletje is. Ik vraag me serieus af waar de bovenkant van onze broodjes gebleven zijn; welk restaurant verkoopt nou halve broodjes?

Na de boodschappen vertrekken we richting de Airbnb in Kisa. Het blijkt een prachtig huisje te zijn, direct aan een meer. De verhuurder is een hele aardige en vrolijke man en woont een paar meter verderop. Direct vraag ik hem of we eventueel nog een nacht kunnen bijboeken en hij zegt geamuseerd dat we eerst maar eens moeten kijken of de plek bevalt. Hij krijgt zaterdag nieuwe gasten en moet het gazon voor die tijd in orde maken, maar een nachtje langer blijven is voor hem geen probleem. Zodra de man vertrekt ga ik naar de slaapkamer en probeer ik met een deken en tafelkleed het raam licht-proof te maken.

We maken pasta met zalm en besluiten dat we graag nog een dagje langer willen blijven. Ik probeer dit te boeken, maar van Airnbn moet ik minimaal twee nachten boeken. We sturen de verhuurder dus een berichtje. Hij moet hiervoor wat aanpassingen doen op de site, waarna we inderdaad een nacht kunnen bijboeken. Helemaal happy met de komende rustdagen vallen we in een diepe slaap.

We hebben dinsdag 4 juni dan misschien niet lang geslapen, maar we hebben wel goed geslapen. We ontbijten rustig en luisteren de ochtend naar reggae muziek. In een boekje op tafel staan wat ambachtelijke winkeltjes in de buurt beschreven en we besluiten daar een kijkje te nemen. Het eerste plaatsje is Väla en in het zelfbedieningswinkeltje van een boerderij kun je Kalvdans kopen. Dit is een Zweedse biestpudding en smaakt een beetje naar Crème brûlée, maar dan zonder het suikerlaagje. Het is grappig om zelf een verpakking uit de koeling te pakken, in een schriftje te schrijven wat je genomen hebt en het geld in een potje te stoppen. We eten de pudding buiten op een bankje op het erf op.

Dan rijden we naar Björkfors, een klein dorpje aan een groot meer. Op de tweede boerderij die we bezoeken verkopen ze vers hertenvlees. Eenmaal op het erf durven we de auto niet uit omdat er twee grote honden lopen. Verder is er niemand aanwezig en er is ook geen winkeltje te vinden. Op de veranda van het huis, naast het erf, zit een oudere man de krant te lezen. We rijden bijna zijn tuin in, hij kijkt een keer op, maar hij komt niet naar ons toe. Wij blijven even wachten, maar de man doet net of hij ons niet in de gaten heeft. Uit de autoraam schreeuw ik een keer Hej (= hallo) en Stefan drukt op de toeter, maar de man heeft er blijkbaar geen zin in vandaag. Na tien minuten rijden we dus maar weer van het erf af.

We besluiten richting het dorpje Hycklinge te gaan waar ook een boerderij hertenvlees verkoopt. We komen eind van de dag aan en de winkel is helaas al gesloten. Ik besluit het telefoonnummer te bellen dat op de deur staat en de vrouw aan de andere kant van de lijn zegt dat we even moeten wachten. In de woning aan het einde van het erf gaat een deur open en daar komt inderdaad de boerin aangewandeld. De sleutel van het winkeltje ligt onder de deurmat en een paar minuten later staan we dan toch binnen.

Ze opent diverse vrieskisten en legt verschillende stukken vlees neer. Ze legt telkens uit welk gedeelte van het hert het is en welke delen het lekkerst zijn. Zodra ik het donkerrode vlees en de omschrijving op het zakje zie, besef ik me ineens dat we vorige week dus ook een stukje hert gegeten hebben. We rijden snel terug naar Kisa en halen onderweg nog even ingrediënten voor een salade. Helaas hebben we voor vandaag nog pasta, dus het heerlijke stuk vlees moet nog even in de koelkast wachten. De rest van de avond liggen we lui op de bank te internetten.

Woensdag 5 juni is het dertig graden en we besluiten vandaag niets te doen. In de ochtend zitten we in het zonnetje bij het meer en in de middag op ons terras voor het huisje. Daar zitten we heerlijk in de schaduw en er staat een windje waardoor het niet warm voelt. Aan het eind van de middag komt de man vragen of wij al in het meer gezwommen hebben. Hij heeft net wel een duik genomen en het water zou twintig graden zijn. We hebben echter geen zwemkleding meegenomen. Als de bewoners even later op een squad wegrijden besluiten we in ons ondergoed toch een poging te wagen.

Op de steiger sta ik al te twijfelen, maar als ik het koude water voel begint mijn hele lichaam te protesteren. Dit kan voor mijn gevoel nooit twintig graden zijn. Ik kom niet verder dan mijn bovenbenen, het is echt te koud. Stefan is iets stoerder en neemt wel een plons. Net op het moment dat hij uit het water is, komen de bewoners terug. Snel slaan we een handdoek om en lopen terug naar ons huisje.

We vinden het jammer dat we morgen alweer moeten vertrekken. Morgen zal het ook dertig graden worden en dan moeten we dus twee uur rijden en bepakt de Stugan gaan zoeken. Stefan loopt naar de verhuurder om te vragen of we nog een nachtje mogen blijven, hij twijfelt even, maar stemt uiteindelijk toe. Hierdoor moet hij dus ook weer de pagina van Airbnb aanpassen en kunnen wij daarna het extra nachtje boeken. We eten vandaag hertenvlees met salade en ook dit stukje vlees is weer net zo lekker als vorige keer.

In de ochtend van donderdag 6 juni halen we snel nog wat extra boodschappen. De rest van de dag liggen we op het terras in de schaduw. Eind van de dag komen we toch nog even in actie; we pakken de hengel uit de schuur en lopen naar het water. Het zijn werphengels met een blinkertje en je blijft de lijn dus uitgooien en binnenhalen. Ik vind het persoonlijk leuker om met een dobbertje en aas te vissen. Lekker uren lang helemaal Zen naar een dobbertje staren. Toen Stefan ineens een slang in het water zag zwemmen was ik er wel klaar mee. Morgen beginnen we helaas aan de terugreis. Zweden is een prachtig land en we hadden best een weekje langer willen blijven.

Vrijdag 7 juni vertrekken we rond 10:00 uur richting Lagan om nog even naar een Elandpark te gaan. De hele vakantie wil ik al zo’n beest zien, maar helaas is dat niet gelukt. Bij aankomst betalen we entree en krijgen een bosje takjes om ze te voeren. Het grootste mannetje heeft behoorlijk honger en snoept de takjes achter elkaar naar binnen. Telkens als we stoppen met voeren ‘geeft hij een pootje’ om aan te geven dat hij best meer lust. Ook de twee jongere elanden hebben veel trek. Ze zijn echt nog leuker dan ik dacht en ik ben op slag verliefd op die lieve koppies.

De vrouwtjes met jong verblijven in een ander verblijf. Er zit een heel ondeugend jong bij die rond rent, hij slaat daarbij gek om zich heen met zijn voorpoten. Helaas heeft hij geen oog voor ons omdat hij druk aan het spelen met twee anderen bezoekers. We lopen daarom terug naar het grote mannetje om de rest van onze takjes te geven, maar ineens is er totaal geen actie meer. We hadden al gelezen dat elanden na het eten gaan liggen om het voedsel te verteren. We hebben dus geluk gehad dat we op tijd waren.

In het winkeltje kopen we souveniertjes en in het restaurantje neemt Stefan een warme wafel met Nutella/banaan en ik een koude chocomelk met vanille-ijs. Het is allemaal erg leuk en lekker hier, maar het is nu toch echt tijd om aan de terugreis te beginnen.

In Zweden rijdt het lekker door, maar zodra we in Denemarken komen is het een drukste van jewelste. Onderweg stoppen we maar weer even bij de Burger King. Bij de tolbrug vertelt de beambte dat er een ongeluk op de brug is gebeurt en we dus voorzichtig moeten zijn, de grappenmaker zegt “I will be sad if you die”. Het ongeluk valt wel mee, er staat inderdaad een auto op de vluchtstrook. Op de vangrail zitten twee dames, onder het genot van een blikje drinken, gezellig te kletsen.

In Duitsland zijn er nog steeds veel wegwerkzaamheden en soms is de snelweg hierdoor helemaal afgesloten. Dan breekt er noodweer uit en in het donker verandert het wegdek in een spiegel. Het is lastig om de lijnen op de weg nog te zien. Stefan komt ook nog eens tot de conclusie dat een voorlamp kapot is en we geen reservelampen bij ons hebben. Hij zet de mistlampen aan zodat we in ieder geval zichtbaar zijn. Bij een pompstation verkopen ze gelukkig lampjes en dus kunnen we weer veilig op pad.

Bij Bremen is de snelweg naar Osnabrück afgesloten, de navigatie snapt er echter niets van en blijft ons eigenwijs in een loep de snelweg opsturen. Na drie keer zijn we er klaar mee en besluiten de auto ergens te parkeren en rustig uit te zoeken hoe we moeten rijden. Ondertussen wordt het later en later. We besluiten om via Oldenburg naar Nederland te rijden. De navigatie geeft inmiddels aan dat we pas om 04:00 uur thuis zijn. Het is een lange weg en we zijn dan ook erg blij als we uiteindelijk in ons eigen bedje kunnen kruipen.