Turkije 2001

Turkije 2001

Mijn vader heeft nog nooit gevlogen, maar Sander wilt volgend jaar graag met z’n drieën naar Jamaica toe gaan. Dan is het natuurlijk wel handig als mijn vader al eens een kortere vlucht heeft meegemaakt. Na een beetje rond te hebben gekeken lijkt Turkije ons een leuke bestemming voor een korte vakantie.

We vliegen op 28 augustus in een paar uurtjes naar Antalya. We komen vroeg in de ochtend bij het hotel aan. We zijn moe, maar net op het moment dat we willen gaan slapen horen we een stem over speakers galmen. In de buurt zit blijkbaar een moskee en ze beginnen al wel heel vroeg met het gebed.

Turkije is een erg mooi land; de zee heeft een prachtige blauwe kleur en de mensen zijn heel vriendelijk. Ondanks dat het erg warm is vinden we het leuk om overdag mooie wandelingen te maken. Tijdens een berg-wandeling hebben we het echter wel moeilijk. Misschien was het toch niet zo slim om op het heetste moment van de dag zo’n stijle wandeling te maken. We zien andere toeristen ook allemaal in een taxi zitten, maar wij lopen eigenwijs door. Halverwege de berg zien we ineens een waterkraan, dat voelt als een geschenk uit de hemel. We kunnen nu even drinken en we maken onze petjes nat voor een beetje verkoeling.

Af en toe gaan we ook naar het strand toe, maar het zand is bloedheet. Als je even vergeet om je slippers aan te doen maak je hele rare sprongen om je voetzolen te sparen. Het is er niet heel druk en regelmatig komt er een mannetje voorbij lopen die ijsjes verkoopt. De man denkt op een gegeven moment dat pa en ik getrouwd zijn en Sander onze zoon is, blijkbaar heb ik een hele oude kop?!

We maken ook een raft-excursie; in een rubberen boot door een wilde rivier varen. Hoe hard we ook paddelen, het water is te krachtig. De gids is een leuke en grappige vent. Hij laat ons allemaal op de punt van de boot staan en begint dan net zo lang te wiebelen tot je in het water ligt. Het water is alleen wel erg koud. Helaas kom ik met mijn pudding-armpjes ook niet meer terug in de boot. Uiteindelijk pakt de gids me bij mijn reddingsvest en trekt me met gemak de boot in. Ik ben blij dat ik uit het koude water ben, maar dan word ik ineens door alle pendels getrokken en eindig ik aan de andere kant van de boot weer in het water. Wat een rotzak! Gelukkig heb ik pa en Sander bij me en word ik door hen weer uit het water getakeld. We genieten met de hele groep van de excursie en lachen ons suf.

Ook de avonden zijn er erg gezellig. De winkels zijn lang open en de meeste terrassen hebben live muziek. De uitspraak is niet helemaal geweldig, maar dat mag de pret niet drukken. Wij zingen ook vrolijk mee en drinken een paar drankjes. Het personeel is wederom erg grappig en ze halen telkens geintjes met je uit. Ze doen net of ze je fototoestel laten vallen of je met ketchup onderspuiten. Hoe harder jij schrikt, des te leuker zij het vinden. Het is hier echt super gezellig.

Pa moet wel een beetje aan het ‘vreemde eten’ wennen en als ik hem een flinke lepel mini augurken zie nemen waarschuw ik hem toch maar even dat de smaak anders kan zijn dan hij verwacht. Hij stopt er eentje in zijn mond en het is duidelijk te zien dat de zout/zure smaak geen goede uitwerking op zijn gezichtsspieren heeft. Ook qua geld is het soms een beetje een gestuntel, maar gelukkig hebben we een eerlijk taxichauffeur als papa ineens een rijkman van hem probeert te maken.

De week is echt voorbij gevlogen en we hebben het reuze naar onze zin gehad. We moeten nu helaas weer terug naar huis, maar het is zeker voor herhaling vatbaar.