Kopenhagen 2008

Kopenhagen 2008

Vroeg in de ochtend van vrijdag 29 februari vertrekken Annet en ik naar Denemarken. Het is ongeveer negen uur rijden. Bij hotel Copenhagen krijgen we een klein kamertje met een gedeelde toilet en douche op de gang. Het is niet veel bijzonders, maar voor een paar nachten redden we ons hier wel. We wandelen een beetje door de stad en eten ergens een hapje.

De volgende ochtend, zaterdag 1 maart, vinden we een bakkertje bij ons om de hoek. We nemen de mier-zoete broodjes mee terug naar de hotelkamer. Daarna lopen we richting het centrum om even te winkelen. Er zijn veel winkels, maar de prijzen zijn veel hoger dan bij ons. Het is verder erg koud, druilerig en winderig. We duiken daarom regelmatig een tentje in om een kopje warme chocolademelk met Malibu te drinken. Uiteraard bezoeken we ook Nyhavn. Er zijn overal veel restaurantjes te vinden en het eten is er goed. Het avondleven is alleen niet heel geweldig, het is overal uitgestorven.

Zondag 2 maart bekijken we nog een groot deel van de stad en we bezoeken dan ook Den Lille Havfrue (de kleine zeemeermin). Ondanks het slechte weer vermaken we ons prima in deze stad, er is genoeg te zien. Als we ’s avonds richting het hotel lopen zien we ineens een cafeetje waar wel mensen aanwezig zijn. We besluiten naar binnen te gaan om te kijken of het er gezellig is. Het blijkt een stamcafé te zijn met hele vreemde types. We bestellen een biertje en worden hartelijk ontvangen. Al snel maken we hier en daar een dansje en spelen we een soort van pool.

Dan krijgen we ineens een Irish Coffee aangeboden, maar we lusten allebei helemaal geen koffie. We willen uiteraard niet onbeleefd zijn en roepen dus braaf ‘skol’ tegen de gulle gever. Het is nog een hele opgave om het goedje naar binnen te werken. Bij iedere slok krijg ik spontaan kippenvel over mijn hele lijf. Uiteindelijk slaan we dan toch de laatste slok achterover en we voelen een soort van opluchting omdat we deze klus dan toch geklaard hebben.

Plotseling komt er weer iemand naar ons tafeltje lopen en op zijn dienblad staan twee nieuwe Irish Coffees. We kijken elkaar vol ongeloof aan en schieten natuurlijk in de lach. Het zou wederom niet netjes zijn om ze te weigeren, dus zit er niets anders op dan ze op te drinken. Ik merk dat ik inmiddels bij iedere slok kokhalsneigingen begin te krijgen. Dit gaat ons uiteraard niet nog een keer gebeuren; nog voor de glazen leeg zijn beginnen we onze jassen al aan te trekken. De laatste slok drinken we staand op en we beginnen driftig ‘daag’ te zwaaien.

Buiten liggen we dubbel van het lachen en waarschijnlijk ook door alle whiskey. We lopen terug naar ons hotel, maar we kunnen allebei niet slapen. Na een tijdje beginnen we dus maar weer te kletsen. Waarschijnlijk staan we gewoon stijf van de cafeïne? Tot diep in de nacht is het lachen, gieren en brullen. We gaan soms ook het bed maar weer uit om buiten in de storm een sigaretje te roken.

Op maandag 3 maart vertrekken we aan het eind van de ochtend richting Nederland. We nemen nu de boot terug. Het is echter heel erg druk op de wegen en we staan letterlijk uren stil op de snelweg. Als we dan eindelijk weer kunnen rijden begint het ook nog eens hard te sneeuwen. Annet vindt het eng, maar ik vind het sowieso al knap dat ze überhaupt durft te rijden. We zijn dan ook doodmoe als we rond 23:00 uur eindelijk thuis aankomen. Ze verwachten ons morgen weer fris en fruitig op het werk, maar ik denk dat we dat toch een beetje moeten spelen…