Kenia 2007

Kenia 2007

Maandag 3 september komen Sander en ik in de ochtend in Kenia aan. Het was een lange reis, maar doordat we deze keer in de nacht vlogen heb ik wel drie uurtjes geslapen. Martinair heeft daarnaast een entertainment-set aan boord, waardoor je ook een filmpje kunt kijken. We worden naar ons hotel in Mombassa gebracht. Inmiddels hebben we behoorlijke honger, maar we zijn pas met de lunch welkom. Gelukkig kunnen we tegen betaling toch nog een ontbijtje krijgen.

We slapen eerst een paar uurtjes en gaan dan buiten een wandeling maken. De lokale bevolking probeert ons van alles te verkopen en de zon is zinderend warm. Terug in de hotelkamer blijken we bezoek te hebben, er zitten apen op ons balkon. Gewapend met ons fototoestel proberen we mooie plaatjes te schieten. Het is erg leuk om ze vanaf het balkon in de bomen te zien springen. Een klein aapje komt op het balkon en gaat er dan brutaal met een stuk plastic vandoor.

Na het diner gaan we vroeg slapen, we hebben een behoorlijke jetlag ondanks dat er maar een uur tijdsverschil is. De bedden liggen goed en de temperatuur zakt in de avond behoorlijk, waardoor we lekker kunnen slapen.

Dinsdag 4 september worden we om 07:00 uur door onze chauffeur Martin opgehaald. Wij hebben een privé-tour geboekt omdat we geen zin hebben om met andere mensen in een busje te zitten. Vaak hoor je dat je dan klagende mensen in je groepje hebt zitten. terwijl we nu kunnen doen wat we zelf willen. In de bus kunnen we onze ogen niet open houden, het lijkt wel alsof we een chronische vermoeidheid te pakken hebben. Na twee uur rijden zijn we bij Tsavo East National Park. Voor we het park in gaan mogen we eerst even onze benen strekken.

Na tien kilometer beginnen we inderdaad de eerste dieren te zien. Eerst zien we vooral hert-achtige dieren en zebra’s. Later zien we ook een moeder olifant met haar jong, die een beetje mank loopt. Op dat moment staan aan beide kanten busjes te wachten en ze besluit om ons eerst weg te jagen. Met klapperende oren en flinke stofwolken komt ze op onze bus afstoven. Het ziet er indrukwekkend uit, maar gelukkig weet onze chauffeur het gaspedaal goed te vinden. Als we op voldoende afstand staan mag het jong pas oversteken.

Begin van de middag komen we bij Voi Safari Lodge aan. We krijgen een klein, oud en gehorig kamertje, maar het uitzicht is prachtig. We kijken op een waterplas waar buffels en olifanten staan te drinken. Helaas heb ik knallende hoofdpijn. We besluiten een duik in het koude zwembad te nemen. Het koude water helpt wel, maar de hete zon maakt het er juist niet beter op. Eind van de dag hebben we nog een game-drive en ik besluit dus maar om een overdosis pijnstillers in te nemen.

Gelukkig zakt de hoofdpijn en kan ik met de game-drive mee. We zien een zebra’s, olifanten en herten. Dan begint de chauffeur te scheuren, maar hij zegt niet wat er aan de hand is. Hij brengt ons naar alle andere busjes en dan zien we ineens leeuwen lopen. Het is een grote groep en ze lopen heel dicht langs onze bussen op. Het lijkt alsof ze geïnteresseerd zijn in de gnoes die een eindje verderop staan. Het is jammer dat sommige chauffeurs de leeuwen klemrijden. Hierdoor worden ze zelfs van de groep afgezonderd en dat verstoort ook de jacht. Sommige toeristen maken daarnaast allerlei geluiden in de hoop dat het dier even in hun lens zal kijken, hierdoor begint het op een f*cking dierentuin te lijken.

Als we weer bij de lodge zijn gaan we eerst eten. Het eten is erg goed en ook hier is het uitzicht oogverblindend. Dan gaan we naar de observatietunnel in de kelder. De tunnel is van dik beton en op deze manier kun je heel dichtbij de waterplas komen. We staan op nog geen drie meter afstand van een groep olifanten. Je ziet dan pas goed hoe groot ze eigenlijk zijn. We blijven stilletjes kijken en de olifanten blijven ook gewoon hun ding doen. Tot er ineens een stel herriemakers arriveren, ze schreeuwen en stampen hard op de grond. De olifanten vertrekken dan…

Als het later donker is gaan we opnieuw in de tunnel kijken, er is gelukkig niemand aanwezig. Na een tijdje wachten verschijnen er ineens leeuwen. De volwassen dieren drinken uit de plas en de welpjes spelen met elkaar. Het is echt super leuk om deze dieren in hun eigen habitat bezig te zien. Rond 22:00 uur gaan we terug naar de kamer aangezien de wekker morgenvroeg weer gaat.

Woensdagochtend 5 september vertrekken we richting Amboseli. Het eerste stuk rijden we over de geasfalteerde hoofdweg en na twee uur mogen we onze benen even strekken. Helaas heb ik weer hoofdpijn, het zal een combi zijn van het gehobbel, de warmte en te weinig drinken. Ik ben al een slechte drinker, maar hier kun je bijna niets drinken omdat je anders te vaak naar het toilet moet. Bij het winkeltje zie ik een leuk beeldje van een olifant, maar de verkoper vraagt er 4000 shilling voor. Na lang onderhandelen en stug volhouden mag ik het beeldje uiteindelijk, samen met een giraf-beeldje, voor 2000 shilling meenemen. Omgerekend is dat ongeveer 22 euro.

Hierna slaan we een onverharde weg in, met een hoop geschut en geratel vervolgen we onze weg. Sander en ik maken grapjes dat we na deze rit waarschijnlijk druk op de borst voelen als we moeten plassen. Dat zal niet helemaal correct zijn, maar ik denk wel dat doktoren verbaast zouden zijn als ze op dit moment een röntgenfoto van ons maken. De onverharde wegen zijn erg stoffig en het rode stof komt via allerlei kieren ook in de bus terecht. Je krijgt er een droge en pijnlijke keel van.

Begin van de middag komen we bij Sopa Lodge aan. Amboseli is het gebied van de Masai en daarom slapen we ook in een klein rond kleihutje. De Masai zijn heel erg lang en ze dragen rode doeken om hun lijf. Aan hun voeten dragen ze slipper die van autobanden zijn gemaakt en in hun oorlellen zitten grote gaten. Dit is een erg leuke plek om te overnachten en een totaal andere wereld dan gisteren. We rusten even uit voordat onze volgende game-drive gaat beginnen.

Eind van de middag gaan we weer op pad. We zien veel olifanten in dit gebied, maar ook nijlpaarden. De chauffeur is een aardige en rustige man, hij geeft interessante informatie en hij heeft zeker ook respect voor de dieren. Aan het einde van de rit begint onze bus ineens vreemd te doen. Er lijkt iets met de aandrijving aan de hand te zijn, maar volgens Martin hoeven we ons niet druk te maken: Hakuna Matata. We komen gelukkig niet stil te staan en de bus brengt ons dus weer netjes terug naar de lodge.

Ik stuur Seseko nog even een smsje om hem te vertellen dat we morgen in Nairobi zullen zijn. Seseko is het ex-vriendje van mijn vriendin Marloes en hij is destijds ook een paar keer in Nederland geweest. Het lijkt ons erg leuk om hem nu, in zijn eigen land, weer eens te ontmoeten. Na het eten gaan we vroeg naar bed.

Na een snel ontbijt en een nog snellere douche zitten we donderdagochtend 6 september weer fris en fruitig in de bus. Ook de bus is weer netjes schoon, de chauffeurs soppen deze elke avond helemaal uit. Martin vertelt dat hij malaria heeft. Het was ons al wel opgevallen dat hij heel veel pillen slikt en soms zwetend achter het stuur zit. We beginnen de dag met een game-drive van twee uur en rijden daarna door naar Nairobi. De weg is weer lang en hobbelig. Ik probeer vandaag de achterbank eens uit. Ondanks dat ik regelmatig tegen het plafond aanschiet, lukt het toch om een beetje te slapen.

Tijdens een stop eten we samen met de andere Nederlanders ons lunchpakketje. Zij doen dezelfde rondreis en we rijden dus eigenlijk gelijk op. Er is een stelletje dat net als wij een privé-tour doen en dan is er nog een groep die samen een bus delen. Eind van de middag komen we dan eindelijk in Nairobi aan. Martin is zo aardig om ons even naar een pinautomaat te rijden. In de andere bus blijken ze dit ook gevraagd te hebben, maar hun chauffeur vond dat niet veilig. Bij het hotel geven we onze chauffeur dan ook 1000 shilling voor de moeite.

Het hotel is overdreven luxe, we kijken onze ogen uit. Het is weer totaal anders dan onze vorige accommodaties en op de prijslijst zien we dat een kamer 250 dollar per nacht kost. We hebben hier totaal niet op gerekend en mijn koffer zit dus vol met oude kleding, een paar bergschoenen en teenslippers. Na het douchen trek ik de broek aan die het minst rood (van het stof) is en ik vind een schone witte blouse. Onder de kraan probeer ik vervolgens mijn bergschoenen een beetje toonbaar te maken. Dan nog snel een laagje make-up op mijn snoet om het geheel op te fleuren en dan zijn we dus klaar voor het diner.

Tegen 19:00 uur gaan we naar buiten om op Seseko te wachten. De tijd verstrijkt en we vallen inmiddels bijna om van de honger. Ik stuur hem smsjes, maar we krijgen geen reactie terug. Na een tijdje mogen we de telefoon van de bewaker gebruiken om hem te bellen. De telefoon wordt wel opgenomen, maar ik kan door de harde muziek niets verstaan. Dan probeert de bewaker het in Swahili, hij vertelt ons dat Seseko in de bus zit en dus inderdaad onderweg is. Een uur later komt hij dan eindelijk aanlopen. Het is erg leuk om hem weer te zien.

Bij de receptie betalen we voor een extra diner zodat Seseko gezellig met ons mee kan eten. In het restaurant wordt hij echter heel verlegen, hij valt ook wel erg op met zijn dreads en grote rasta muts. De overige Nederlanders zien er keurig uit, ze dragen mooie jurkjes en hakschoenen. Wij zijn dus wel het meest opzichtige tafeltje, maar het eten smaakt er niet minder om. We gaan daarna naar onze hotelkamer en kletsen nog gezellig met elkaar. Als ik vraag of hij de vogeltjesdans nog kent, komt hij deze keer met een gek dansje. Het dansje gaat me best goed af en we hebben veel schik.

Hij stelt voor om ergens iets te gaan drinken. Na wat rond te hebben gelopen komen we uiteindelijk bij een hardrock cafe uit. Hier drinken we een biertje en ik krijg een spoedcursus Swahili. Hij brengt ons rond middernacht weer terug naar het hotel. Het is rustig op straat, maar we worden wel een aantal keer lastig gevallen door opdringerige zwervers. Ik ben blij dat hij de taal spreekt en zorgt dat we veilig zijn. Tijdens het afscheidt komen we erachter dat hij geen geld voor de bus heeft. We willen hem daarom 200 shilling voor de bus geven, maar hij neemt dit niet aan.

Vrijdag 7 september gaan we vroeg op pad richting Lake Nakuru. De rit duurt drie uur en we hebben twee keer een pauze. De cursus van Seseko blijkt direct zijn vruchten af te werpen. Als ik tegen een verkoper ‘no thank you’ zeg, blijven ze altijd gewoon aanhouden. Nu roep ik echter “hapana” en dan lopen ze direct weg. Het is wel heel grappig om die verbaasde gezichten te zien, maar uiteraard hou ik mijn gezicht in de plooi.

Lake Nakuru is erg mooi, overal in het water staan flamingo’s en het water kleurt hierdoor roze. We mogen even de bus uit om foto’s te maken, maar we worden al snel weer opgehaald door de chauffeur omdat we te dicht bij de waterbuffels komen. Het landschap is hier ook anders, in plaats van uitgestrekte vlaktes staan hier juist heel veel bomen. Ik heb mijn hoofd uit het dakje van de bus gestoken en ik geniet onderweg van de heerlijke geur van bloemen.

Ik begreep nooit waarom een buffel bij de ‘big five’ hoort, maar hier zie ik ineens hoe gevaarlijk ze kunnen zijn. Er staat namelijk een groot en imposant exemplaar voor onze bus. Hij kijkt heel boos en blaast hard door zijn neus, maar hij laat ons gelukkig wel gewoon doorrijden. In een boom hangt een stuk antilope die waarschijnlijk ten prooi is gevallen aan een luipaard. Verder zien we een gewonde baviaan die waarschijnlijk binnenkort ook opgegeten zal gaan worden.

Onze lodge in Lake Nakuru is klein en simpel, maar precies wat je verwacht van een accommodatie tijdens een rondreis. Het toilet is wel erg grappig. Ze hebben eerst de pot geplaatst en daarna de vloertegels aangebracht. Ik heb sinds de kleuterschool niet meer op zo’n laag toilet gezeten. De eetzaal is groot, ongezellig en lawaaierig, maar het eten is wel erg goed. De avondrit door dit park is ook erg mooi en we komen veel wilde dieren tegen.

Dan krijgt een van de busjes een lekke band, net op een plek waar een stel neushoorns staan. Ons busje gaat er dan als een schild voorstaan. Martin is zichtbaar gespannen. Hij houdt de neushoorns nauwlettend in de gaten en zijn voet blijft op het gaspedaal rusten. Hij vertelt dat een neushoorn met gemak onze deur kan doorboren of ons kan omduwen. Ook wij kijken vol spanning naar de mannen die inmiddels buiten staan om het wiel te verwisselen en de neushoorns aan de andere kant van onze bus. Het gaat gelukkig allemaal goed.

Zaterdagochtend 8 september is het nog heel erg fris en ondanks mijn dikke vest zit ik aan de ontbijttafel te rillen. Ik hoor anderen zelfs vertellen dat ze de hele nacht wakker hebben gelegen door de kou. Na het ontbijt vertrekken we naar het driehonderd kilometer verder gelegen Masai Mara, de reis duurt zes uur. We stappen wederom helemaal rood uit de bus en mijn keel doet pijn van al het stof. We krijgen een vies oud hutje met een nog viezere douche. Onze reisgenoten krijgen een veel betere kamer, maar ik ben te moe om er over te klagen.

Tijdens de lunch zitten we met z’n allen onder een grote boom en moeten we het eten beschermen tegen de vallende blaadjes en vogelpoep. Ik vind het inmiddels allemaal best, ik wil gewoon heel graag een tukje doen. De wegen zijn zo slecht dat we inmiddels allemaal gebroken zijn. We duiken dus eerst een uurtje het bed in. De gamedrive later die middag is super mooi en dat maakt weer een hoop goed. Er zijn heel veel leeuwen en welpjes in dit park. We maken mooie foto’s en genieten van de omgeving. Na het avondeten kijken we nog even naar een traditionele Masai dans en gaan snel weer slapen.

Zondag 9 september staan drie aparte ritten op de planning, maar Martin stelt voor om gewoon de hele dag in het park te blijven. We vertrekken dus om 7:30 uur met een lunchpakketje. Ik maak me wel een beetje zorgen aangezien ik last heb van diarree. Je kunt in een wildpark natuurlijk niet even snel achter een bosje gaan zitten. Vanmorgen heb ik tijdens het ontbijt mijn laatste pil ingenomen, maar het lijkt niet te werken. Martin vraagt via de radio of iemand van de andere busjes misschien een diarree-remmer bij zich heeft. Dan komt er een busje naast ons rijden en via het open dak krijg ik heel lief een stripje pillen aangereikt. Ik neem er gelijk twee in en hoop dat de buikkrampen nu snel over zullen gaan.

Het is een geweldige rit en we zien heel veel dieren. We zien een leeuwin die een gnoe naar een schaduwplek aan het verslepen is. Dan zien we volgens de gids ook nog een luipaard en daarmee is onze ‘big five’ compleet. Het beest ligt op een heuveltje te zonnen en we kunnen dus hele mooie foto’s van hem maken. Dan scheurt Martin ineens weer weg en wij hobbelen weer door de bus als een lappenpop. Als we de andere busjes zien staan weten we dat er iets aan de hand is.

We zien een luipaard lopen met een heel lelijk jong; het heeft wel iets weg van een gremlin. Dan wijst Martin ons op een antilope-jong dat verderop alleen in het hoge gras staat. Wij stellen de camera op scherp en zien dat de luipaard in sluiphouding gaat. Dan begint hij ineens te rennen en duikt boven op het antilope-jong. Helaas bijt hij zijn prooi niet gelijk dood, maar houdt het in zijn bek en loopt er een stukje mee. Op een gegeven moment gaat hij weer in het gras liggen en verslapt zijn beet, dan zien we het jong spartelen. Het duurt echt een hele tijd voordat het beestje eindelijk dood is. Dit is de natuur, maar mijn ontbijt draait inmiddels verschillende rondjes door mijn maag.

De afgelopen dagen heb ik heel weinig gedronken, maar nu we vandaag de hele dag in het park blijven durf ik de waterfles helemaal niet aan te raken. Op een gegeven moment moet ik door al het gewiebel in de bus toch plassen. Gelukkig wordt er bij de grensovergang naar Tanzania een sanitaire stop ingelast. Er staat een houten hokje en we gaan met z’n allen braaf in de rij staan. Als ik aan de beurt ben zie ik aan de binnenkant van de deur een spin hangen. Ik krijg kippenvel over mijn lijf en de twijfel slaat toe. Misschien zit ik dan toch liever in de bosjes met een leeuw op de loer?

Ik moet echter zo nodig plassen dat ik toch de deur sluit en snel mijn ding doe. Het volgende meisje ziet de spin ook en durft niet naar binnen te gaan. Haar vriend pakt dan een spuitbus uit zijn tas en verdwijnt vervolgens, samen met Sander, in het hokje. Als de deur dichtvalt schiet iedereen in de lach; twee mannen die samen in een damestoilet verdwijnen. Op het moment dat zij echter met de spuitbus beginnen te spuiten, zien wij allemaal spinnen onder de deur door rennen. Iedereen die buiten staat begint hierdoor als een malloot te gillen.

Dan komen ze het hokje weer uit, maar ik zie ineens een hele grote spin op het been van de jongen zitten. Ik schrik me rot en roep: “SPIN!”. Als de jongen de spin een mep wilt geven begint deze ineens in het rond te springen. De jongen springt net zo hard mee en ook alle vrouwen beginnen verdwaast rondjes te rennen. Dit is werkelijk het meest angstigste tafereel dat ik ooit gezien heb! Uiteindelijk besluit het meisje, waar het allemaal mee begon, om toch maar niet naar het toilet te gaan.

Direct over de grens worden alle busjes bij een rivier geparkeerd. Boven op de heuvel zien we gnoes lopen. We beginnen rustig aan ons lunchpakket tot de bus ineens start. Martin scheurt over het hobbelige landschap heen en mijn lunch ligt door de bus. Buiten zien we ineens een stuk of veertig busjes die met elkaar aan het racen zijn, iedereen probeert hierbij de beste plek te veroveren. Martin vertelt dan dat het een speciale tijd van het jaar is. De gnoes steken namelijk eenmaal per jaar de rivier over en daarom staan sommige busjes al uren te wachten.

We hebben dus geluk dat we dit vandaag mee mogen maken. Er komen ook steeds meer gnoes aanlopen en ze lijken zich eerst te verzamelen. Geen enkele gnoe lijkt in het water te durven, maar als eentje over de dam is dan springt de rest er domweg achteraan. Tijdens deze overtocht verliezen veel gnoes hun leven, ze verdrinken of worden door roofdieren gedood. Er ligt wel een krokodil aan de kant van het water, maar hij heeft blijkbaar geen zin om te gaan jagen. Het lijkt er dus op dat de meeste gnoes deze keer ongedeerd aan de andere kant van de rivier komen.

Dan rijden we weer terug naar Kenia. Dichtbij de grens stoppen we nog even bij het drielandenpunt. Hier komen Kenia, Tanzania en Oeganda samen. We maken even een groepsfoto en dan is iedereen ineens weer in rep en roer. Er blijkt een brutale aap in een bus te zijn ingeklommen en de chauffeurs beginnen het beest te verjagen. Hij gaat er vandoor met een stuk wit brood uit de lunchdoos. De toeristen uit deze bus hebben geluk want ze hadden er ook een tas met belangrijke papier staan. Rond 16:00 uur zijn we terug terug in de lodge.

Maandag 10 september vertrekken we vroeg in de ochtend. Na een lange rit komen we in de middag bij het Carnivoor-restaurant in Nairobi aan. We worden samen aan een tafel gezet en de bediening loopt langs met grote spiesen vlees. Van elke spies snijden ze stukjes af en zo word je bord dus non-stop gevuld met vlees. Het is echt heel erg lekker en vooral struisvogel en springbok zijn mijn favoriet. Ik ben echter niet zo dol op krokodil, het lijkt op taai kippenvlees met een sterke vissmaak. Als we propvol zitten, zetten we snel het vlaggetje op tafel neer. Het personeel weet nu dat we genoeg hebben gehad.

Martin brengt ons dan naar het vliegveld. Ik geef hem de kleding die ik tijdens deze safari heb gedragen. Hij wilt het graag hebben voor zijn vrouw en zijn zus, volgens hem is het met bleek nog goed schoon te krijgen. Daarnaast geven we hem ook nog 40 dollar fooi. Ons toestel blijkt vertraging te hebben omdat de landingsverlichting niet werkt, maar de vlucht duurt gelukkig maar vijfenveertig minuten. In het vliegtuig zien we in een boekje dat we de big five waarschijnlijk toch niet gezien hebben. Wat Martin een luipaard noemde blijkt eigenlijk een cheeta te zijn. Nu word een cheeta in het Nederlands ook wel jachtluipaard genoemd, maar ik weet eerlijk gezegd niet of we hiermee wegkomen?!

Na onze vlucht stappen we in een bus en we moeten dan eerst met een pont oversteken. Het is erg grappig om alle lokalen mensen te zien rennen terwijl hun hoofd met zware spullen beladen zijn. We kunnen niet geloven wat zij op deze manier allemaal kunnen vervoeren. Na de pont moeten we nog zeker een uur rijden en rond 23:00 uur komen we dan eindelijk in ons hotel aan. Er blijken twee complexen op het terrein te zijn; Neptune Beach en Neptune Paradise. Wij krijgen het nieuwste complex en de kamer is schoon en netjes. We eten nog een klein hapje en we gaan dan lekker het bed in.

Het is heerlijk om dinsdag 11 september niet door de wekker gewekt te worden. Het voelt nu bijna echt als vakantie! We gaan rustig ontbijten en lopen dan even naar het strand. Het valt ons op dat er geen standstoelen op het strand staan, we mogen blijkbaar alleen bij het zwembad liggen. Op dit momenteel is het eb en we lopen samen even een stukje over het wad heen. Dan begint het te regenen en we gaan terug naar het hotel. We zien die middag, als het weer vloed is, dat het gehele strand dan ook verdwenen is.

Tijdens de lunch raken we weer aan de praat met wat mensen uit de andere busjes. Het blijkt een stel uit Rotterdam en Den Haag te zijn en zij hebben een leuk gevoel voor humor. Na de lunch gaan we dus met Carl en Marco een potje tafeltennissen, terwijl de vrouwen liever even aan het zwembad gaan liggen. Dan komt het hotel met een waterpolo competitie, het ene complex tegen het andere complex. De drie mannen vallen in hetzelfde team en hebben wel zin in een wedstrijdje. Tina en ik zijn minder sportief, maar we ontpoppen ons al snel als fanatieke supporters.

Het gaat er heel erg hard aan toe, zeker ook omdat in het andere team een grote dikke Fransman zit. Hij krijgt al snel de bijnaam ‘hypo’ omdat hij gewoon met zijn volle gewicht op zijn tegenspelers springt en ze zelfs even onder water houdt. Iedereen doet dus maar wat, maar het is super gezellig. We liggen regelmatig in een deuk van het lachen. Dan moet Carl het helaas opgeven omdat hij kramp in zijn kuiten heeft. Uiteindeljk maakt Sander wel het winnende doelpunt en wordt hij als een held door zijn teamgenoten door de lucht gegooid.

Na het avondeten spelen we met Steve (van het animatieteam) en een paar belgen een potje pool. In de bar komen we Tina, Carl, Marco en Marianne weer tegen. De rum vloeit rijkelijk en we lachen tranen met tuiten. Normaal houd ik Nederlanders tijdens een vakantie liever op afstand, maar dit zijn echt fantastische mensen. Rond middernacht sluit de bar en we worden naar een andere bar doorverwezen, waar we voor onze drankjes moeten betalen. We moeten flink zoeken, maar als we de bar eindelijk gevonden hebben blijkt het gesloten te zijn. Dan besluiten we na een tijdje om toch maar naar bed te gaan.

Woensdag 12 september is een lekkere warme dag. We liggen in het zonnetje met een boekje en af en toe nemen we een duik in het zwembad. Carl was zo boos over gisteravond dat hij een klacht bij de directie heeft neergelegd. Deze ochtend ontvangt hij op zijn kamer een koelkast vol met bier. Later op de dag spelen we aan de rand van het zwembad ook nog een potje Back Gamon met hen.

Bij eb lopen we ook weer een rondje over het strand, maar we worden erg lastig gevallen door de beachboys. Op een gegeven moment is het wel vervelend dat er telkens mensen om je heen hangen. We zien in het lage water zee-egels liggen en er loopt een felgekleurde krab rond die verscholen zit in een schelp. Dan lopen we naar een rode zeester toe, maar al snel staat er weer een beachboy die hem oppakt. Ook begint hij er met een stok op te tikken en dan is de maat echt vol. Ik word heel erg boos op hem en vanaf dat moment hebben we geen last meer van die gasten.

Na het avondeten ga ik vroeg naar bed toe. De oor- en keelpijn die ik voor de vakantie had lijkt weer terug te komen, de antibiotica kuur heeft dan niet gewerkt. Ik heb nu ook al zeker drie weken diarree en ik voel me niet echt lekker.

Donderdag 13 september liggen we de hele ochtend op een strandbedje, je kunt merken dat we echt even bijkomen van de afgelopen week. Na de lunch moet ik meedoen met klaverjassen omdat ze een persoon te weinig hebben. Ik geef aan dat ik wel eens eerder ‘opvulling’ ben geweest, maar dat ik er verder niets van bak. Toch toont mijn Haagse-maatje geen enkel medeleven, ik krijg telkens op mijn kop als ik het in zijn ogen niet goed doe. Hij verwacht dat ik ook nog eens weet welke troefkaarten er gespeeld zijn, terwijl ik al blij ben als ik de boel niet verzaak!

Mijn nederlaag wordt gelukkig onderbroken door een afspraak bij de massagesalon. We krijgen een full body massage van een uur voor maar 17 euro. Heel ontspannen is het echter niet. De dames nemen in Swahili de laatste roddels met elkaar door en soms is het zo spannend dat ze vergeten te masseren. Verder stoten ze ook nog eens regelmatig tegen het bed aan en verschuiven een tafeltje dat een enorm piepgeluid veroorzaakt.

Na het diner gaan we weer richting de bar, waar ons vaste clubje al klaar zit. Het is heerlijk om de Rotterdammer en de Hagenees te horen vertellen. De meest spannende verhalen worden voor de dag getoverd en je moet ons soms gewoon van de grond opvegen. Mijn kaakspieren doen pijn van het lachen, maar het blijft maar doorgaan. Deze keer zijn we ook iets slimmer; net voor sluitingstijd bestellen we een hoop glazen rum. Hierdoor kunnen we ons nog uren vermaken.

Vrijdag 14 september brengen we bijna de hele dag bij het zwembad door. Aan het eind van de middag komen de mannen onze kant op om te vragen of Sander mee gaat voetballen. Op het strand doen ze een potje met mensen die daar al aan het spelen zijn. Vanaf de zijlijn maak ik een paar actiefoto’s, maar ik ben dan natuurlijk ook gelijk een makkelijke prooi voor de beachboys. Ik denk dat ik ze allemaal wel gesproken heb, maar als ik zie dat ik inmiddels aardig rood ben vlucht ik snel terug naar mijn parasol.

In de avond komen er ineens ook andere mensen bij ons zitten. Ze zijn wat opdringerig en gedragen zich erg overdreven. Het is een stel en een man die alleen reist, maar uit de verhalen lijkt het alsof hij zich bij het stel heeft gevoegd. De sfeer is niet zo leuk als de voorgaande avonden en we besluiten het dan ook niet laat te maken. Dan horen we dat ook de anderen hun aanwezigheid niet kunnen waarderen en we spreken stiekem af dat we morgenavond gewoon weer met z’n zessen blijven.

Zaterdag 15 september is een bewolkte dag en het waait ook best hard. Ik nestel me met kleding aan op een standstoel en lees mijn boek uit. Na de lunch gaan we een beetje luieren op de hotelkamer. Voor het avondeten hebben we in het restaurant een tafel voor zes personen gereserveerd. We eten gezellig met de andere stelletjes omdat dit onze laatste avond is. Vanavond hebben we zelfs entertainment tijdens het diner. We kijken naar de acrobaten en Tina en ik controleren natuurlijk ook nog even alle spierballen. We gaan daarna gelijk door naar de bar en tot diep in de nacht is het weer lachen, gieren en brullen. We spreken af dat we over drie maanden een reünie houden in Nederland.

Zondag 16 september is de laatste dag aangebroken. We gaan nog even lekker in de zee zwemmen, al ben ik altijd een beetje bang voor de vissen. Dan begint Sander ineens te gillen omdat er iets onder zijn voeten aan het klapperen is. Als we goed kijken blijkt het een rog te zijn. Dan durf ik gelijk niet meer! We pakken onze koffers in en gaan vroeg slapen. We vertrekken namelijk al om 03:00 uur.