Frankrijk 2018

Frankrijk 2018

Zaterdag 08 september vertrekken Stefan en ik met de auto richting Frankrijk. Bij een Formule1 hotel in Dieppe komen we er ineens achter dat we onze paspoorten zijn vergeten. Deze heb je vaak wel nodig om een hotel te kunnen boeken. Op internet kijken we of ons rijbewijs ook geschikt is, maar helaas wordt dit niet als een geldige legitimatie gezien.

Dit is goede start van de vakantie want we zijn inmiddels zes uur rijden van Nederland vandaan. Als we helemaal terug moeten rijden komen we daar midden in de nacht pas aan. Ik betwijfel of we dan nog wel zin hebben om de volgende dag deze rit weer te maken. Ik bel mijn vader op om te vragen of hij de documenten onze kant op zou willen brengen.

Gelukkig heb ik de liefste vader van de wereld en we rijden allebei naar Lille. Drie uur later arriveren we allebei rond dezelfde tijd op een parkeerplaats. We zoeken eerst een formule1 hotel in de buurt en checken snel in. Dan gaan we met z’n drieën naar een snackbar om een hapje te eten. Het is inmiddels al 22:00 uur en mijn vader besluit snel terug naar huis te rijden.

Bij het hotel hangt een vreemde sfeer. Er zijn veel dronken mensen aanwezig. Aan een tafeltje zit een Rus/Pool straalbezopen te zingen, terwijl een andere man rustig naar hem kijkt alsof dit de normaalste zaak van de wereld is. Doodmoe kruipen we het bed in en vallen direct in slaap. Midden in de nacht word ik helaas wakker van een kreunende vrouw en dichtslaande deuren. Het lijkt hierboven wel een afwerkplek!

In de ochtend van zondag 09 november voel ik dan ook behoorlijk geïrriteerd. We springen onder de douche en ik wil hier zo snel mogelijk weg. Onderweg naar Normandie zoek ik een Gamping voor onze tent. Een Gamping is een stukje land van particulieren; dit is vaak kleiner, rustiger en eenvoudiger dan een normale camping. Ik boek en betaal een locatie, maar ik krijg helaas geen contact met de verhuurders. We beginnen te twijfelen of we vanavond überhaupt een plek hebben om te slapen.

Ik besluit uiteindelijk om de boeking te annuleren, maar we weten niet of we de betaling wel terug zullen krijgen. Via Airbnb zoek ik contact met een verhuurder en hij reageert gelukkig heel erg snel. De vorige verhuurders zijn echter net vertrokken en de woning is dus niet schoon. Ik leg hem de situatie uit en gelukkig mogen we komen.

Onderweg zien we een pizza-hut, het is een soort selfservice pizzeria. Je maakt een keuze, betaalt en je pizza verschijnt in het klepje. De eerste keer druk ik echter op het verkeerde (Franse) knopje, waarna we ineens in het bezit zijn van een bevroren pizza. Bij de tweede poging duurt het proces een stuk langer en inderdaad komt er nu een dampende pizza tevoorschijn. Het is natuurlijk geen culinair hoogstandje, maar wij zijn er erg blij mee.

Het gehuurde huisje staat in een bocht, aan een doorgaande weg. Naast het pand is een hek waar je je auto kwijt kunt. De eigenaar loopt zich de benen uit zijn lijf om de woning schoon te krijgen. Ondertussen loopt er een vrolijk hondje bij de buren in de tuin die zich in allerlei bochten wurmt om onze aandacht te trekken. Als de verhuurder klaar is maken we een kort praatje met hem, wat lastig is omdat we geen Frans spreken.

Het is een leuke plek, maar het stinkt er behoorlijk. Een eindje verderop zit een restaurant waar we een hapje gaan eten. We krijgen een klein en dun stukje rundvlees, een paar frietjes en een blikje cola. Niet veel bijzonders, maar we betalen wel de hoofdprijs. Het maakt ons echter niets uit, onze vakantie is nu eindelijk begonnen! In het huisje zien we dat de stank vooroorzaak wordt door muren die met schimmel bedekt zijn. Dit kan niet gezond zijn, maar we hebben geen andere keuze.

Maandag 10 september worden we vroeg wakker. Het is lastig om de auto weer van de oprit af te krijgen, de weg is erg druk. Ik ga met gevaar voor eigen leven als een klaar-over op de weg staan. Stefan maneuvreert de auto door de krappe doorgang zonder het hek te raken. Eerst gaan we naar de Amerikaanse begraafplaats in Colleville-sur-mer. De grafstenen staan netjes in een rij en mannen in witte pakken zijn ze met kwastjes aan het schoonmaken. Daarna rijden we naar het strand van Ohama Beach om bij het herdenkingsmonument te kijken.

In Pointe du Hoc zijn veel bunkers te bezoeken en hier maken we dus een flinke wandeling. Dan gaan we ook nog een naar een Duitse begraafplaats en het contrast is hier goed te zien. De Duitse soldaten hebben alleen een klein bruin steentje in het gras en er liggen ook meerdere mensen in een graf. Het is een trieste bedoeling, terwijl ook deze jonge mannen vaak het slachtoffer van de oorlog waren. Aan de overkant is een klein bos met pilaren, waarop het aantallen doden geschreven staan. In het openbare toilet om de hoek staat dan ineens een snoepmachine, het zakje gedroogde worst kan ik echt niet laten hangen.

We rijden vervolgens naar Dead Mans Museum. Inmiddels ben ik behoorlijk moe en mijn voeten doen zeer. Eenmaal bij het museum blijk je de toegangskaarten in het grote gebouw ernaast te moeten halen. Ik heb er geen puf meer voor en we gaan dus zonder toegangskaarten naar binnen. Er is niemand aanwezig, maar er hangen wel overal camera’s. We zullen zo dus wel in onze kladden gegrepen worden! Er is hier echter weinig te zien, boven staan een paar vitrinekasten met spullen en dan sta je ineens in een winkeltje. Dit is zonde van de moeite en we gaan dus ook zonder te betalen terug naar de auto.

Utah Beach staat hierna op de planning. Er staan hier allerlei monumenten, beelden en tanks. We lopen ook nog een stukje over het strand waar mensen mosselen aan het zoeken zijn. Stefan wilt dan ook nog graag even naar Sainte Mere Eglise. Daar op het plein hangt een pop van een parachutist aan de kerk. In de oorlog bleef John Steele namelijk met zijn parachute aan de kerktoren hangen. Hij werd vervolgens door een kogel in zijn voet geraakt en hij besloot zich dood te houden. Na twee uur werd hij door een Duitse soldaat van de toren gehaald. Hij kon inmiddels niets meer horen door de herrie van de kerkklokken.

Ik steek in de kerk nog even een kaarsje aan en in een supermarkt halen we wat boodschappen. Een pakje sigaretten blijkt hier in Frankrijk al 10 euro te kosten, ik schrik me rot. Op de terugweg rijden we weer langs het restaurant en we besluiten een biertje te gaan drinken. We zitten lekker in het avond zonnetje op het terras en uit enthousiasme bestel ik twee grote bier. Dat blijkt een vergissing want we krijgen ineens allebei een halve liter. Het is heel gezellig, maar de alcohol stijgt me flink naar het hoofd.

Hongerig komen we bij het huisje aan, dus we gaan snel even koken. Helaas gaat het gasfornuis niet aan. De gasfles blijkt leeg te zijn en we sturen de eigenaren dus snel een berichtje. Ze hebben helaas geen gasflessen op voorraad staan en we kunnen dus niet koken. Gelukkig komt Stefan op het idee om ons camping-stelletje te gebruiken. Provisorisch weten we dan toch nog een avondmaaltje op tafel te zetten.

Dinsdag 11 september zoeken we op internet naar een nieuw onderkomen en vinden een leuk huisje in Etables-sur-mer. We worden hier verwelkomt door een klein, oud, klitterig en blaffend hondje. De eigenaar heet Phillip en hij wijst ons met handen en voeten waar hij de auto op het erf wilt hebben staan. Er ligt namelijk een vloerkleed op de grond, waar we beslist niet overheen mogen rijden. Het huisje dat wij bij hem huren staat in zijn tuin. Het is erg klein, maar alles is aanwezig. Phillip heeft ook nog verse bloemetjes op tafel gezet en in de koelkast staat een fles Brut, pannenkoeken, geraspte kaas en een blikje vis.

Hij laat ons vrolijk zijn huisje zien, maar ik word onpasselijk van zijn lichaamsgeur. Het mag de pret verder niet drukken want het is een hele aardige man. Uiteraard spreekt hij geen Engels, maar hij is wel erg geïnteresseerd in de elektronische sigaret van Stefan. In de tuin drinken we eerst een glaasje Brut en die smaakt erg goed. Daarna doen we boodschappen en maken ons avondeten.

Woensdag 12 september worden we wakker na een hele slechte nacht. De bedden kraken zo hard dat je telkens wakker als iemand zich beweegt. Als ik onder de douche sta komt Stefan vertellen dat er water uit het plafond stroomt. Hij duikt ook nog even snel, nu het nog kan, onder de douche. Ik zet ondertussen een prullenbak neer om het water op te vangen en met mijn handdoek maak ik de laminaatvloer droog.

Dan ga ik snel op zoek naar Phillip en neem hem aan zijn arm mee. Als hij de lekkage ziet begint hij te schelden, wat we dan wel weer begrijpen. Ik gebaar dat hij mee naar boven moet komen en wijs hem op de uitnaad in de badkamer. Hij bevestigt mijn vermoeden door uit het kasje een tube kit te voorschijn te toveren. Op deze manier ontstaan er dan toch hele goede ‘gesprekken’ met elkaar.

Het huisje hangt vol met allerlei simpele pentekeningen van gezichtjes. Om op een gepaste manier afscheid van Phillip te nemen besluit ik een pentekening voor hem te maken. Ik ben geen tekenwonder, maar dit niveau kan ik nog wel aan. We leggen dus een paar Macarons op een bordje, met daarnaast een blaadje met ‘merci’ en een mooie pentekening van onze hoofdjes. Als snel ontvangen we via Airbnb een recensie; Phillip schrijft dat hij de pentekeningen enorm waardeert. Echt een lieverd en ondanks dat het huisje niet erg schoon was, hadden we dit zeker niet willen missen.

We rijden naar Binic, een stadje met een haventje. Bij het centrum is een strand waar kinderen in zee aan het zwemmen zijn. We lopen door en komen dan bij het haventje uit. Je hebt hier een prachtig uitzicht over zee. In het stadje zijn wat restaurants, maar er zijn geen leuke winkels. Op een terras drinken we een kopje koffie en gaan dan weer terug naar de auto. Onderweg naar Saint-Guirec rijden we langs een klein plaatsje waar alle boten op het droge liggen. Een leuke plek om even een paar foto’s te maken. Helaas is het een beetje somber weer waardoor de roze kleur van de rotsen in Côte de Granit niet heel erg goed te zien is.

Inmiddels hebben we wel alle gegevens ontvangen om bij de Gamping te komen. We weten niet precies wat we ervan moeten verwachten en het weer wordt steeds slechter. In het dorpje Plougasnou kunnen we het juiste huisnummer niet vinden. Dan komen we erachter dat er helemaal geen huis staat, er is alleen een klein stukje grond. Aan het hek hangt een cijferslot en zo kunnen we onszelf toegang verlenen. Er is niemand aanwezig en we hebben het hele grasveld dus voor ons tentje. Er staat een houten toiletgebouwtje, een tafel met stoelen en door de struiken heen heb je uitzicht over zee.

Het is koud, het regent en het begint ook al bijna donker te worden. We zetten dus snel de tent op en kruipen in onze slaapzakken. Het is jammer dat het zonnetje niet schijnt want het is eigenlijk een hele mooie locatie. Je zou hier heerlijk kunnen zitten op een zwoele zomeravond. We slapen slecht en het is vreselijk koud. Ik voel me op een gegeven moment ook heel erg ziek en ik ben dan ook blij als de ochtend eindelijk aanbreekt.

Woensdag 13 september begint Stefan met een kopje thee zetten om weer warm te worden. Daarnaast hebben we veel schik om het porta-petty-toilet. Aan de buitenkant van het toilet hangt ook nog een douchezak met koud water, maar we kunnen best een dagje zonder! We breken de tent af en gaan snel, met de verwarming hoog, op pad. Al een tijdje twijfelen we over ons navigatiesysteem. We hebben voor de kortste route gekozen, maar hij stuurt ons telkens over slecht begaanbare geitenpaden heen. Tijdens deze rit hebben we voor de snelste route gekozen en dat scheelt enorm.

In Primelin hebben we voor twee dagen een huisje gehuurd. Het is een nieuwbouw woning met een woonwagen-achtige-inrichting. Er is een grote achtertuin waar we onze tent weer opzetten zodat hij kan drogen. Ik stop snel onze vieze was in de machine, maar deze komen er stinkend uit. Gelukkig is de geur weer verdwenen als de was droog is. In de keuken stinkt het ook enorm naar vis en we gaan dus maar weer op onderzoek uit. Het blijkt uit de koelkast te komen, al is deze nu wel helemaal leeg. We doen boodschappen en koken avondeten.

Donderdag 14 september gaan we in de ochtend naar Pointe-du-Van om daar een wandeling te maken. Het is een prachtig natuurgebied waar de golven wild tegen de rotswand aanslaan. Inmiddels is de zon ook gaan schijnen en het is een hele warme dag. Door de duinen kun je helemaal naar Pointe-du-Raz, maar halverwege blijkt dat toch wel ver lopen te zijn. Wij gaan daarom terug naar de auto en rijden er naar toe. Het blijkt daar veel toeristischer te zijn, het is druk en je moet ook parkeergeld betalen. De andere kant was eigenlijk veel mooier, maar iedereen wilt natuurlijk even bij de kleine vuurtoren kijken.

Vrijdag 15 september rijden we in de ochtend naar La-Roche-en-Terre. Een klein dorpje met leuke ambachtelijke winkeltjes. In een sieradenwinkel zie ik nog een mooi armbandje, die helaas alleen verzilverd blijkt te zijn. Er zijn verder ook winkeltjes met elfjes, zeepjes, koeken, wijn en nog meer van die aparte dingen. Op een terras eten we een crêpe met banaan en Grand Marnier, die aan tafel in de fik gestoken wordt. De ober schiet in de lach als ik een coke bestel en hij maakt een beweging alsof hij een lijntje opsnuift. Het komt daarna ook niet meer goed, telkens als hij naar ons kijkt schiet hij weer in de lach. Die man heeft de dag van zijn leven…zelfs zonder coke!

Uiteraard weet ik ook weer een kerk te vinden, maar ook deze is anders dan anders. Het is er donker en het heeft weinig pracht en praal. De zon schijnt wel mooi door de glas en lood ramen heen. Dan is er nog een park met een chotic-winkeltje. Er is ook een happening aan de gang met allerlei vreemde uitvindingen. Achter de grote muren vinden we dan nog de overblijfselen van een oud kasteel. Het is een vreemd dorpje, maar wel hartstikke leuk.

Dan rijden we naar Marzan waar we een nachtje blijven. Het terrein ligt aan de rand van een klein dorpje en er staan allemaal gebouwtjes op. Het oogt rommelig en we twijfelen of dit wel de juiste locatie is. De eigenaren blijken in een achthoekig houten huis met een circus-tent-dak te wonen. Het is enorm ruim binnen en ook wel erg mooi. Wij slapen in de stacaravan naast hun huis. De omgeving is werkelijk prachtig, je kijkt uit over een grasveld en bossen. Al word je aandacht wel telkens opgeeist door twee ondeugende kittens.

De stacaravan is klein en heel erg rommelig. We maken eten en gaan lekker op het terras zitten om van de omgeving te genieten. Zodra we in bed liggen zeg ik tegen Stefan dat ik een muis hoor lopen, maar volgens hem zijn het de kittens die buiten aan het donderjagen zijn. Ik zet de tas met boodschappen voor de zekerheid toch maar op het aanrecht neer. De hele nacht worden we wakker van geknaag, gekraak en gekrabbel. Het lijkt onder het bed vandaan te komen want telkens als ik een klap op het matras geef is het weer even rustig.

Zaterdag 16 september lijken we op een paar zombies. Ik ben ervan overtuigt dat het muizen zijn geweest, maar Stefan gelooft daar nog steeds niet in. Tot hij ineens een muis van het aanrecht ziet springen. Dat kl*te beest heeft dus in onze boodschappentas gezeten! Ik gooi de zak met pasta weg omdat de muis hieraan heeft zitten knagen en ik maak de rest goed schoon. Gelukkig is deze locatie maar voor een nachtje en de hertjes in het veld maken ook een hoop goed. De eigenaresse vindt het erg vervelend en zegt eerlijk dat ze wel een vermoeden had. Daarom heeft ze die twee katten dus ook gekocht, maar die clowns doen hun werk (nog) niet erg goed.

Eind van de ochtend rijden we door naar Sulles-sur-Mer, waar we een huisje voor drie nachten hebben geboekt. In het kleine dorpje kunnen we het adres niet vinden. We bereiken de woning uiteindelijk via een smal straatje waar de auto bijna niet doorheen kan. Ons onderkomen is in een moderne aanbouw van de oude woning en er is een gezamenlijke patio. Een erg leuke plek waar je ook makkelijk permanent zou kunnen wonen. De eigenaresse is in Parijs, maar de sleutel ligt voor ons klaar in de tuin.

Terwijl de auto aan het leeghalen zijn zie ik tot mijn verbazing een tuinbeeldje bewegen. Het schildpadje is een levend en flink rond-poepend exemplaar. Een grappig beest die weet hoe hij de buitendeur kan openen en dan vrolijk naar binnen loopt. We doen snel wat boodschappen en gaan de rest van de middag lekker in het zonnetje liggen.

Zondag 17 september besluiten we om naar het strand te gaan. Het is er rustig en in het zonnetje is het warm. Achter een klein houten hokje gaan we in de schaduw zitten met een boekje. Einde van dag wandelen we over het strand en drinken bij een strandtent een Mojito. Als we terug bij het huisje komen staat de poort open en de schildpad is nergens te vinden. We gaan nog even in de buurt zoeken, maar ook daar kunnen we hem niet vinden.

Ik besluit de eigenaresse maar een bericht te sturen, misschien kan zij ons vertellen wat we moeten doen. Zij reageert echter heel rustig en ze denkt dat hij gewoon ergens onder een struik zit. Hopelijk is dat inderdaad het geval en zien we hem morgenvroeg weer lopen. De hele avond regent het en dus kruipen we met een boekje op de bank.

Maandag 18 september rijden we naar La Rochelle. Het is een grote en drukke stad, niet helemaal ons ding. We gaan op zoek naar een winkel voor vloeistof voor de elektronische sigaret. Bij de haven zien we een viskar staan met tafeltjes aan het water. We nemen een portie mosselen en een gebakken vis. De mosselen zijn niet bijzonder en vullen de maag ook niet. De gebakken vis is wel erg lekker, maar door alle graatjes is het bijna niet weg te krijgen.

Dinsdag 19 september pakken we ons boeltje weer in en zoeken we in de tuin nogmaals tevergeefs naar de schildpad. We rijden naar Coux en kunnen natuurlijk het huisje weer niet vinden. Ik besluit het bij een bewoner te proberen, maar hij spreekt alleen Frans. Als ik mijn telefoon laat zien en zeg dat ik Annie zoek weet hij wel waar ik moet zijn. Hij gebaart dat wij achter hem aan moeten rijden en hij zet ons heel lief bij de juiste woning af.

Annie is een oudere vrouw en woont samen met haar hondje op een mooi perceel. Tegenover haar woning staat een groot oud huis waar wij zullen verblijven. Het huis is groot en we mogen ook gebruik maken van een groot veld met fruitbomen. De grote woonkeuken is erg gezellig en er zijn drie slaapkamers en twee badkamers. Annie is zeer vriendelijk en het huis is onberispelijk schoon. Ze heeft ook werkelijk aan alles gedacht, alles is aanwezig. We zetten gelijk de wasmachine aan en genieten tussen de fruitbomen van het mooie weer.

Woensdag 20 september blijft mijn hart stil staan als ik op de keukenmuur een hele grote spin zie zitten. Het is een joekel, maar sinds mijn spinnen-avontuur in Nepal blijf ik er wel rustiger onder. Hij moet natuurlijk wel verdwijnen en Stefan pakt de stofzuiger. Dat vind ik toch wat minder en ik verplicht hem om dat ding buiten te zetten mocht die spin toch besluiten om weer naar buiten te wandelen.

Anne komt ons dan druiven brengen en kijkt toch wel verbaast als ze haar stofzuiger buiten ziet staan. Ze vertelt dat er in de buurt een kleine markt is met lokale producten. Daarom rijden we een uur later naar Jonzac. Bij een bakkertje eten we een broodje en het personeel is heel vriendelijk en behulpzaam. Het blijkt ook nog eens een super leuk stadje te zijn; met gezellige middeleeuwse straatjes, een groot kasteel, een prachtig overdekte markthal en natuurlijk ook een kerk .

Als ik een pan op het vuur wil zetten valt wederom het gas uit. Gelukkig komt Annie gelijk onze kant op en blijkt zij wel een nieuwe gasfles op voorraad te hebben. Na het eten spelen we een spelletje rummikup aan de gezellige keukentafel.

Donderdag 21 september wordt ik vroeg wakker van alle jeukende muggenbulten en zelfs Stefan heeft er last van. Na het ontbijt en een frisse douche vertrekken we naar St. Emilion. Bij aankomst moet ik dringend naar het toilet, maar we hebben geen kleingeld. Aan de andere zijde zie ik wel een urinoir, die ook best laag hangt. Ik kan het niet langer ophouden en besluit om boven die bak te gaan hangen. Op dat moment komt er net een man aan en hij schrikt zich rot. Ik ben mijn plasje in ieder geval kwijt.

Het is een mooie dorp, maar wel erg toeristisch. Er zijn eigenlijk alleen wijnwinkels en de mensen op straat zijn wat kakkerige types. Wij willen ook wel even wijn proeven en een flesje kopen. Er staat echter een Amerikaan in de winkel die zichzelf geweldig vindt. Hij vertelt stoer dat hij hele dure flessen wijn heeft en er nog een paar gaat kopen. Wij ontwikkelen spontaan een kater, zonder een slok alcohol gehad te hebben. De verkoper is grappig genoeg ook niet onder de indruk. Bij de pizzeria zien we dan ook nog dat een simpele Margherita 19 euro kost. Wij houden het voor gezien en gaan terug naar de auto.

Op de kaart zoeken we naar andere plaatsen en gaan naar Bergerac. Het is een leuke stad met een oude en nieuwe gedeelte. Het regent en we schuilen met een kopje koffie. In het nieuwe gedeelte zijn moderne winkels aanwezig. Ik krijg een flesje Monoï de Tahiti huidolie van Stefan.

Vrijdag 22 september rijden we naar Oradour-sur-Glane. In dit dorp werden tijdens de oorlog door de SS-ers alle toegangswegen geblokkeerd. De Duitsers dachten namelijk dat er in dit dorp wapens verborgen werden gehouden. Alle mannen worden doodgeschoten, terwijl vrouwen en kinderen verbranden na een explosie. In een paar uur tijd wordt een complete dorp verwoest, waarbij 642 mensen omkomen. Slechts zes dorpelingen weten aan deze gruwelijkheden te ontsnappen.

Het voelt raar om hier te lopen, overal staan gebouwen met daarin nog allerlei spullen. Op het plein staat de auto van de burgemeester. Op elk gebouw hangt de naam van de bewoners en hun beroep. Er is ook een begraafplaats waar de slachtoffert begraven zijn. Het is niet voor te stellen wat deze mensen hebben meegemaakt.

In Cognac-la-Foret slapen we een nachtje bij mensen in huis. We zitten de hele avond, met de poezen, gezellig in de tuin. Het stinkt in de badkamer, maar we zijn blij dat we een bed hebben. De volgende ochtend rijden we in veertien uur terug naar huis toe.