Fez 2015

Fez 2015

Donderdag 17 december vertrekken we vroeg naar luchthaven Weeze. Het inchecken gaat vlot en rond 7:15 uur stijgen we op. Het is drieënhalf uur vliegen naar Marokko. Als we het vliegtuig uitstappen schijnt het zonnetje gelijk op onze bol. Helaas duurt het uitchecken lang aangezien alle bagage door een scanner moet. Ze kijken maar half op het schermpje en dus mag iedereen gelukkig wel direct door lopen.

In de hal staat een geldautomaat, maar er komt geen geld uit. De melding op het scherm is in het Frans en verdwijnt voordat je het überhaupt hebt kunnen lezen. Niet wetend of het geld nu wel van de rekening is afgeschreven besluiten we toch maar naar buiten te gaan. Op de parkeerplaats staat Kamal al op ons te wachten. Hij is de eigenaar van de Riad die we geboekt hebben en voor een beetje extra geld komt hij ons van de luchthaven afhalen.

Hij woont aan de rand van de Medina, waar de smalle straatjes met een auto nog net bereikbaar zijn. Het terrein is afgesloten met een grote ijzeren poort en er hangt een bord met de naam ‘Palais El Mokri’. Het is ooit een prachtig gebouw geweest, maar is inmiddels wat vervallen. Kamal vertelt trots dat zijn vader, die inmiddels 108 jaar oud is, een belangrijke minister in Marokko is geweest.

Hij brengt ons naar een heel klein en knus appartementje. Er staat een bed met vrolijk gekleurde kussentjes. Voor het bed staat een oncomfortabel bankje en een klein tafeltje. De badkamer is in verhouding vrij groot. Via een gammel trapje kom je op de eerste etage in een keukentje. Het is vreselijk koud in het appartement en het duurt ook even voordat Kamal het kleine straalkacheltje aan de praat krijgt. Het kacheltje is veel te klein om de gehele ruimte te verwarmen en ik laat ‘m het hele weekend dus maar flink doorjoekelen.

Aangezien het buiten met vijfentwintig graden een stuk warmer is, besluiten we direct op pad te gaan. We lopen door een aantal straten en zijn dan ineens in de Medina, een wirwar van 9500 smalle straatjes. Er rijden hier ook geen auto’s en is alleen toegankelijk met een ezel of handkar. Het is super leuk om te zien en je waant je echt in een andere wereld. Overal zie je kleine winkeltjes, alles is heel kleurrijk en vaak ruik je de geur van specerijen of eten. De oudere dames zijn gekleed in een lang gewaad en hoofddoek, terwijl veel jonge vrouwen wel een broek dragen.

Ineens zien we bordjes hangen van restaurant ‘Ruined Garden’, op internet hebben we gelezen dat je hier lekker kunt eten. Helaas is het restaurant nog gesloten en ook hebben we nog steeds geen Dirham. We gaan dus op zoek naar een geldautomaat, wat niet eenvoudig blijkt te zijn. Inmiddels beginnen we ook wel honger te krijgen. Bij een klein bakkertje zie ik een broodje liggen, het prijskaartje geeft aan dat het 1 Dirham kost (omgerekend 0,10 eurocent). Ik probeer met handen en voeten uit te leggen dat we honger hebben en alleen met euro’s kunnen betalen. De man is echter niet geïnteresseerd in euro’s, maar hij is wel zo lief om ons het brood te schenken.

Een andere man, die ook bij het winkeltje staat, geeft twee kleine jongens de opdracht om ons naar een geldautomaat te brengen. Uiteindelijk komen we bij een bank aan, waar ook een pinautomaat aanwezig is. Helaas geeft ook deze machine geen geld. In de bank probeer ik uit te leggen wat er aan de hand is en de medewerker loopt zelfs mee naar buiten. Dan bedenken we ineens dat we de pas niet hebben geactiveerd voor werelddekking. Gelukkig heeft Stefan ook zijn creditkaart meegenomen en kunnen we hiermee wel geld opnemen.

Eerst eten we ons brood op en dan gaan we weer verder. We lopen langs de kleine winkeltjes tot we op een markt uitkomen. Op de markt kopen we nog wat brood, bananen, verse munt en nougat. Dan zien we een overdekt kraampje met een paar tafels en stoelen en we hopen dat we hier iets kunnen drinken. Een vriendelijke man vraagt direct of we koffie en thee willen en dankbaar nemen we plaats in het viezige tentje.

Tijdens het wachten zien we dat verschillende mannen met vis binnenkomen, de eigenaar bereidt het dan op zijn bbq. De vis wordt vervolgens gretig met wat brood naar binnen gepropt. Het vieze bord gaat even door een emmertje met zwart smerig water en is weer klaar voor de volgende klant. Het is grappig om te zien en ondanks dat ik de enige vrouw ben wordt er niet eens vreemd gekeken als ik een sigaret neem.

De eigenaar legt dan een papiertje op onze tafel met daarop twee visjes om te proeven. Het is een beetje klooien met de graadjes, maar het smaakt goed! Dan verschijnt ook eindelijk een kopje koffie, die blijkbaar ergens anders gehaald is. Echter vliegt er een bij in het kopje en direct wordt er weer nieuwe koffie voor Stefan gehaald. Gelukkig hebben we geen haast, want ook mijn thee is nog steeds niet klaar.

Als onze kopjes leeg zijn verschijnt er een man die blijkbaar wel onder de indruk is van mijn aanwezigheid. Ongegeneerd blijft hij naar me staren, het lijkt wel alsof ik net van Pluto ben gekomen en ieder moment zou kunnen ontploffen. Ik krijg er een ongemakkelijk gevoel van, we rekenen dus af en gaan er snel weer vandoor.

Restaurant ‘Ruined Garden’ kunnen we makkelijk terugvinden en in de patio-tuin is het rustig en gezellig. We bestellen kalkoenspies, gevulde balletjes, ei met vlees, een soort loempia en een gerecht met kaas. Het smaakt heerlijk en voor dit alles betalen we ongeveer vijfentwintig euro. Inmiddels is het flink afgekoeld en we gaan dus terug naar onze Riad.

Er blijkt helaas geen warmwater te zijn en ik loop naar het huis van Kamal om zijn hulp te vragen. Hij belooft direct te komen en ik laat de voordeur dus voor hem op een kier staan. De eigenaar is echter een hele nette man en blijft net zo lang kloppen tot ik de deur helemaal open en hem uitnodig om binnen te komen. Kamal krijgt het probleem helaas niet verholpen en schakelt een monteur in.

Het is wel lekker dat alle communicatie over dit technische probleem via Stefan verloopt. Waarschijnlijk is dit geen vrouwen-onderwerp, ondanks dat ik op mijn werk dagelijks dit soort storingen afhandel. Het wordt wel steeds kouder in de kamer omdat de voordeur de hele tijd openstaat. Ik ga, met mijn kleding aan, onder het dekbed zitten en lees rustig een boekje. Het valt me op dat ook de monteur heel erg zijn best doet om in het voorbij lopen niet richting het bed te kijken.

Vrijdag 18 december word ik wakker na een slechte nacht. Het is ook nog steeds erg koud in de kamer. Ik stap onder de warme douche, die na een paar minuten helaas weer koud wordt. Klappertandend probeer ik driftig om toch warm water uit de kraan te krijgen. Ik hoor de ketel wel telkens aanslaan, maar hij slaat net zo spontaan weer uit. Met kleding aan ga ik onder het straalkacheltje zitten om weer een beetje op te warmen. Het ontbijt is ook niet bijzonder, we hebben alleen droog brood en bananen.

Het is buiten inmiddels weer wat warmer geworden en we zitten even lekker in het zonnetje voor ons appartement. Er loopt ook een heel leuk hondje die mijn hart gelijk steelt. Tegen de middag lopen we naar een groot overdekt winkelcentrum in het nieuwe gedeelte van Fez. Het is ongeveer dertig minuten lopen. Al snel stuiten we op een Burger King en hier eten we natuurlijk even een Halal-burger. Verder heb ik een warme trui gekocht en ook hebben we wat boodschappen gedaan.

Op het dakterras van het winkelcentrum zit een restaurantje waar we in het zonnetje een warme chocolademelk en een koffie drinken. We zitten lekker in een t-shirt en de zon brandt vrolijk op onze armen. Dit is echt even genieten en we hebben dan ook geen haast om terug te gaan. Aan het eind van de middag begint de temperatuur weer te dalen en dus lopen we rustig terug naar de Medina.

Wederom zijn we op zoek naar een geldautomaat, maar kunnen er uiteraard geen vinden. Alles lijkt hier ook op elkaar; het is een groot doolhof met af en toe een herkenningspunt. We vragen een jongen of hij ons de weg kan wijzen en het kost ons moeite om hem bij te houden. Af en toe steekt hij zijn hoofd om de hoek om te kijken waar we blijven. Na het pinnen geven we de jongen een euro voor de moeite, wat hij uiteraard niet genoeg vindt. Hij blijft nog even volhouden tot Stefan en ik in koor ‘that’s enough’ roepen.

Als we terug in het appartement zijn vraag Kamal of we zin hebben in zelfgemaakte couscous. Rond 19:00 uur klopt hij op onze deur en brengt een tajine binnen. Als we de deksel omhoog doen zien we couscous met pompoen, wortel, aubergine, tuinbonen, kool en kip. Het is heel erg lekker en met volle buikjes besluiten we om met een boekje in het warme bed te gaan liggen.

Zaterdag 19 december beginnen we met een lekker ontbijtje. Deze keer hebben we brood met vleeswaren, gebakken ei en brie. Helaas geeft de douche ook nu weer koud water, dus fris en fruitig gaan we op pad. We gaan op zoek naar Cafe Clock en de leerlooierij, maar uiteraard kunnen we beiden niet vinden. Op een terras drinken we een drankje en we vragen de eigenaar gelijk even naar de leerlooierij. Hij schrijft de Arabische naam op een blaadje zodat we deze aan een taxichauffeur kunnen geven.

Er rijden in Fez kleine rode taxi’s, deze zijn officieel en werken met een meter. Alleen lijken ze op dit moment nergens te vinden. We besluiten dan toch maar een illegale taxi te nemen. Voor het instappen herhaal ik de prijs ‘fifteen’ driemaal, zodat we achteraf geen misverstanden met de chauffeur krijgen. Het is een flink stuk rijden, maar uiteindelijk komen we bij onze bestemming aan.

De chauffeur stelt zichzelf beschikbaar als gids, maar ik verzeker hem dat we geen gids nodig hebben. Hij zet ons dan af bij een aantal hoge gebouwen en ik krijg het gevoel dat de chauffeur het toch niet helemaal begrepen heeft. Dan staat er ineens een man naast de auto die op een foto van een leerlooierij wijst, we zijn hier blijkbaar toch goed. Als ik wil afrekenen probeert onze chauffeur toch ineens ‘fifty’ voor het ritje te vangen, maar dat gaat uiteraard niet door. Hij vraagt dan of hij op ons mag wachten om ons ook weer terug te brengen, hiermee gaan we akkoord.

De man met de foto neemt ons mee, we lopen een gebouw in en als ik alle winkeltjes zie voel ik de bui al hangen. Na heel wat trappen beklimmen staan we op het dak van het gebouw. Normaal zou je vanaf het dak uitzicht hebben over de verfbakken, maar op dit moment wordt alles door Unesco gerestaureerd. Er is hier dus helemaal niets te zien en we voelen ons behoorlijk belazerd. Ik ben dus ook niet van plan om deze man iets te betalen of in zijn winkel te kijken. Hij is hierdoor ook flink geïrriteerd en zo staan we vijf minuten later weer beneden.

De chauffeur zit net aan de overkant aan een kopje koffie en kijkt zeer verbaast als hij ons weer ziet. Onderweg probeert hij toch weer geld aan ons te verdienen door ongevraagd bij een pottenbakkerij te stoppen. Er verschijnt een man die een ellenlang verhaal over klei houdt, het is duidelijk dat we uiteindelijk weer in een winkeltje eindigen. Ik heb hier echt geen zin in en ik vind het ook totaal niet interessant. Gelukkig denkt Stefan er net zo over en vriendelijk doch dringend blaas ik ook deze rondleiding af. De man is zichtbaar boos en haalt direct onze chauffeur.

In de auto vertel ik de chauffeur nogmaals dat hij ons terug moet brengen. Als je denkt dat het nu toch wel duidelijk is, heb je het mis! Hij besluit ons nog even naar het Koninklijke Paleis te brengen, pas als ook dit niet aanslaat worden we eindelijk weer bij de poorten van de Medina afgezet. We hebben inmiddels honger en mijn blaas staat op knappen.

We gaan op zoek naar een restaurant, maar we worden telkens door iedereen meegenomen. Het lijkt nu misschien alsof de inwoners van Fez erg vervelend zijn, maar dat is zeker niet het geval. Je kunt hier ongestoord rondlopen, maar ze spreken je wel direct aan als je zoekende bent. Uiteraard hopen ze op deze manier een centje te verdienen, maar ze zijn vriendelijk en niet (te) opdringerig. Wij geven aan dat we graag in het zonnetje willen eten. Door de hoge gebouwen en de nauwe straatjes is er in de Medina weinig zon te vinden. Je bent dus aangewezen op een dakterras.

De jongen neemt ons mee naar een restaurant. Na flink wat trappen staan we inderdaad hijgend op een dakterras. Ik zie alleen maar toeristen en alle plekjes in de zon zijn al bezet. We gaan dus terug naar beneden en buiten worden we direct onderschept door een andere man. Hij neemt ons mee naar chique restaurant. Het ziet er erg leuk uit, maar we schrikken van de prijzen op de menukaart. Hij geeft dan een andere kaart waarop ook kleinere gerechten staan. Ik geef aan dat ik eigenlijk in de zon wil zitten en gelijk loopt hij naar boven om voor ons het dakterras te openen. We besluiten dit restaurant te nemen, al is het maar omdat ik nu toch dringend naar een toilet moet.

Daar zitten we dan gezellig met zijn tweetjes op een privé dakterras. Het zonnetje schijnt en ook het uitzicht over de medina is schitterend. Dit is toch genieten in december! We bestellen een colaatje, een portie lamskoteletten en een pasteitje gevuld met duivenvlees, kaneel en suiker. Het eten is erg lekker! Om de man, die telkens alle trappen op moet, tegemoet te komen drinken we beneden de koffie. Het restaurant is heel erg mooi, het heeft hoge plafonds met allerlei versiering. De koffie wordt geserveerd met lekkere koekjes. Dan zie ik echter iets onder tafel schieten; volgens mij een rat! Geen prettig idee als je teenslippers draagt en daarom vragen we snel om de rekening.

Terug in de Medina weten we niet meer welke kant we op moeten. We komen in gedeelte waar ze koperen potten maken, erg leuk om te zien. We hebben al heel wat straatjes gehad, maar nog steeds hebben we geen idee waar we zijn. We besluiten uit de medina te gaan en er omheen te lopen tot we bij de juiste ingang zijn. We weten echter ook doen niet welke kant we op moeten lopen en dus houden we een taxi aan. De chauffeur kent echter tot onze verbazing de ingang ‘Bab Ziar’ niet. Hij rijdt met ons rond en vraagt regelmatig de weg aan mensen op straat.

Als hij een straatje inslaat herkennen we het ineens weer, de naam van deze ingang heet echter ‘Bab ZiaT’. We waren dus blijkbaar niet heel erg verdwaald, maar met de taxi ging het zeker sneller. In ons appartement kleden we ons even wat warmer aan en gaan dan voor het avondeten weer naar restaurant ‘Ruined Garden’. Ze hebben gezellig een vuurkorf aangestoken en hierdoor is het goed vertoeven in de tuin. We nemen alleen een soepje aangezien we nog een beetje vol zitten van de lunch. De kippensoep van Stefan is erg lekker, maar mijn pompoensoep is de lekkerste die ik ooit geproefd hebt. Ik krijg ook nog een heerlijk drankje van verse dadel en orange blossom melk. Dit is helaas alweer onze laatste avond in Fezz.

Zondagochtend 20 december staat Kamal netjes om 7:00 uur klaar om ons naar het vliegveld te brengen. We drinken een bakje koffie en vullen het uitreisformulier in. We worden al direct bij het eerste punt tegengehouden door een bewaker. Ondanks dat we al een boardingpass hebben en geen bagage hoeven in te checken, moeten we ons blijkbaar toch eerst bij een incheckbalie melden. Hier krijgen we van een chagrijnige medewerker een stempel op onze boardingpass.

Bij de douane staan we als sardientjes in blik in een veel te krappe ruimte. Er zijn maar een paar loketten open en ondanks dat er voldoende personeel rondloopt wordt er toch geen extra loket geopend. Het personeel staat gezellig met elkaar te kletsen en de controle van paspoorten lijkt totaal geen prioriteit te hebben. Doordat ook de bagagecontrole direct achter douane is stroomt het al helemaal niet door.

Tot overmaat van ramp zijn de medereizigers flink aan het duwen en voordringen. Vooral de oudere Marokkaanse vrouwen blijken hier erg goed in te zijn en ze hebben blijkbaar het idee dat wachtrijen niet voor hen bedoelt zijn. Iedereen laat het ook gewoon gebeuren en wacht rustig af. Inmiddels is het er bloedheet geworden en wij dragen ook nog eens warme kleding en een winterjas. Na een uur wachten hebben we het loket eindelijk bereikt en we zijn dolblij met de stempels in onze paspoorten.

Dan staan we tussen twee douanehokjes ingeperst en we hopen de bagageband ooit te bereiken. Het begint steeds harder te duizelen in mijn hoofd en ook de tijd begint inmiddels te dringen. Het personeel heeft echter nog steeds geen enkele haast. Dan voel ik weer hard geduw in mijn rug en ondanks dat ik geen kant op kan probeert een vrouw DOOR mij heen te lopen. Op dat moment is mijn lontje ontstoken en ook direct opgebrand; ik geef haar een snauw en blijf standvastig voor haar staan. Hondsbrutaal blijft ze persen en wringen, maar als een brede rugby-speler scherm ik mijn plek af. Dan hoor ik een jongen naast haar een aantal maal iets tegen haar zeggen, blijkbaar heeft hij haar teruggefloten want vanaf dat moment blijft ze netjes op haar beurt wachten.

Ik zie een beambte een bak op de loopband zetten en ondanks dat ik er nog een stukje vandaan sta lukt het me om mijn bagage erin te gooien. Daarna begin ik wat mensen aan de kant te duwen om bij mijn bagagebak te kunnen blijven. Ik begin in de gaten te krijgen hoe het hier werkt en tot mijn verbazing sputtert ook nu niemand tegen. Als je denkt dat je het ergste dan wel gehad hebt, zie je ineens een beambte naar je schoenen wijzen. Met mijn hoofd naar beneden probeer ik hinkend de veters los te maken. Mijn hoofd verandert in een oververhitte en bonkende bal, terwijl het zweet in stralen over mijn rug loopt.

Ik pleur uiteindelijk mijn schoenen gefrustreerd in een bagagebak, wat inmiddels de bak van Stefan blijkt te zijn. Hierna moet ik nog even door de metaaldetector terwijl mijn waardevolle spullen al onbeheerd aan de andere kant klaar staan. Ondanks dat het apparaat geen geluid maakt wordt iedereen toch gefouilleerd. Als ik naar onze bagage loop zie ik dat Stefan voor de metaaldetector staat. Ik wil snel even in mijn schoenen stappen, maar de beambte begint direct te gebaren dat ik mijn spullen weg moet halen. Ik moet van hem dus (op mijn sokken!) drie zware bagagebakken naar de wachtruimte slepen. Eerst hebben zij totaal geen haast, maar nu moet ik dus ineens vaart maken?

Terwijl ik nog aan het bedenken ben hoe ik zijn kop het makkelijkste van zijn romp kan trekken, begint ook een andere beambte zich ermee te bemoeien. Hij beveelt ineens dat ik de bakken op een metalen tafel moet zetten. Ik pak braaf een bak en pleur hem op de metalen tafel, wat uiteraard een behoorlijke klap geeft. Het voelt zo lekker dat ik het met de tweede en derde bak nog eens dunnetjes over doe. Ik realiseer me op dat moment dat dit geen slimme actie is en ik probeer uit alle macht om mijn kwade gezicht weer terug in de plooi te krijgen.

Als ik omhoog kijk zie ik Stefan aankomen lopen en ook zijn hoofd staat duidelijk op ‘onweer’. Ik wil net tegen hem zeggen dat hij wat vriendelijker moet kijken, maar dan is het al te laat. De ambtenaar zegt autoritair dat hij alsnog onze tassen wil controleren. Ik kijk hem vriendelijk aan, rits de tas open en wens hem in gedachten succes met mijn gedragen ondergoed. Het is duidelijk dat hij ons gaat laten zien dat hij de macht heeft en hij zal dus zeker iets in onze tas gaan vinden. Terwijl hij de tas doorzoekt zetten we allebei een voet op tafel en beginnen ongeïnteresseerd onze veters te herstrikken. Na lang zoeken neemt hij twee aanstekers in beslag…ik ben erg onder de indruk…not!

Na dit avontuur gaan we eerst naar de rookruimte om weer een beetje te kalmeren. De sigaretten steken we aan met een (derde!) aansteker die nog in een jaszak zat. We moeten inmiddels ook wel erg lachen, maar het was natuurlijk niet slim om boos te worden in een vreemd land. De vlucht gaat verder voorspoedig en tweeënhalf uur later zijn we terug in Weeze.