Cambodja 2013

Cambodja 2013

Zondag 29 september stap ik met een lichte twijfel het vliegtuig in. Ik heb al een paar dagen migraine, een druk op mijn oor en soms bloed uit mijn neus. Uiteraard wil ik graag vertrekken, maar ergens ben ik ook een beetje bang dat ik straks in een vreemd land misschien ziek word. Vanmorgen heb ik maar een overdosis aan pijnstillers genomen en ik besluit het risico te nemen.

Naast mij in het vliegtuig zit een vreemde jongen. Hij heeft hele gesprekken in zichzelf en dit werkt behoorlijk op mijn zenuwen. Na een tijdje besluit hij mij tot zijn gesprekspartner te bombarderen. Hij pakt zijn laptophoes, die gevuld is met papieren en laat werkelijk alles zien. Een uurtje later heb ik al zijn persoonlijke gegevens in kaart.

Dan laat hij een foto van zijn grote liefde zien; een oud zeilschip uit Rotterdam. Dit schip is op rondreis en vaart op dit moment in de buurt van Canada. Mijn buurman is daar naar onderweg en zal drie maanden als matroos meevaren. Twee uur later (en inmiddels matrooswaardig!) vertel ik hem dan toch vriendelijk dat ik even een filmpje wil gaan kijken. Het is een aparte jongen, maar wel aardig.

Na elf uur vliegen kom ik maandag 30 september in Hong Kong aan. Alles staat netjes aangegeven, er is gratis wifi en om de honderd meter is er wel een rookruimtes te vinden. Ik moet tweeënhalf uur wachten voordat we doorvliegen naar Cambodja. Terug in het vliegtuig krijgen we veel last van turbulentie. Het is een hobbelige vlucht, maar juist hierdoor kan ik ook eens een uurtje slapen.

Als we eenmaal boven Cambodja vliegen zie ik alleen maar water. Hier en daar steekt er een dak of een boomtop bovenuit. Het lijkt wel alsof het hele land onder water staat en daar schrik ik toch wel een beetje van. Gelukkig blijkt het slechts een bepaald gebied te zijn en kom ik dus niet in een noodsituatie terecht. Het een droge, stralende dag en de temperatuur schat ik rond de dertig graden in.

Bij de douane gaan ze snel door de papieren rompslomp heen en voor ik het weet zit ik in een tuktuk. Ik moet even wennen aan de chaos en de stank, maar dit lijkt nu eenmaal bij grote Aziatische steden te horen. Mijn guesthouse heeft iets weg van op een garagebedrijf. De lobby is niet meer dan een betonnen hok, waar brommers en motoren geparkeerd staan. Boven zijn meerdere kamers die verhuurd worden. Het is oud, een beetje viezig en er is ook geen warm water aanwezig. Er is gelukkig wel een wifi-verbinding. Deze kamer kamer kost slechts 6,00 euro per nacht, dus ik mag niet klagen. Ik besluit om er twee nachten te blijven.

Ik ben best wel moe van de reis, maar ik wil toch graag de omgeving even verkennen. Sowieso moet ik een restaurant vinden waar ik een hapje kan eten. Ik deel snel mijn handtas opnieuw in, verruil mijn schoenen voor teenslippers en dan wandel ik vrolijk naar buiten. Onderweg maak ik eerst een aantal foto’s en na een tijdje kom ik restaurantje tegen. Hier score ik voor slechts 2,50 euro een heerlijke maaltijd. Na het eten wandel ik langs een markt en kom ik uiteindelijk bij de rivier uit. Er zitten mensen te genieten van het verfrissende windje, een paar kinderen spelen in het vieze water en er zijn ook twee jongens aan het vissen.

Ik ga op een muurtje zitten en zie dan ineens iets in het water voorbij drijven. Het lijkt een grote spin, maar ik heb nog nooit een spin zien zwemmen. Het zal dus wel een graspol zijn. De vissers beginnen dan echter ook ineens naar de ‘graspol’ te wijzen en op dat moment zet het beest een poot of acht aan wal. Ondanks de hitte lopen er nu toch echt rillingen over mijn lijf. Het is tijd om snel verder te lopen.

Een eindje verderop raak ik in gesprek met een vriendelijke Amerikaanse man. Het is een beetje een nerd, maar ik ga op zijn uitnodiging in om samen even een biertje te drinken. De man vertelt dat hij bij vrienden logeert, maar zich verveelt als zij overdag aan het werk zijn. Tijdens het gesprek laat hij duidelijk merken dat hij mee wil gaan naar de Killing Fields, maar ik ga toch echt liever alleen op pad. Na een half uurtje nemen we weer afscheid en ik ga terug richting het guesthouse.

Ik merk echter al snel dat alle straatjes erg op elkaar lijken. Na anderhalf uur zoeken is de lol er wel vanaf en moet ik bekennen dat ik verdwaald ben. Tijdens het indelen van mijn tas ben ik vergeten om het kaartje van het guesthouse mee te nemen. Ik weet het adres dus niet en ik kan me zelfs de naam niet meer herinneren. Ik probeer het eerst aan een paar tuktuk-chauffeurs uit te leggen, maar zij gebaren alleen maar dat ik in moet stappen. Als we echter niet weten waar we naar toe moeten rijden, dan heeft een ritje ook geen zin.

De mensen op straat spreken geen Engels en de meeste negeren me gewoon. Ik ben nu al verschillende keren door alle straten gelopen en de moed begint me echt in de schoenen te zakken. Het is inmiddels al vier uur later en het begint ook nog eens donker te worden. Ik krijg soms wel een waarschuwing dat ik mijn tas goed vast moet houden om niet berooft te worden, maar er is verder werkelijk niemand die me wil helpen.

Ik vervloek dit land inmiddels en ik heb er spijt van dat ik gisteren toch vertrokken ben. Dan zie ik een apothekersbordje in de verte aan een gevel hangen. Een apotheker heeft vast een goede opleiding genoten en spreekt hierdoor misschien wel Engels? Gelukkig blijkt de deur open te zijn en in de zaak staat een nette vrouw. Ik probeer haar uit te leggen dat ik verdwaalt ben, maar helaas spreek ook zij geen Engels.

Mijn grens is dan bereikt en ik breek. De vrouw ziet de tranen in mijn ogen staan en gebaart dan dat ik even moet wachten. Een paar minuten later komt ze terug met een klein jongetje. Het blijkt haar twaalf jarige zoon te zijn en hij spreekt gelukkig wel een klein beetje Engels. Ik vertel de jongen dat ik verdwaald ben en al uren aan het zoeken ben. Hij legt vervolgens alles uit aan zijn moeder en dan word ik aan mijn arm naar buiten getrokken.

De vrouw laat mijn arm ook niet meer los. Ze is ineens zo bezorgt dat ze me zelfs helpt met oversteken. Daarnaast blijft ze maar gebaren dat ik mijn tas goed moet vasthouden. Ik word langs verschillende mensen getrokken en ik moet dan telkens de eerste foto op mijn camera laten zien, in de hoop dat iemand de plek herkent. Er wordt druk overlegt terwijl ik in een tuktuk geduwd word. We rijden door de straten van Phnom Penh en regelmatig worden voorbijgangers aangesproken. Een half uur later sta ik dan ineens voor de deur van mijn guesthouse.

De vrouw haalt de eigenaar naar buiten en ook hij lijkt bezorgt als hij het verhaal hoort. Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe dankbaar ik deze mensen ben! Het zoontje vertelt dat zijn moeder heel verdrietig werd toen ze mijn tranen zag en dat ze blij is dat ze me heeft kunnen helpen. De vrouw heeft mij ook inderdaad als een moedergans onder haar veilige vleugels genomen. Ik besluit het jongetje tien euro te geven zodat hij hier schoolspulletjes van kan kopen. Daar willen ze echter pertinent niets van weten en zelfs de tuktuk mag ik niet betalen.

Zijn moeder lijkt alleen geïnteresseerd te zijn in mijn planning voor de komende dagen. Ik vertel haar dus dat ik morgen naar het museum en de Killing Fields wil gaan. Dat vind ze duidelijk geen goed idee en regelt dat onze tuktuk-chauffeur mij morgen brengt. Ik maak dus braaf een afspraak met hem. Het jongetje zegt dat zij me morgenavond weer komen ophalen en dan trakteren op eten. Het is een beetje de omgekeerde wereld, maar ik waardeer het enorm. Ik bel nog snel even met Stefan. Rond 20:30 uur lig ik in bed en val direct in slaap.

Dinsdagochtend 1 oktober word ik uitgerust wakker. Ik duik onder de koude douche en heb er zin in om vandaag toch weer op pad te gaan. Naast mijn guesthouse zit een klein winkeltje. Ik koop hier voor 2500 Riel (0,48 eurocent) een flesje water en een pakje sigaretten. Dan verschijnt de chauffeur en aangezien ik nog niets gegeten heb rijd hij eerst even langst de markt. Er is niet erg veel keuze, dus ik koop een paar mandarijnen en bananen.

We rijden eerst naar Tuol Sleng, het genocide museum. In deze oude school hebben tussen 1975 en 1978 ongeveer twintigduizend mensen gevangen gezeten. Zij werden door de Rode Khmer ondervraagd en gemarteld. Hierna werden ze naar de Killing Fields gebracht en geëxecuteerd. Het is onvoorstelbaar om de cellen en martelkamers te zien, wetende dat dit nog niet eens zo lang geleden gebeurd is.

Ik merk dat het me heel erg raakt en ik ben dan ook blij dat ik onderweg even wat afleiding krijg. In de afgelopen jaren heb ik gezien dat mensen veel kunnen vervoeren op een scooter. Ik zie nu echter een vader, een moeder en twee kinderen op een scooter voorbij rijden. Als ik dan ook nog eens vier levende kippen uit een plastic tasje zie steken, schiet ik toch in de lach. De vrouw lijkt het te snappen en schenkt mij een grote glimlach terug.

Verder is er een hoop hectiek op straat en in het verkeer. En een vrachtwagen die een tijdlang zijn uitlaat in onze tuktuk leegblaast. Ik vind een tuktuk ook helemaal geen prettig vervoersmiddel. Ze rijden slechts dertig kilometer per uur en als toerist val ik extra op omdat ik vandaag een hemdje heb aangetrokken. Blote schouders zie je in dit soort landen niet en meestal houd ik daar ook wel rekening mee.

Choeung Ek zijn de bekendste killing fields van Cambodja. In de jaren zeventig hadden mensen geen idee wat zich hier achter de hoge muren afspeelden. In de nacht werden de gevangenen in bussen gebracht. De buitenwereld hoorden alleen het geluid van generatoren en harde muziek. Die muziek werd echter gedraaid om het gegil tijdens de executies te overstemmen. Hun kelen werden met bladeren van de suikerpalm doorgesneden.

Niet iedereen was direct dood. De lichamen werden dan in een kuil gegooid en met een chemisch goedje (om stank tegen te gaan) overgoten. Inmiddels zijn sommige massagraven gedolven, maar er liggen nog steeds veel mensen onder de grond. Door de regenval komen regelmatig nog stukjes bot of kleding aan de oppervlakte te liggen. Er wordt gezegd dat de doden tevoorschijn komen omdat hun ziel niet kan rusten.

Ik vind het heftig om hier helemaal alleen rond te lopen. Regelmatig word ik door emoties overmand, dit is ook echt een bizarre plek. Het lijkt alsof je de gruwelijkheden en de zielen van deze mensen hier nog steeds kunt voelen. In het midden van het terrein staat een tempel met de schedels van de opgegraven slachtoffers. Het is wel erg goed dat ze hier ook Nederlandstalige audiosets hebben, op deze manier hoor je het hele verhaal.

We rijden over een bauxietweg terug en door alle kuilen lig ik bijna onderste boven in de tuktuk. Vier uur later ben ik weer terug bij het guesthouse en de chauffeur heeft zijn 12,50 euro dubbel en dwars verdient. Ik neem afscheid en besluit om in de buurt een restaurant te gaan zoeken. Ineens staat de chauffeur weer naast me en hij informeert wat ik aan het doen ben. Hij denkt vast dat ik weer verdwaald ben…

Als ik vertel dat ik ergens wil gaan eten moet ik weer in zijn tuktuk stappen. Hij neemt me mee naar een klein eettentje, waar alleen lokale mensen aanwezig zijn. Het gerecht is heerlijk, maar het is jammer dat ik niet met mijn tafelgenoot kan communiceren. Hij is echter wel erg blij als ik de rekening (3,00 euro) betaal. Ik geef aan dat ik zelf naar het guesthouse wil lopen en ik neem dus afscheid van de aardige chauffeur.

Als ik door de straten loop merk ik echter dat ik het ‘kolereding’ weer niet kan vinden. Ik weet echt niet wat er aan de hand is in dit land. Dan verschijnt gelukkig mijn reddende engel weer. De chauffeur kijkt me vol verbazing aan en wijst een stukje terug de straat in. Ik ben er dus blijkbaar langsgelopen, maar heb het pand weer niet herkent. Hij denkt onderhand dat ik minder hersencellen dan een gefrituurde kikker bezit!

Bij de receptie boek ik een busticket voor Siem Reap. Dat is een dagje eerder, maar niets is leuker dan je eigen planning omgooien. Eind van de dag word ik inderdaad door mijn kleine vriend en zijn moeder opgehaald. Zij vertelt dat het jongetje de hele dag ongerust is geweest en vanmiddag eigenlijk bij mijn guesthouse wilde gaan kijken. Ik vind het echt bijzonder dat een jongetje van twaalf zo bezorgt is over een vreemde vrouw.

Het restaurant oogt niet echt gezellig, zoals we in Nederland gewend zijn. Het eten wordt ook snel naar binnen gewerkt en veertig minuten later ben ik alweer terug op mijn kamer. De vrouw nodigt me opnieuw uit om op de laatste avond (als ik weer terug ben in Phnom Penh) samen met haar man en dochter in een groter restaurant te gaan eten. Ik voeg mijn kleine vriend ook nog even op Facebook toe, dan kan hij in het vervolg makkelijker informeren hoe het met me gaat.

Ik krijg direct een berichtje ‘people help people’ van hem, wat is het toch een lief mannetje. Zijn oudere zus stuurt me iets later ook nog een vriendschapsverzoek. Zij stuurt ook een berichtje omdat ze inmiddels toch ook wel nieuwsgierig is geworden en mij graag wilt ontmoeten. Ik ben dankbaar dat ik deze lieve mensen heb mogen ontmoeten en de steun die ze mij geven. Ik heb er gewoon een Cambodjaanse familie bij gekregen!

Via internet probeer ik nog even een onderkomen in Siem Reap te boeken. Ik mag de creditkaart van Stefan gebruiken, maar ik boek helaas de verkeerde dag. Ik mail de boeking-site om te vragen of zij dit aan het hotel willen doorgeven. Op de site zie ik nu echter dat de boeking als ‘no show’ staat aangegeven. Ik weet dus niet of dit wel goed gaat, maar ik besluit om te gaan slapen. Dit soort dingen moet je ook niet proberen te regelen als je moe bent.

Woensdag 2 oktober word ik al vroeg naar het busstation gebracht. Als een echte toerist heb ik een VIP-bus geboekt. Het is ook inderdaad een luxe bus. De stoelen zitten heerlijk en we krijgen een flesje water en een broodje. Er is zelfs airco en wifi aanwezig. Twee uur later begeeft de wifi-verbinding het helaas ook weer, maar dat mag de pret niet drukken. De reis blijkt ook geen zes uur te duren, maar negen uur! We rijden nu ook door een gebied dat inderdaad onder water staat.

Voor de lunch stoppen we bij een restaurant. Iedereen krijgt al snel een bordje eten, behalve mijn tafelgenoot en ik. Ik vraag tweemaal aan de bediening waar ons eten blijft, maar zonder resultaat. Aangezien ik ook nog naar het toilet moet en een sigaretje wil roken, besluit ik mijn drankje af te gaan rekenen. De eigenaar is blijkbaar wel onder de indruk van mijn gemopper, want ik hoef het drankje niet meer af te rekenen.

Ik heb er echter weinig aan, want de rest van de reis zal ik mijn honger met een paar droge biscuitjes moeten stillen. Om 18:00 uur komen we dan eindelijk in Siem Reap aan. Het is inmiddels donker, maar gelukkig is de mail wel bij het hotel aangekomen. Ik bestel een bordje eten en kijk op internet wat een vlucht naar Sihanoukville kost. De reis duurt per bus namelijk vijftien uur, terwijl het maar een uurtje vliegen is. Een ticket kost echter 120 dollar.

Donderdag 3 oktober begint de dag regenachtig. Na het ontbijt klaart het gelukkig op en vertrek ik naar Angkor Watt. Het tempelcomplex blijkt nog groter en mooier te zijn dan ik dacht. De chauffeur zet me bij de eerste tempel af en wacht tot ik weer terug kom. Dit is de bekendste tempel, die je ook altijd op foto’s ziet. Het is wel erg druk en daardoor is het lastig om mooie foto’s te maken. Aan de andere kant is het ook wel handig dat je soms iemand kunt vragen om een foto van je te maken. Na twee uur rondgekeken te hebben, ga ik terug naar mijn chauffeur.

Hij rijdt een paar kilometer verder en zet me dan bij het volgende complex af. Deze tempel blijkt weer een hele andere stijl te hebben dan de eerste tempel. In de rotsen zijn allemaal gezichten uitgekerfd en ik kijk hier mijn ogen uit. Dan is het tijd voor de lunch, dus ik word bij een eettentje afgezet. Er breekt een harde regenbui los en ik vermaak me kostelijk door naar alle rondrennende mensen te kijken. Sommigen hebben een paraplu, anderen een poncho…er rent zelfs iemand voorbij met een t-shirt met de tekst ‘No money, no honey’ boven zijn hoofd.

Na een tijdje stopt er een tuktuk voor het restaurant. Hij is helemaal dichtgeritst met plastic schermen en probeert het restaurant letterlijk in te rijden. Dan gaat er een rits open en vier bange (witte) gezichtjes kijken naar buiten. Ze blijven echter net zo lang zitten tot er uiteindelijk iemand met een paraplu verschijnt. Zelfs die twee stappen door de regen kunnen ze nu dus droog afleggen. Dan rijdt de tuktuk weg en is de paniek onder het gezelschap compleet.

Ze gaan aan een tafeltje zitten en je ziet duidelijk dat ze niet op hun gemak zijn. De menukaart lijkt ook niet aan de verwachtingen te voldoen en de geduldige serveerster wordt bekeken alsof ze ieder moment in brand kan vliegen. Vol verbazing bekijk ik dit tafereel. Ze zouden het zichzelf zoveel makkelijker maken als ze gewoon eens een glimlach op zouden zetten. En mocht je het allemaal echt niet leuk vinden; blijf dan vooral lekker thuis!

Het regent inmiddels zachtjes en ik ga dus snel op zoek naar mijn chauffeur. Hij brengt me naar het derde complex, maar dan is mijn geluk echt op; het komt met bakken uit de lucht vallen. Eerst schuil ik onder een grote oude boom, maar na een tijdje bezwijken de blaadjes onder de grote hoeveelheid aan regen. Ik trek een poncho over mijn hoofd en ga op pad. Mijn poncho blijkt knoopjes te hebben, maar die zijn helaas lam. Hij staat hierdoor half open en wappert achter me aan in de wind.

Als een half natte superman glijd ik op mijn spekgladde teenslippers door het water. Het complex is prachtig. Er staan grote oude bomen, die inmiddels helemaal met de gebouwen vergroeit zijn. Na een tijdje besluit ik om terug naar mijn chauffeur te gaan. Ik kan hem echter bij de uitgang nergens vinden. Dan legt iemand uit dat er nog een uitgang is, aan de andere kant van het complex.

Het is een flinke wandeling en dan blijk ik ineens weer bij dezelfde uitging te zijn. Ik begin er een beetje gefrustreerd door te raken, maar gelukkig is er een vriendelijke chauffeur die even meeloopt. Na drie keer door het hele complex te hebben gelopen ben ik blij mijn chauffeur weer te zien. Ik ben inmiddels moe, nat en ik heb het koud tot op het bot. De chauffeur brengt me daarom lekker terug naar het hotel.

Op mijn verdieping hebben ze inmiddels een hele familie geplaatst. Ze schreeuwen naar elkaar over de gang en in de kamer naast me zit ook nog eens een krijsende baby. Na een uur ben ik er helemaal klaar mee. Ik loop naar de balie en dreig dat ik een ander hotel ga zoeken, wat overigens een vals dreigement is. Gelukkig mag ik naar een bijgebouw verhuizen, waar het wel rustig is.

Ik zie op de gang een wifi-router hanger en ik heb hier inderdaad volle bak verbinding. In de vorige kamer moest ik namelijk mijn arm uit het raam steken om verbinding te hebben. Net als ik lig te dommelen, besluiten de bovenburen om hun kamer opnieuw in te richten. De verbouwing is inmiddels een half uur bezig, terwijl er in de kamer toch echt alleen een bed en bureau staat. Ik hoop dat het snel naar hun zin zal zijn en ik dan eindelijk kan gaan slapen.

Vrijdagochtend 4 oktober vertrek ik naar Kampong Plukh. Er is veel regen gevallen en in de kleine dorpjes zijn de zandweggetjes onbegaanbaar geworden. Mijn chauffeur wilt het eigenlijk toch proberen, maar een man vertelt dat hij dit moet doen. De man heeft het zelf ook geprobeerd, maar hij is kletsnat geworden. Er blijkt alleen geen andere weg te zijn, maar even later gaan we dan toch via een andere weg.

Ik vind het al heel erg leuk om door al deze kleine dorpjes te rijden. Veel huizen staan op palen en de mensen lachen en zwaaien vriendelijk. Helaas blijkt ook de andere route last te hebben van het water. Deze keer rijden we wel een stukje door het water en het lijkt goed te gaan. Net op het moment dat we op een droog stukje rijden stopt de tuktuk er toch mee. Er blijkt water in de bougie gelopen te zijn, na een paar keer blazen kunnen we gelukkig weer verder.

Bij de haven is het behoorlijk druk. Er zijn toeristen, maar ook de lokale bevolking is een paar dagen vrij. Ik koop een ticket ($15,00) en raak dan in gesprek met een meisje. Alexandra komt uit Oostenrijk en reist ook alleen. We blijken in dezelfde boot te zitten en dat vinden we allebei erg gezellig. Om bij de juiste boot te komen moeten we echter eerst over allerlei wiebelende bootjes lopen. Het schiet me dan in mijn kuit en ik moet mezelf echt verbijten om niet in het water te vallen. We delen de boot verder met een vriendelijk Koreaans stel en hun twee dochtertjes.

We varen vervolgens door een authentiek drijvend dorpje. Het is bijzonder om te zien hoe deze mensen leven. Ze zijn de hele dag omringt met water en kunnen het huis alleen per boot verlaten. Kleine kinderen zitten gewoon op een trapje boven het water, maar blijkbaar is niemand bang dat ze er in vallen. De mensen zijn hier heel erg vriendelijk, ondanks dat ik me kan voorstellen dat het niet leuk is dat er elke dag toeristen voorbij komen varen.

Een half uurtje later worden we naar een plek gebracht waar mangroves zijn. We betalen $5,00 om over te mogen stappen in de kleinere bootjes. Vervolgens roeit een vrouw Alexandra en mij door de mangrove heen. Het is hier erg mooi en rustig. Daarna worden we bij een drijvend restaurant afgezet, waar we gezellig met de hele groep eten. Het is inmiddels erg druk op het water geworden. Er varen veel boten met goedgemutste Cambodjaanse jongeren, die vrolijk zingen en elkaar met waterzakjes bekogelen. De toeristenboten worden echter niet bekogeld, maar iedereen zwaait wel enthousiast naar ons en soms krijgen we zelfs handkusjes toegeworpen.

Terug aan de kant staan alle chauffeurs netjes te wachten, behalve mijn chauffeur. De chauffeur van het Koreaanse stel vertelt dat hij om de hoek zit. Daar aangekomen zie ik dat hij met een paar vrienden zit te drinken. Hij maakt allerlei excuses en vraagt of ik misschien mee wil drinken. We hebben echter met de groep besloten om ook nog even naar een krokodillenopvang te gaan. Hij staakt zijn feestje dan dus toch maar…

Lachend vertel ik Alexandra dat ik mijn chauffeur uit de kroeg moest sleuren. Alexandra vindt het beter dat ik met haar zal rijden. Ik geloof echter niet dat mijn chauffeur gelijk in zeven sloten tegelijk zal rijden en dus stap ik toch bij hem in. Het is grappig om in konvooi van drie tuktuks achter elkaar aan te scheuren. Helaas blijkt ook de krokodillenopvang niet bereikbaar te zijn en dus brengen ze ons naar een kleinere opvang in de stad.

Helaas valt onze tuktuk dan ineens weer uit en moet de bougie eerst droog geblazen worden. Ondanks de achterstand weet mijn ‘dronken’ chauffeur de rest van de groep toch ook weer in te halen. Terwijl hij voorbij scheurt maak ik met mijn armen een overwinnend gebaar naar mijn mede-tuktukkers. We hebben een hoop plezier onderweg en komen dan uiteindelijk bij een opvang aan.

Het is inderdaad een kleine opvang en de bakken zitten propvol met krokodillen. Veel dieren hier missen zelfs hun staart. Je kunt daarnaast ook een levende kip kopen en deze vervolgens aan de krokodillen voeren. Gelukkig voelt niemand zich hiertoe geroepen. Onze verbazing komt tot een hoogtepunt als we zien dat ze in het winkeltje zelfs opgezette krokodillen verkopen. Dit bezoekje is achteraf gezien misschien toch niet zo’n goed idee?!

Zaterdag 5 oktober is een dag waarop niets lijkt te gaan zoals je graag zou willen. Op mijn kamer is geen warmwater meer en na lang wachten blijkt het ook niet te repareren zijn. Ik krijg dan de sleutel van een andere kamer zodat ik me toch even kan douchen. Bij de receptie krijg ik dan te horen dat zij geen rechtstreekse busticket naar Sihanoukville kunnen boeken. Ik probeer het zelf via internet, maar helaas vliegt de verbinding er telkens uit.

Inmiddels begin ik al aardig geïrriteerd te raken, terwijl de dag nog maar net begonnen is. Ik besluit dus om eerst maar eens rustig te gaan ontbijten. Na het ontbijt ga ik terug naar mijn kamer en er blijkt dan gelukkig weer verbinding met het internet te zijn. Online zie ik dan echter dat Ibis helemaal geen rechtstreekse busverbinding met Sihanoukville heeft. De enige optie is om eerst een bus terug naar Phnom Penh te nemen en dan de volgende dag door te reizen naar Sihanoukville. Dat is echter wel zonde van de tijd.

Ik wil graag uitzoeken of er misschien nog een ander busmaatschappij is, maar dan vliegt de wifi-verbinding er weer uit. Hoe vaak ik de stekker van de router ook opnieuw in het stopcontact steek, er is geen verbinding meer te krijgen. Dan besluit ik terug naar de receptie te gaan, misschien kunnen zij beide tickets voor me boeken? Helaas blijkt dan dat ook de pick-up-service niet meer mogelijk is. Daarnaast kan het hotel de busticket van Phnom Penh naar Sihanoukville vanuit deze locatie niet boeken.

Dat betekent dat als ik morgen pas aan het einde van de dag in Phnom Penh arriveer en dan geen ticket meer kan kopen. Hierdoor moet ik dus twee nachten wachten en verspil ik drie vakantiedagen. De moed begint me nu toch aardig in mijn teenslippers te zakken! Zodra de internetverbinding terug is probeer de tweede ticket zelf te boeken, maar nu accepteren ze de American Express van Stefan niet. Ik zal dus eerst moeten wachten tot mijn vader wakker is, zodat ik het nogmaals met zijn Visa-kaart kan proberen.

Ik ben nu al ruim vijf uur met deze onzin bezig! Dan stuurt Alexandra ineens een berichtje of ik zin heb om met haar te gaan lunchen. Ik heb inderdaad wel wat ontspanning verdient en spring dus snel in een tuktuk. Tien minuten later zitten we gezellig te eten in Central Café. Alexandra is een leuke meid en we blijken veel overeenkomsten te hebben. Ondanks het leeftijdsverschil van tien jaar besluiten we dat wij vanaf nu Twin-sisters zijn.

Na de lunch gaan we nog even winkelen en later op de dag zoeken we een restaurant voor het avondeten. We komen in een sjiek restaurant van een Fransman terecht. Aangezien we behoorlijk underdressed zijn werkt de omgeving een beetje op onze lachspieren. Het eten is erg goed en we sluiten de avond af met een heerlijke mojito. Alexandra vind het jammer dat ik morgen weer vertrek. Na een hoop knuffels nemen we afscheid bij mijn hotel.

Pa heeft inmiddels zijn gegevens gestuurd en met goede moed reserveer ik de busticket. Dan vragen ze echter om een extra beveiligingscode. Welke code mijn vader ook geeft, niets wordt geaccepteerd. Ondertussen voel ik me ook niet lekker worden; ik heb krampen in mijn buik en diaree. Daarnaast probeer ik met drie mensen tegelijk te appen, de reservering te maken en ren ik dus regelmatig naar het toilet. Ik begin langzaamaan ram-gek te worden, al bedoelt iedereen het natuurlijk heel erg lief.

Ik geef het op en besluit om toch nog eens naar een vliegticket te kijken. Ondanks dat ik de maatschappij midden in de nacht een mail stuur, krijg ik direct antwoord terug. Er is morgen gelukkig nog een plekje vrij in het vliegtuig, maar de ticketprijs past eigenlijk niet in mijn budget. Ik besluit toch om het maar te doen, deze stress is namelijk ook zonde van de tijd. Alexandra biedt nog lief aan om de ticket te betalen als mijn creditcards weer niet geaccepteerd worden, maar gelukkig werkt het deze keer wel. Dan kan ik eindelijk gaan slapen.

Zondagochtend 6 oktober word ik vroeg wakker. Eerst ga ik op zoek naar de chauffeur om hem te vertellen dat hij me niet naar het busstation hoeft te brengen. Mijn buik is nog steeds behoorlijk van slag. Ik neem dus een paar tabletjes en ga terug naar bed. De rest van de ochtend pak ik rustig mijn tas in. Als ik bij de receptie om verse gember vraag, gaan ze dit heel lief voor mij kopen. Ze koken de gember vervolgens tot een smerig prutje, maar met een beetje suiker weet ik het toch naar binnen te werken.

Tijdens het ontbijt eet ik alleen een banaan en een beetje gekookte rijst. Rond 14:00 uur word ik naar de luchthaven gebracht. De straten staan blank door de buien die afgelopen nacht zijn gevallen. Sommige mensen maken er dankbaar gebruik van en staan aan de kant van de weg hun auto te wassen. Als er ineens een grote auto voorbij scheurt komt er een flinke sloot water de tuktuk in, maar gelukkig is alleen mijn broek nat. Een half uur voor vertrek kom ik op een kleine luchthaven aan.

Alles loopt op rolletjes en al snel neem ik plaats in het toestel. Ik wil eigenlijk mijn reisverslag bijwerken, maar een oud vrouwtje uit Australië blijft de hele reis tegen mij aan kletsen. Een uurtje later zijn we al in Sihanoukville en dan zet de vliegtuig de landing in. Dit is echt veel fijner dan met de bus reizen en ik ben blij dat ik toch een vliegticket genomen heb. Dit scheelt zoveel tijd dat ik nu lekker drie extra dagen heb om van dit land te genieten.

Op de luchthaven zijn geen taxi’s of tuktuks aanwezig. Ik moet voor $6,00 een busticket kopen en de bus zet je dan voor het hotel af. De eerste stop is Discovery Beach en bij een groot hotel stappen een aantal mensen uit. De chauffeur zegt dat ik ook moet uitstappen, maar ik zie hotel Divers Inc echter niet. Dan vertelt hij dat ik een tuktuk moet nemen omdat de bus niet bij het hotel kan komen. Dit is echter niet de afspraak en ik blijf dus eigenwijs in de bus zitten. Uiteindelijk betaalt hij de tuktuk en dan stap ik toch maar uit.

Ik had op internet al gezien dat dit geen low-budget hotel was, maar het lukt me toch om de prijs naar $ 17,00 per nacht te laten zakken. Het hotel wordt gerund door de aardige Canadees Robert (Twee maanden later ontving ik het droevige bericht dat Robert die ochtend niet meer wakker is geworden. Thank you for the nice memories Robert!) en zijn Cambodjaanse vriendin Theary. Het leuke stel laat me direct welkom voelen in hun kleine en gezellige hotel.

Op de bovenste verdieping van het pand woont een rijke Belgische zakenman. In de kelder wonen zes buitenlanders die in een grote casino om de hoek werken. Op de begane grond zijn dan nog vijf kamers die aan toeristen verhuurt worden. Doordat de meesten hier voor een langere tijd wonen, hangt er een warme familiare sfeer. Na een biertje en een bak popcorn vraagt Alex (een jongen uit Roemenië) of ik met hem wil gaan eten.

Hij neemt mij mee naar een recent geopend restaurant van een Duitser. Alex bestelt een Wiener-schnitzel, die nog echt lekker blijkt te zijn ook. Ik neem een heerlijk visgerecht. Alex vertelt over de andere mensen die in het hotel wonen en wat er in deze omgeving allemaal te doen is. Het is fijn om de eerste avond door hem op sleeptouw genomen te worden. De rekening blijkt wel erg hoog te zijn, maar hij is zo hoffelijk om deze helemaal te betalen.

Maandag 7 oktober begint de dag lekker zonnig. Ik voel me happy en pak een strandtasje in. Na het ontbijt wandeling ik de berg omlaag en tien minuten later sta ik al op het strand. Het is hier heerlijk rustig. Ik neem een verfrissende duik en lees dan een boekje. Aangezien ik heel erg in het boek zit heb ik niet in de gaten dat mijn rug aardig warm is. Ik ga snel terug naar het hotel, maar mijn rug is rood en pijnlijk. Op mijn balkon staat echter een aloë vera plant. Ik snijd een stengel af en smeer me in met het plakkerige goedje.

Ik haal vervolgens mijn backpack leeg en vraag aan Robert of ik mijn kleding in de wasmachine mag wassen. Terwijl het programma draait, doe ik een dutje. Als ik later langs de bar loop word ik uitgenodigd door een stel onbekende mensen. Het blijkt de Belgische zakenman, met zijn vrouw en twee Engelse vrienden te zijn. De Belg heeft net een nieuwe auto gekocht en hij wilt dit graag samen vieren. Ik zie inderdaad een dure BMW op de oprit staan.

De Belg vindt het daarnaast leuk om weer eens zijn eigen taal te kunnen spreken. Ik moet bekennen dat hij zeker niet gierig is, want hij blijft ons op bier en shotjes Jagermeister trakteren. Het is erg gezellig, maar op een gegeven begint mijn hoofd toch wel flink te draaien. Rond 4:00 uur word ik helaas al wakker met een flinke hoofdpijn. Ik heb spijt van alle drankjes, maar na een paar pijnstillers kan ik gelukkig wel weer slapen.

Dinsdagochtend 8 oktober mag ik met Theary mee naar de markt. Zij spreekt elke dag met haar vriendinnen af. Ze drinken hier dan gezellig koffie en laten hun haren wassen en hun nagels lakken. Daarnaast kopen ze regelmatig kleding en gouden sieraden. De hal is een beetje te vergelijken met de zwarte markt in Beverwijk, maar dan bloedheet. Ik krijg een glas met mierzoete ijsthee en er worden vrolijke bloemperkjes op mijn teennagels geschilderd.

De dames kwekken onverstaanbaar met elkaar en houden ondertussen elkaars creaties nauwlettend in de gaten. Het wel een scene uit De Gooise Vrouwen en ergens ben ik wel verbaast. In dit soort landen worden blanken als rijk gezien, maar ik moet mijn haren en nagels toch echt zelf doen. Deze dames lijken dus een erg comfortabel leventje te hebben. Dan ontstaat er roering in de hal. Een wild gekwaak van stemmetjes en iedereen rent ineens in het rond.

Mijn nieuwe vriendinnen zijn ook plotsklaps verdwenen. Bij de uitgang kom ik ze weer tegen en Theary vertelt dat er een dief was. Ze neemt me hierna mee naar een andere vriendin, zij heeft hier een juwelierszaakje. De zilveren enkel-armbandjes (met vrolijke belletjes) zijn wel erg leuk. De vriendin noteert mijn wensen en gaat nu speciaal voor mij een enkelbandje maken. Voor 25,- euro heb ik dan dus een heel bijzonder aandenken aan deze reis.

Ik heb vanavond geen zin om rijst te eten en daarom besluit ik voor een pizza te gaan. De pizza’s die tijdens het feestje van de Belg bezorgt werden waren namelijk erg goed. Ik loop dus richting de pizzeria, dan weet ik echter nog niet dat deze in ‘Girlstreet’ ligt. Sihanoukville bestaat voornamelijk uit sekstoerisme. Ik ben hier dan ook de enige vrouwelijke toerist, verder lopen er alleen oude grijze mannen rond.

Aan het begin van de beruchte straat staan een paar gasten waar ik de kriebels van krijg. Ik twijfel even, maar besluit dan toch door te lopen. Het blijkt rustig te zijn en de meeste barretjes zijn leeg. Voor de ingang zitten hele jonge meisjes, met weinig kleding aan, op klanten te wachten. Ze zwaaien vriendelijk als ik voorbij loop. In sommige cafés staat er wel een oude kerel binnen, omringt door meisjes. Ik kan er met mijn hoofd niet bij dat een gezonde mens, door middel van geld/macht iemand in bed zou willen krijgen.

Deze oude kerels blijken er toch anders over te denken…ze zijn ook nog eens heel erg onbeschoft en behandelen de meisjes als een goedkoop stuk vlees. Als een man mij op deze manier zou benaderen, zou hij zeker met een blauw oog naar huis gaan! Helemaal achterin de straat zit dan eindelijk de pizzeria. Ik ga aan het tafeltje zitten, maar ik word misselijk van alles wat ik om mij heen zie gebeuren. Ik klap de pizzadoos dicht en besluit terug naar het hotel te lopen. Aan de bar zitten Theary en Sladjan en ik besluit er gezellig even bij te gaan zitten.

Ik eet mijn koude pizza op en krijg er telkens gratis whisky bij. Het is erg gezellig; we lachen en maken gekke foto’s. Aangezien de foto’s ook op FB gezet worden, besluit ik toch om Stefan even te bellen. We kennen elkaar nog maar tweeënhalve maand en hierdoor zou hij het verkeerd kunnen interpreteren. Hij blijkt gelukkig niet jaloers te zijn. We spreken elkaar bijna elke avond, maar helaas is de verbinding wel slecht. In mijn kamer heb ik slechts op één plekje bereik, maar dan zit ik wel met mijn hoofd klem tussen het bed en een nachtkastje.

Woensdagochtend 9 oktober word ik weer heel erg vroeg wakker met hoofdpijn. Ik ben behoorlijk moe van de korte nacht, eigenlijk kan ik ook helemaal niet tegen te weinig slaap. Na het ontbijt huur ik een motor en rijd ik richting Independent-beach. De eerste poging mislukt en na een tijdje ben ik weer terug op de plek waar de rit begon. Tijdens de tweede poging kom ik langs eerst langs een hek met aapjes en daarna zie ik een bordje richting het strand. Ik ben trots dat ik het toch gered heb, zonder brokken te maken of een bekeuring te krijgen.

De politie schijnt hier namelijk best streng te zijn. Uiteraard heb ik netjes een helm opgezet, maar ik heb geen kentekenplaat of een motorrijbewijs. Ik heb het advies meegekregen dat ik ze gewoon direct een dollar moet geven, dan mag je meestal weer vrolijk doorrijden. Op het strand zoek ik een leuk plekje, als ik ineens mijn naam hoor. Dat is best gek in een vreemd land, maar dan zie ik Robert en Theary zwaaien. Ze pakken er gelijk een stoel bij en trakteren op een lunch.

Deze mensen zijn niet heel erg zakelijk ingesteld en ze geven dus regelmatig eten en drank weg. Alles gaat op basis van vertrouwen. Als je dus iets achter de bar pakt, dan moet je dit zelf even op je dranklijst afturven. Het is erg fijn om bij hier te verblijven, het voelt als een grote familie. Na de lunch gaan zij terug naar het hotel en kruip ik op een strandstoel. Aan het einde van de dag rijd ik nog naar Victory-beach om van de zonsondergang te genieten.

Donderdag 10 oktober ga ik weer naar Independent-beach toe. Ik lig de hele dag lekker in een lounge-stoel, onder een grote boom. Een beetje eten, internetten, lezen en slapen…wat een geweldige plek! In de avond bezoek ik mijn favoriete restaurantje Heng. Hier serveren ze eenvoudige maar heerlijke Khmer gerechten. Er zit een Duitse jongen die ik al eerder met zijn Cambodjaanse vriendin gesproken heb. Deze keer is hij hier met drie Duitse jongens, die ook in Sihanoukville blijken te wonen.

Ik maak een praatje met de jongen, maar dan komt iemand mij voor de Duitser waarschuwen. Ik weet niet precies wat ik met deze waarschuwing moet en ik praat dus maar vriendelijk door. Dan begint de Duitser ineens lompe seksuele toespelingen te maken. Ik probeer het groepje een beetje te negeren, maar hij blijft doorgaan. Uiteindeljk heb ik genoeg van zijn ongepaste gedrag. Ik maak hem dus duidelijk dat ik niet geïnteresseerd ben en hij dus echt naar ‘girlstreet’ zal moeten gaan om daar seks te kopen.

Hij vliegt woest overeind, blijkbaar heb ik ‘m behoorlijk hard op zijn pikje getrapt? De jongen tiert dat ik TE brutaal en TE direct ben. Tja, ligt het inderdaad aan mij of zit hij misschien al TE lang tussen onderdanige vrouwen? Ik zeg verder niets meer en drink rustig mijn biertje op. Ik blijf hem uiteraard wel gewoon aankijken, want ik draai mijn hoofd voor hem zeker niet weg. Hier blijkt meneer echter ook niet tegen te kunnen en hij begint in het Duits te schelden.

Zijn vrienden voelen zich opgelaten en geven telkens aan dat hij moet kalmeren. Ze waarschuwen hem ook omdat ik waarschijnlijk alles kan verstaan. Ik kan het inderdaad verstaan en na ieder scheldwoord lach ik hem finaal in zijn gezicht uit. Dit maakt hem helemaal razend, maar dat interesseert me inmiddels niet meer. Ik laat me door deze loser zeker niet in een hoekje drijven. Hij heeft gewoon een blauwtje gelopen en gaat daar erg onsportief mee om!

De jongens betalen de rekening en nemen vervolgens hun vriend mee naar huis toe. Ik ben blij dat hij weg is en blijf voor de zekerheid nog even met de eigenaar praten. Na een tijdje loop ik snel terug naar het hotel, gelukkig is dit heel erg dichtbij. De mannen aan de bar zijn erg boos en willen de jongen het liefst te pakken krijgen. Ik denk alleen niet dat dat verstandig is. We drinken samen een drankje om de dag toch nog even gezellig af te sluiten.

Vrijdagochtend 11 oktober ben ik wederom vroeg wakker. Als ik naar het toilet ga blijkt deze helaas niet meer door te spoelen. Met een slaperig hoofd trek ik deksel van het reservoir en ik begin wat aan de vlotter te rommelen. Het helpt niet en verder gaat mijn technische kennis ook niet. Ik loop naar de bar om het bij Robert te melden, maar dan zie ik dat er helemaal nergens water is. De schoonmaakster vertelt dat alleen de kraan op de oprit het doet.

Ze vult voor ons emmertjes met koud water, zodat we ons toch even kunnen douchen. Gewapend met een emmer en een bierglas verdwijn ik weer onder de douche. Ik weet wat me te doen staat; in Suriname heb ik me namelijk ook op deze manier gewassen. Het duurt allemaal wel iets langer, maar uiteindelijk kan ik dan toch fris en fruitig aan deze dag beginnen.

Robert vertelt dat ik vandaag naar een ander strand moet rijden. Bij het grote verkeersplein ben ik echter al vergeten welke afslag ik moet nemen. Ik neem telkens een andere afslag en na een tijdje heb ik ze bijna allemaal gehad. De laatste afslag blijkt natuurlijk de juiste te zijn en een tijdje later kom ik inderdaad bij het strand aan. Ik kijk er even rond, maar ik vind het helemaal niets: het is veel te druk hier.

Ik rijd dus eigenwijs weer naar Independent-beach en daar blijf ik lekker de hele dag op het strand liggen. In het hotel neem ik een douche en maak ik mezelf mooi voor het avondeten. We zijn namelijk met z’n allen voor een BBQ uitgenodigd. Theary staat al druk te bakken en wij hoeven dus alleen maar te gaan zitten en van het eten te genieten. Het is erg leuk dat iedereen aanwezig is en we maken er samen een gezellige avond van.

Vrijdag 12 oktober is mijn laatste dag in Sihanoukville. Ik ga naar het strand om mezelf te trakteren op een heerlijke massage. Dan ontvang ik een berichtje van Alex, hij nodigt mij uit voor een BBQ. Ik blijf echter liever op het strand en vertel hem dat hij dus ook hier kan komen lunchen. Tien minuten later zitten we dan inderdaad aan een heerlijke tomatensoep. Ik vertel hem dat ik graag nog bij de waterval wil kijken, maar hij zegt dat dit een lastige route is.

Hij stelt voor om met mij mee te rijden en dus springen we op onze motoren. Het is een half uurtje rijden over een bauxietweg. De weg zit echter vol met gaten en door een flinke laag modder is de weg ook nog eens spekglad. Mijn achterband schiet telkens weg en ik moet mijn slippers in de modder duwen om niet op mijn snufferd te gaan. Ergens ben ik bang om schade te maken, maar aan de andere kant werkt dit ook erg op mijn lachspieren.

De waterval is mooi en met de juiste persoon zou het ook zeker een romantische plek kunnen zijn. Alex lijkt daar anders over te denken en hij wordt steeds kleffer. Ik vind het jammer dat het toch weer hier op uit lijkt te draaien, terwijl ik dacht dat we gewoon vrienden waren. Het heeft ook geen zin om ruzie te maken, dat zou de sfeer in de groep beïnvloeden. Ik besluit om vriendelijk te blijven en te vluchten. Terwijl hij op een rotsblok gaat liggen en vraagt of ik gezellig bij hem kom liggen, loop ik al richting de uitgang. Ik wil een vervelende situatie echt voorkomen…

Hij komt dan toch achter mij aan en heeft waarschijnlijk in de gaten dat het niets gaat worden. Ik start de motor en geef flink gas. Bij de grote weg geeft hij aan dat hij moeite heeft om me bij te houden. Ik geef wederom gas en scheur richting het hotel, terwijl Alex op een afstandje volgt. Iedereen moet lachen omdat we onder de modder zitten. Alex is een beetje stil en gaat direct naar zijn kamer. Ik drink iets aan de bar en dan ga ik lekker douchen.

Ik ga daarna een hapje eten en niet veel later staat iemand op mijn kamerdeur te kloppen. Aangezien het mijn laatste avond is willen ze nog even gezellig bij elkaar zitten. Er wordt een bak popcorn op de bar gezet en iedereen krijgt een drankje van het huis. Het is weer erg gezellig, we zingen samen allerlei liedjes en Robert speelt ook nog even op zijn gitaar. Ik heb hier echt een fijne tijd gehad, maar morgen begint het laatste stukje van deze reis.

Zaterdag 13 oktober arriveert de bus naar Phnom Penh bij het hotel. Ondanks dat ik erg vroeg vertrek komt Robert me toch even uitzwaaien. Ik beloof hem om nog eens terug te komen. Na vijf uur ben ik in de hoofdstad en vraag ik aan de chauffeur of hij me bij het hotel wilt afzetten. Hij stemt toe, maar hij kan de locatie niet vinden. Ik moet dan overstappen bij een collega, maar ook hij weet niet waar ik moet zijn. Hij probeert me dan te lozen bij een tuktuk-chauffeur, maar ik doe net alsof ik hem niet snap.

Een uurtje later hebben we het hotel dan eindelijk gevonden. De lobby ziet er trendy en modern uit. Mijn kamer is op de vijfde verdieping, terwijl er geen lift aanwezig is. Het is een stevige klim met een zware backpack op de rug. Ik kom bezweet bij mijn kamer aan, maar het lijkt net een doodskist. Ik ga terug naar de receptie en voor 5,00 euro extra krijg ik een upgrade. Weer klim ik alle trappen op, maar nu is het een beschimmelde kamer naast een brommende generator.

Ik heb nu inmiddels 20,00 euro betaald, maar de kamer ziet eruit als eentje van 6,00 euro. Bij de receptie geef ik aan dat ik mijn geld terug wil, ik ga wel op zoek naar een ander hotel. Mijn lontje is op als ze dit ook nog eens weigeren. Ik krijg dan echter een gratis upgrade en ben zeer benieuwd. Deze kamer is wel okay, maar ligt direct onder het washok. Ik zet mijn muziek hard aan om het gerammel van de wasmachine niet te horen.

Ik ga op zoek naar een winkeltje om wat flessen water en koekjes te kopen. Het is inmiddels donker en ik wil zeker niet weer verdwalen, dus ik blijf in de buurt van het hotel. Een straat verder kom ik in het uitgaansgebeuren van lokale tieners terecht. Aan het einde van deze straat is een groot plein, maar ik zie verder geen winkels meer. Ik besluit om terug te lopen. Er is geen stoep aanwezig, dus ik loop op de weg terwijl er een scooter aan komt rijden.

Er zitten twee jongens op de scooter, zonder verlichting en ze schreeuwen en slingeren over de weg. Als de bestuurder mij ziet komt hij recht op me afrijden, terwijl hij wel oogcontact met me blijft houden. Ik kan geen kant op, aangezien aan de zijkant allerlei auto’s (bumper aan bumper) geparkeerd staan. Ik blijf stoer doorlopen en de bestuurder aankijken, maar het is duidelijk dat hij niet zal uitwijken. Net op het moment dat ik denk ‘Dit gaat fout!’ klapt de scooter ineens tegen de grond aan.

Ik ben natuurlijk heel erg geschrokken. De scooter ligt recht voor mijn voeten en ik loop er met een boog omheen. De adrenaline giert echter door mijn lijf en ik heb geen idee wat hier net gebeurd is. In het hotel bel ik eerst Stefan om mijn verhaal kwijt te kunnen. Dan stuur ik een bericht naar mijn ‘Cambodjaanse zusje’ en zij vertelt dat dit soort jongens je eerst aanrijden en daarna beroven. Ik ben erg blij dat Karma blijkbaar aan mijn kant stond.

Ik heb overigens niets meer over het etentje gehoord en ik vind het raar om mezelf uit te nodigen. Als Alexandra dus een berichtje stuurt dat ook zij in Phnom Penh is, besluit ik om met haar en haar vrienden te gaan eten. Ik neem een tuktuk naar het restaurant, maar onderweg krijgen we bijna een ongeluk. De chauffeur is erg geschrokken, maar ik ben eigenlijk alleen maar verbaast dat ik het afgelopen uur wel erg veel geluk lijk te hebben.

Het is een mooi restaurant en we eten gezellig met z’n vieren, terwijl we uitzicht hebben over de rivier. Dan ontvang ik ineens een berichtje van mijn ‘Cambodjaanse broertje’. Hij staat bij het vorige hotel, maar hij kan mij daar dus niet vinden. Ik geef hem het nieuwe adres en vraag voor de zekerheid of het etentje nog doorgaat. Ik krijg dan echter geen bericht meer en ik ben dus blij dat ik toch met Alexandra heb afgesproken.

Terug in het hotel blijk ik verschillende berichten van ‘mijn zusje’ te hebben ontvangen. Ze voelen zich enorm schuldig omdat ze vergeten zijn dat ze me voor een etentje hebben uitgenodigd. Ik krijg een uitnodiging om morgen met de hele familie te gaan lunchen. Daarnaast willen ze me dolgraag naar de luchthaven brengen. Echt super lief en we maken nu dus duidelijke afspraken. In de nacht stormt het flink en ik lig een groot deel wakker door de harde wind, de regen en het onweer.

Zondag 14 oktober is de laatste dag van mijn reis aangebroken. Ik maak me klaar om naar huis te vertrekken. In de middag word ik, volgens afspraak, door ‘mijn broertje en zusje’ opgehaald met een auto. We rijden eerst naar het ziekenhuis, waar hun moeder als dokter werkt. Hun vader blijkt ingenieur te zijn en door zijn werk kan hij er vanmiddag niet bij zijn. Ze hebben een hele nette restaurant uitgezocht voor de lunch.

Er staan lage tafels en er liggen kussens op de grond, het lijkt een beetje Japans. Zij gaan rustig zitten en blijken ruimte genoeg te hebben. Ik zit echter behoorlijk klem met mijn grote lichaam en binnen no-time slapen mijn voeten. Ze doen erg hun best om het mij naar de zin te maken en dit waardeer ik enorm. Het eten is echt heerlijk en ik verwacht dat dit een duur restaurant is. Het is volgens mij ook een rijke familie, want ik zie ook op FB hele dure merken en apparaten voorbij komen. Misschien ben ik nu dus wel de ‘arme sloeber’ van het stel :)!

Dan wordt moeder ineens gebeld en er blijkt een spoedgeval te zijn, een vrouw die een miskraam gehad heeft. Ze vindt dit erg vervelend en ik krijg een hoop excuses. Moeder moet echter direct naar het ziekenhuis toe. Ze betaalt snel de rekening en we springen met z’n allen weer in de auto. Ik kijk mijn ogen uit als we bij het ziekenhuis arriveren, het stelt erg weinig voor. Buiten staat inderdaad een brancard, met hierop een bebloede vrouw. Moeder rent er snel naar toe en wij gaan richting de luchthaven.

We komen nu echter heel erg vroeg op de luchthaven aan, ik kan mijn bagage nog niet eens inleveren. Ik besluit om ‘mijn broertje en zusje’ dan maar even op een ijsje te trakteren, maar ook dit blijkt geen optie te zijn. Ik begin me inmiddels wel een beetje opgelaten te voelen omdat zij alles betalen. Een uurtje later kan ik mijn bagage inleveren en wil ik dus afscheid nemen van mijn twee bodyguards. Hun moeder wilt echter dat zij net zo lang blijven wachten tot ik daadwerkelijk in het vliegtuig stap.

Dat duurt echter nog twee uur en er is hier echt helemaal niets te doen. We hebben inmiddels al veel gesprekjes met elkaar gevoerd, maar door de taalbarrière en het leeftijdsverschil zijn we onderhand wel uitgesproken. Ik weet ze uiteindelijk er dan toch van te overtuigen om naar huis te gaan. De laatste uurtjes wacht ik binnen, terwijl ik een beetje op internet surf. Hierna begint de lange weg terug naar huis; mijn schatje lekker weer zien en wennen aan het temperatuurverschil van tweeëntwintig graden.