Bali 2012

Bali 2012

Het afgelopen half jaar ben ik druk geweest met het opknappen van mijn appartementje. Ik wil graag nog een keer alleen op reis, om hierna echt aan een nieuwe start te beginnen. Op zaterdag 24 november vertrek ik daarom naar Bali. We zijn pas acht uur onderweg, maar het voelt als drie dagen. Ik lijk ook elke keer net iets verder te gaan, terwijl ik vliegen echt niet leuk vind.

Er zit een Italiaan naast mij en hij houdt me telkens in de gaten. Op een gegeven moment raken we in gesprek, maar hij spreekt uiteraard geen Engels. Hij heeft dan ook geen idee waar de bemanning het over heeft en daarom help ik hem af en toe een beetje. Ik twijfel wel even als hij met een lepeltje een kuipje boter wilt gaan uitlepelen, maar ik ben uiteindelijk toch lief genoeg om hem te waarschuwen.

Op deze manier hebben we het samen nog gezellig ook. Ik scheur een bladzijde uit mijn Sudoku-boekje en hij begint dankbaar te puzzelen. Hij leert mij daarnaast wat Italiaanse woorden en ik leer hem Nederlands. Ook drinken we samen een glaasje Baileys. Mijn nieuwe Italiaanse vriend roept nu bij iedere slok ‘proost’, waarop ik hem vriendelijk ‘salute’ wens. Het is wel grappig, maar helaas lijkt de tijd er niet echt sneller door te gaan.

Mijn vliegtuigscherm is ook een beetje van slag. Alle reisinformatie verschijnt namelijk in het Chinees op het scherm, terwijl de ondertitels van Ace Age in het Arabisch zijn. Niet heel erg handig, maar na deze vlucht heb ik waarschijnlijk wel een talenknobbel ontwikkelt. Ik doe dan mijn ogen even dicht om het leven te overdenken. Alle wijze lessen met betrekking tot mindfulness ben ik de afgelopen periode door alle stress behoorlijk kwijt.

Waar sta ik op dit moment in het leven? Hoe kan ik bewuster leven? Wie wil ik zijn en waar wil ik naar toe? Welke mensen zijn nieuw in mijn leven? Op welke manier zijn zij een positieve toevoeging? Welke personen hebben een negatieve invloed en moet ik juist los gaan laten? Diepe shit, maar het is fijn om mijn hoofd weer eens te ordenen en het helpt ook om terug te komen bij wat voor mij echt belangrijk is.

Elf uur later landen we op de luchthaven van Singapore. We mogen een half uurtje van boord. Het is fijn om even de benen te strekken en een sigaret te roken. Terug in het vliegtuig krijgen we te horen dat de tweede deel van de reis nog maar twee uur duurt. Ik ben aangenaam verrast, het einde van deze lange reis is nu dan toch eindelijk in zicht.

Op het vliegveld van Bali gaat het snel; visum, paspoortcontrole, formuliertje hier, formuliertje daar, bagage oppikken en geld pinnen. In de taxi kan ik mijn ogen ineens niet meer openhouden. Terwijl de chauffeur al toeterend door het drukke verkeer scheurt, doe ik rustig een tukje. In Ubud gaan we op zoek naar de juiste accommodatie. Ik heb op internet namelijk goede recensies over deze plek gelezen.

Als ik het tuinhek open kom ik in een patio-achtige tuin terecht. Er zijn een paar gebouwtjes aanwezig die op kleine tempels lijken. Het ziet er gezellig uit. Na een tijdje verschijnt er een vrouw bij de voordeur; ze ziet er slaperig uit. Ondanks dat ik op internet heb gelezen dat deze locatie 3,50 euro per nacht kost, moet ik na flink onderhandelen nog steeds 10,00 euro betalen. Misschien komt het doordat ik de eigenaresse uit haar bed gebeld heb?

Op de kamer maak ik eerst verbinding met wifi om het thuisfront te laten weten dat ik veilig ben aangekomen. Ik ga dan douchen en gelukkig is er warmwater aanwezig. Dan bedenk ik me ineens dat mijn handdoek nog in de rugtas zit. Ik stap door de kamer en de hele vloer wordt nat. Uiteraard zit de handdoek helemaal onderin, waardoor ook mijn kleren nat worden. Helaas ben ik dan ook nog vergeten om mijn borstel in te pakken, waardoor ik mijn haren met mijn vingers enigzins in model moet harken.

Ik ben erg moe van de lange reis en ik duik dus snel het bed in. Het matras is echter dun en bikkelhard, waardoor ik mijn draai niet kan vinden. De hele nacht rijden er toeterende auto’s voorbij en overal hoor ik blaffende honden. Als ik midden in de nacht dan ook nog eens voetstappen rond het huisje hoor, schiet mijn hartslag omhoog. Vroeg in de ochtend beginnen een aantal hanen in de buurt tegen elkaar op te schreeuwen. Ik ben blij dat deze nacht voorbij is!

Maandag 26 november zit ik om 6:00 uur dus al op de veranda van mijn huisje. Ik geniet van de warmte van het opkomende zonnetje en ik ruik de geur van wierook. De eigenaresse komt bezorgt, met een kopje thee, vragen of ik wel goed geslapen heb. Ze hoopt dat ik langer blijf en gaat vervolgens naar de markt om ontbijt te kopen. Ik denk dat ik hier inderdaad nog een nachtje blijf, maar ik kan straks natuurlijk ook een betere plek tegenkomen. Ik houd al mijn opties dus nog even open.

Na het ontbijt ga ik op zoek naar het Monkey Forest. Ik heb geen idee welke kant ik op moet lopen, maar een half uurtje later ben ik er ineens. Bij de ingang zit een vrouwtje dat bananen verkoopt. Ik hoef echter geen bananen want ik zie dat de apen al brutaal genoeg zijn. Ik ben nog maar net binnen of er springt ineens een aap op mijn rug. Ik kan hem niet zien en ben bang dat hij mij zal gaan bijten.

Ik begin rondjes om mijn as te draaien, buig schuin richting de grond en maak met mijn hand wat ‘ga weg’ gebaren. Iedereen staat met grote ogen toe te kijken, maar er is niemand die even probeert te helpen. Er worden zelfs foto’s gemaakt, alsof ik voor mijn lol een dansje aan het opvoeren ben. Hoe krijg ik in vredesnaam die rot aap van mijn rug af? Het zal me toch zeker niet gebeuren dat ik hier op de eerste dag rabiës oploop?

De aap gaat uiteindelijk op mijn schouder zitten en ik besluit om een harde schutbeweging richting de grond te maken. Hij valt inderdaad op de grond en kijkt mij geschrokken aan. Gelukkig heeft hij tijdens zijn val zijn nagels of tanden niet in mijn lijf gezet. Het park is verder erg mooi en ik word gelukkig ook niet meer lastig gevallen door apen.

Ik wandel hierna door Ubud en merk dan dat ik behoorlijk duizelig ben. Het is ook niet verstandig om weer eens zonder water op pad te gaan. Niet veel later kom ik gelukkig een winkeltje tegen. De verkoopster durft echter 4000 roepia voor een flesje water te vragen. Ik besluit om dan nog liever flauw te vallen. Terwijl ik eigenwijs verder loop kom ik er achter dat ik een rekenfout gemaakt heb. Het flesje water was eigenlijk maar 0,32 eurocent.

Bij het volgende winkeltje koop ik dus alsnog een flesje. Ik ga op een grote stenen trap zitten om even uit te rusten. Een oud vrouwtje komt naast me zitten en ik zie dat ze plastic flessen aan het inzamelen is. Ze probeert mij een armbandje te verkopen, maar het ding is echt spuuglelijk. Ik zie natuurlijk ook wel dat het een arme vrouw is en besluit om een ander voorstel te doen. Als ik een mooie foto mag maken, dan krijgt zij 1,50 euro.

Ze vindt dat een goed idee en gaat mooi zitten poseren voor de foto. Even later hangt ze echter toch het armbandje weer om mijn pols, maar deze keer blijkt het een geschenk te zijn. Ik word hierdoor geraakt en ondanks dat het nog steeds een lelijk armbandje is, druk ik haar een zoen op haar wang. We kletsen nog gezellig, tot ze ineens om een slokje water vraagt.

Dit is lastig, omdat ik niet kan weigeren om mijn eten en drinken met iemand te delen. Aan de andere kant heb ik zelf nu ook dringend water nodig, maar ik drink uiteraard niet uit dezelfde fles. Ik geef de fles toch aan haar, dan moet ik maar weer een winkel gaan zoeken. Het vrouwtje houdt de fles echter hoog en giet het water behendig in haar mond. We kunnen de fles op deze manier dus toch samen delen, erg handig!

Ik wandel nog een tijdje door Ubud en bezoek een restaurantje voor de lunch. Hier raak ik in gesprek met een oudere Poolse zakenman. Hij nodigt me uit om vanavond in zijn hotel te dineren. Het is volgens hem zo’n mooie locatie dat ik het zeker moet bezoeken. Het is best een aardige man, maar het opscheppen over zijn rijkdom begint me behoorlijk te vervelen. Ik sla zijn aanbod af: laat mij maar lekker tussen de lokale bevolking eten.

Inmiddels heb ik helemaal geen geld meer en dus ga ik op zoek naar een pinautomaat. Helaas wordt mijn pasje telkens niet geaccepteerd. Bij de zesde bank lukt het gelukkig wel. Ik pin gelijk wat extra geld zodat ik de komende dagen in ieder geval genoeg heb. Tijdens de wandeling terug merk ik op dat ik eigenlijk alweer genoeg heb van alle winkeltjes, de drukte en de uitlaatgassen. Ik denk dat ik Ubud morgen dus ga verlaten.

Vandaag heb ik zes uur gewandeld en op mijn kamer merk ik pas hoe moe ik eigenlijk ben. Ik koop bij de verhuurster een koude Bintang en ik ga lekker op de veranda liggen dommelen. Begin van de avond neem ik een douche. Dan ga ik op zoek naar een restaurant dat door gehandicapten gerund wordt. Volgens internet kun je hier heerlijk eten en daarnaast steun je het leuke initiatief. Ik blijf echter rondjes lopen, omdat het echt niet te vinden is.

Ik loop inmiddels al voor de derde keer langs een ander restaurant en ik besluit om hier dan maar naar binnen te gaan. Al snel raak ik in gesprek met Bill, een vrolijke Amerikaan die al jaren op Bali woont. Hij zit hier samen met zijn gezin en een goede vriend. Als zijn telefoon gaat hoor ik hem zeggen dat ze niet naar het restaurant moeten komen, aangezien hij op het punt staat om te vertrekken.

Een paar minuten later stappen er drie mensen binnen, blijkbaar zijn die vrienden van het telefoongesprek dus toch gekomen. Ik krijg ondertussen mijn bord eten en duik er hongerig in. Bill vraagt dan of ik bij hen wil komen zitten. Ik zit inmiddels inderdaad een beetje in de verdrukking, maar ik vermaak me verder prima. Als hij echter blijft volhouden schuif ik uiteindelijk mijn tafel toch aan.

Hij stelt zijn Duitse vrienden Andreas en Regina voor. Regina probeert een gesprek te voeren, maar zowel haar Engels als mijn Duits blijken niet goed genoeg te zijn. Ze roept dan haar zwager, die aan de andere kant van de tafel zit. Een jongen met een guitige kop en een verwarde krullenbos. Tot mijn verbazing spreekt deze Wolfgang accentloos Nederlands. Hij vertelt me over een locatie die de moeite waard is om te bezoeken.

Het gezelschap is heel gezellig, aanwezig en ook best luidruchtig. Elke keer als Andreas begint te lachen moet je spontaan meelachen. Er is ook een opmerkelijke klik tussen Wolf en mij. Ik weet niet precies hoe ik het moet omschrijven, maar het voelt heel vertrouwd. Ze gaan vervolgens een potje poolen en vragen of ik zin heb om mee te gaan. In de avond ben ik normaal altijd extra voorzichtig, maar ik heb geen zin om al afscheid te nemen.

Ik speel tegen Wolf, maar het is erg makkelijk om van hem te winnen. Na een paar potjes gaan we dus gezellig aan de bar zitten. Ik merk dat we de hele avond met onze benen fysiek contact met elkaar houden. Aan het einde van de avond vertelt Regina dat ze morgen met de scooter door de binnenlanden gaan rijden. Als ik zin heb mag ik met ze mee gaan. Ik besluit mijn planning om te gooien en op het leuke aanbod in te gaan.

Dinsdag 27 november word ik na het ontbijt door Wolf opgehaald. We gaan eerst naar de woning van Bill, waar ook de rest van de groep zit te wachten. We gaan op pad en ook vandaag is het weer dolle pret met deze mensen. Bill laat ons, net buiten Ubud, hele mooie plekken zien. Ik zit achterop de scooter van Wolf en geniet van de verkoelende rijwind. Tijdens de rit rust mijn kin op zijn schouder en liggen onze wangen lief tegen elkaar aan.

We rijden over kleine zandweggetjes, langs dorpjes met vriendelijk zwaaiende mensen en uitgestrekte rijstvelden. Ik zie onderweg veel mooie plekken waar ik in gedachte graag een huisje neer zou zetten. Het is echt een prachtige route en er wordt ook veel gelachen. Ik krijg ook regelmatig een waterfles onder mijn neus geduwd omdat Wolf vindt dat ik te weinig drink, en daar heeft hij zeker een punt! Aan het einde van de dag rijden we terug naar Ubud, waar we bij een Mexicaans restaurant eten.

Hierna is het tijd voor een frisse douche en schone kleren. Een paar uur later word ik door Wolf weer opgehaald voor het avondeten. Hun hotel blijkt achter het Monkey Forest te liggen. We rijden door een smal steegje en op het hek zitten allemaal apen. In het voorbij rijden trekt Wolf de apen zachtjes aan hun staart. Ik raak hierdoor in paniek omdat ik bang ben gebeten te worden, wat dan weer op de lachspieren van Wolf werkt.

Regina en Andreas zitten al aan een tafeltje op ons te wachten. Het eten is erg lekker, maar ook wel pittig. In het hotel zit ook een klein jongetje heel erg mooi gitaar te spelen. Dan raakt mijn buik ineens van slag en Regina regelt een paar stukjes verse gember. Het smaakt heel scherp en iedereen probeert een stukje, die al snel in de plantenbakken verdwijnen. Mijn darmen worden er echter wel rustiger van.

Op de terugweg blijft Wolf gezellig rondjes door Ubud rijden. Het is ook een heerlijke koele nacht, maar er is helaas niets meer open. We komen wel een supermarkt tegen en besluiten om daar een blikje drinken te halen. We zitten dan nog een tijdje op een stoeprand met elkaar te kletsen. Het voelt alsof we allebei deze laatste avond niet willen laten eindigen. Uiteindelijk zet hij me dan toch netjes bij mijn accommodatie af.

We wisselen nog even onze telefoonnummers uit en nemen dan afscheid. In bed lig ik echter nog een tijdje wakker. Ik vind het ergens jammer dat ik hem niet een kusje gegeven heb. Daarnaast begrijp ik ook totaal niet wat er met me aan de hand is. Volgens mij voel ik geen verliefdheid, maar wat is dit dan wel? Ik heb in ieder geval genoten van de afgelopen dagen…

Woensdagochtend 28 november ga ik direct op zoek naar een busticket voor Lovina. Er blijken echter te weinig aanmeldingen te zijn, waardoor de bus niet rijdt. Dan ga ik morgen maar met een taxi naar Lovina toe. De man van de eigenaresse brengt mij in de middag naar de heilige bron Pura Tirta Empul. We zitten net op de brommer als er een fikse regenbui losbarst, maar de man blijkt helaas maar één regenjas bij zich te hebben.

Hij trekt de regenjas aan en stelt voor dat ik dan aan de achterzijde onder de jas kruip. Ik ben echter anderhalve kop groter en kom dus met geen mogelijkheid in de buurt van de onderkant van zijn jas. Ik weet niet hoe lenig hij denkt dat ik ben? Een yoga-master zou zich niet eens voldoende kunnen opvouwen om hieronder te passen. De regen voelt op mijn rug aan als hagelstenen en de wind maakt het ook nog eens erg koud.

Ik ben een verzopen kat, maar als de zon weer doorbreekt droog ik gelukkig snel op. Een tijdje later zie ik tot mijn verbazing Regina, Andreas en Wolf aan de overkant van de straat rijden. Ik weet dat ze nog even snel souvenirs gingen kopen en we zwaaien enthousiast naar elkaar. Het is wel erg toevallig dat we hier net op hetzelfde moment rijden en elkaar dan ook nog, ondanks het drukke verkeer, zien.

Bij de heilige bron krijg ik een hele lieve gids. Als ik aangeef dat ik graag met het reinigingsproces mee wil doen is hij blij verrast. Ik krijg een sarong van hem die ik aan moet trekken en hij legt uit wat ik tijdens de ceremonie precies moet doen. Dan arriveert er ineens een bus met mannen van de regering van Sulawesi. Ik word in allerlei posities geduwd en telkens floept er een ander mannetje naast me op voor een foto.

Ik begrijp er helemaal niets van en ik voel me dan ook behoorlijk opgelaten. De gids gaat uiteindelijk met ze praten en hij legt uit dat ik op een heilige lijk. Deze Godin heeft blijkbaar ook een blanke huid en lichte ogen. Er zijn al zoveel foto’s gemaakt dat ik mij inmiddels een megaster voel! Het houdt ook niet op en ik besluit daarom weg te rennen. Zij rennen dan zelfs nog even achter me aan, maar uiteindelijk weet ik ze toch af te schudden.

Dan is het eindelijk tijd voor het zuiveringsritueel. Het is erg druk vandaag omdat het volle maan is vanavond. Dit schijnt dé perfecte dag voor een reiniging te zijn. Ik krijg een offerbakje met bloemen en wierook, waarmee ik eerst moet gaan mediteren. Als ik helemaal rustig ben moet ik bidden voor de zon, het water, mijn voorouders en God. De meditatie sluit ik af met de vraag om vergiffenis voor alle dingen die ik ooit fout gedaan heb.

Dan mag ik het eerste bad in en ik sluit aan in de rij. Hier zijn vijftien fonteinen, deze reinigen je ego en beschermen je tegen ziektes. Het water is koud en de rij met mensen lang. Bij iedere fontein neem je eerst drie kleine slokjes water, je wast dan driemaal je gezicht en daarna laat je het water over je hoofd lopen (zolang als je je adem kunt inhouden).

In het tweede bad zijn twee fonteinen. De eerste fontein beschermt tegen negatieve invloeden van buitenaf. De tweede fontein geeft vergiffenis voor alle beloftes die je niet bent nagekomen. Ik herhaal hier de ceremonie zoals in het eerste bad. In het derde bad zijn zeven fonteinen, deze reinigen je zeven chakra’s. Ook hier neem je drie slokjes water, was je je gezicht driemaal en houd je je hoofd onder het water.

Aan het einde van het ritueel voel ik me helemaal ontspannen. Daarnaast heb ik een klotsende waterbuik van al die slokken water. De gids zegt dat hij een ontspannen en liefdevolle blik in mijn ogen ziet. Ik ben nu dus helemaal ‘schoon’ en herboren. Daarnaast vind ik het ook erg speciaal dat ik dit mee heb mogen maken.

Ik mag mijn kleding dan weer aantrekken en de gids trakteert op een kop gemberthee om een beetje op te warmen. Hij vraag verder niet om geld en ik weet niet goed wat nu de bedoeling is. Ik besluit het hem te vragen en hij geeft aan dat hij alleen een kleine gift accepteert. Ik geef hem 8,00 euro, waarna hij mij een zegen geeft voor mijn verdere leven.

Buiten staat mijn chauffeur enthousiast mijn naam te roepen. Hij is erg blij om me weer te zien en vertelt dat hij me overal gezocht heeft. Ik heb geen benul van tijd, maar hij verzekert me dat ik zeker tweeënhalf uur binnen ben geweest. Zijn vrouw blijkt inmiddels een busticket voor mij geregeld te hebben. Ik vertrek morgen dus toch met de bus naar Lovina.

Dan krijg ik een smsje van Wolf, hij vraagt of ik samen met hem wil gaan eten. Een uurtje later komt hij me ophalen en we gaan naar een barretje met live muziek. Het is gezellig en we lachen de hele avond. We praten ook nog even over onze bijzondere klik; we hebben dit allebei nog niet eerder meegemaakt en hierdoor verwart het ons ergens ook.

Eind van de avond gaan we naar zijn hotel toe. Eerst nemen we een ‘skinny dip’ in het koude zwembad. We worden gelukkig niet betrapt door het personeel of andere gasten. Uiteindelijk vallen we verstrengelt in elkaars armen in slaap. Het voelt heel erg vertrouwt en van mij mag deze nacht voor altijd duren. In de ochtend is Andreas wel verbaast als hij mij ineens ziet. Hij zegt niets, maar de grijns op zijn gezicht zegt genoeg.

Wolf vliegt vandaag terug naar huis en ik vertrek naar Lovina. Het is misschien ook wel beter, anders zou ik mijn planning wellicht aan blijven passen. Ik vind ons afscheid lastig en ik reageer hierdoor een beetje koel. We weten allebei niet wat de toekomst gaat brengen en of we überhaupt contact met elkaar zullen houden. We spreken wel uit dat dit een hele bijzondere ontmoeting was en dat we het in ons hart zullen koesteren.

Drie uur later stopt de bus in Lovina, onderweg heb ik goed kunnen nadenken over de afgelopen dagen. Als ik bij de receptie kom, willen ze me ineens op een andere locatie onderbrengen. De kamers zijn daar wel mooier, maar het complex ligt aan een hele drukke weg. Ik ga niet akkoord en krijg dan toch een kamer in het rustige complex. Al lijkt deze donkere kamer net een bunker aangezien er geen enkele raam aanwezig is.

Het complex ligt aan het strand en ik besluit om een wandeling te maken. Ik word direct door allerlei mensen aangesproken. Het is grappig dat iedereen hier mijn witte huid mooi vindt, terwijl ik juist wat bruiner zou willen zijn. Zelfs vetrolletjes lijken in de smaak te vallen, want ik krijg regelmatig de vraag: ‘Joe heb rielieee nice bodieee! Joe workout likehh yoga?’. Nu moet ik toegeven dat ik inderdaad een goddelijk lijf heb…helaas lijkt het wel akelig veel op het lichaam van de lachende Boeddha ;)!

Op het terras van het hotel eet ik een tosti met kaas en ei. Ik geniet van het geluid van de kabbelende golfjes. Het is een beetje bewolkt en er staat een stevig verfrissend windje. Ik kan hier dus lekker even bijkomen, want in Ubud was het telkens een broeiende tweeëndertig graden. Ik raak dan nog even in gesprek met een vriendelijke man (Brad) uit Australië, hij verblijft samen met zijn twee kinderen in hetzelfde hotel.

Eind van de dag loop ik weer langs het strand en kom dan restaurant Warung Rasta tegen. Deze naam spreekt me uiteraard aan en daarnaast hangt er ook een poster van Bob Marley. Helaas komt er drukke boem-boem-boem muziek uit de speakers. Ik wil net weglopen, als de bedrijfsleider (Daniël) me tegenhoudt. Ik plaag hem dat ik alleen een drankje kom drinken als hij Reggae muziek draait.

Hij trekt dan ineens mijn iPhone uit mijn handen, rent ermee weg en plugt ‘m ergens in. Over het terras klinken dan ineens wel hele bekende Reggae nummers. Ik vind dit humor en ga dus braaf zitten en bestel een biertje. Daniël blijkt een aardige jongen te zijn en we kletsen gezellig. Als ik de menukaart bekijk, vraagt een meisje aan het tafeltje naast mij of ik misschien gezellig bij hun wil komen zitten tijdens het eten.

Het zijn drie jongens uit Australië, een Amerikaans meisje (Maggy) en een Engelsman met een schattige Dobermann pup. De Engelsman (Owain) woont op Bali en de jongeren hebben een kamer in zijn woning gehuurd. Owain heeft veel tattoos en door zijn accent moet ik telkens aan Robbie Williams denken. Hij vangt echter straathonden op en vertroetelt zijn pup (Lucy) enorm. Achter het stoere uiterlijk schuilt dus een enorme nice guy!

We eten samen en het is heel erg gezellig. De jongeren blijken begin twintig te zijn, Daniël is vierendertig en Owain blijkt vijfendertig te zijn. Ik ben dus de oudste van het stel. Gelukkig willen ze dit niet geloven en ik moet zelfs mijn paspoort laten zien om het te bewijzen. De jongeren nemen dan een shake van paddo’s en vol verbazing kijk ik naar de uitwerking. De oudjes doen niet mee, wij houden het gewoon bij een glaasje rum.

Het is een leuke avond en ik ben inmiddels weer wat contacten rijker. Ik ga hierdoor wel veel te laat terug naar mijn hotel, maar gelukkig hoef ik alleen een klein stukje over het strand te lopen. Daarnaast herken ik inmiddels al veel van de lokale mensen hier. Ik vind het erg fijn dat ik weer alleen op vakantie ben gegaan. Je komt dan echt tot jezelf en het is telkens een mooi groei-moment. Ik val dankbaar in slaap.

Vrijdag 30 november gaat mijn wekker al om 5:00 uur. Ik heb de hele nacht liggen hoesten en mijn buurvrouw lijkt dezelfde aanvallen te hebben. Op het strand hebben zich al veel toeristen verzamelt en de boten lijken inmiddels al vol te zitten. Ik krijg de laatste plek, ergens in de punt van een boot. Er blijkt voor mij helaas ook geen reddingsvest meer te zijn. Het is eigenlijk wel een hele mooie plek omdat er nu niemand voor je zit.

Dan zien we dolfijnen door het water springen, er zwemmen zelfs jonkies rond. Ik word natuurlijk weer emotioneel, maar dit staat dan ook al een tijdje op mijn verlanglijst. Er zijn inderdaad veel boten aanwezig, maar de dolfijnen worden niet opgejaagd zoals op internet staat. De dolfijnen zwemmen soms een stukje mee en gaan dan gewoon weer weg. Het lijkt eerder een wederzijds spelletje dat elke ochtend gespeeld wordt.

Na het ontbijt ga ik met hoofdpijn terug naar bed. In de middag loop ik even door Lovina op zoek naar een winkel waar ze pijnstillers verkopen. In de bus sprak ik een meisje en zij gaf toen aan dat Lovina heel onveilig was. Ik deel deze mening niet, de mensen zijn vriendelijk en mijn spullen houd ik niet eens echt in de gaten. Misschien komt het doordat ik buiten het seizoen hier ben en het nu dus heel erg rustig is?

In een zijstraatje wordt ik door aardige mensen begroet en een man neemt me mee naar zijn restaurant. Volgens mij komen hier maar weinig toeristen en ik besluit voor 1,60 euro een cola en een pittige noodlesoep te bestellen. Via de kustlijn loop ik terug naar het hotel. Het massage-vrouwtje roept direct mijn naam als ik voorbij loop. Ik besluit een massage te nemen in de hoop dat mijn hoofdpijn hierdoor minder zal worden.

De lucht ziet er echter dreigend uit en daarom sleept ze het massagematras naar Warung Rasta. Het is wel een beetje vreemd om in je string op de vloer van een restaurant te liggen. De massage is geweldig en het kost maar 4,50 euro. Ondertussen heeft Daniël mijn fototoestel uit mijn tas gepakt, maar ik weet niet precies wat hij allemaal aan het doen is.

Bij een andere vrouw koop ik dan snel nog even een armbandje en een sarong. Ik ga terug naar het hotel en neem een kopje gemberthee. Op mijn fototoestel zie ik dat Daniël een foto heeft gemaakt tijdens de massage. Verder zie ik dat hij ook nog twintig gekke foto’s van zichzelf heeft gemaakt. Hij heeft me uitgenodigd om mee te gaan naar een feestje bij zijn familie. Ik heb er eigenlijk helemaal geen zin in, maar ik heb toch ingestemd.

Ik ga me dus snel douchen en omkleden. Een uurtje later komt Daniël me op de scooter halen. We rijden eerst naar zijn huis toe. De woning is klein, maar erg leuk en netjes. Terwijl hij gaat douchen speel ik in de tuin met vijf schattige pups. Daniël laat dan nog even zien hoe gemakkelijk hij in een palmboom klimt. Voor we weg gaan krijg ik ook nog een cadeautje: een zilverkleurig blikje in de vorm van een hart.

Het feestje blijkt een kinderverjaardag te zijn. De zaal is ongezellig en het buffet is koud. Dan is er een zingende clown, die hysterisch rondjes door de zaal blijft rennen. Het wemelt er verder van de rijke blanke mannen met een veel te jonge vrouw. Ik raak aan de praat met de vader van het jarige kind, een Ier van zestig jaar. De hele avond blijft hij opscheppen over het feit dat zijn vrouw pas twintig is. Ik gedraag me echter als een waardige gast, door mijn mening met veel bier weg te slikken.

Dit is werkelijk het aller saaiste feestje dat ik ooit heb meegemaakt. Er lijkt geen einde aan te komen en het duurt uren voordat ik eindelijk verlost ben van die irritante clown en die ‘overjarige’ Ier. De pijn in mijn hoofd is er ook niet beter op geworden. Ik ben erg blij als ik om 22:15 uur dan toch eindelijk in mijn bed lig. Hopelijk voel ik me morgen beter, want dan is het tijd voor nieuwe avonturen…

Zaterdagochtend 1 december ontbijt ik in het hotel met Brad, een jongen uit Lombok en een Friese man die Rik heet. Ik heb voor vandaag een scooter gehuurd, maar ik vind het toch best wel spannend. Ik heb netjes mijn helm opgezet en blijf tegen mezelf ‘links rijden’ herhalen. Het is alleen vreemd dat ik met gemak alle locals voorbij kan rijden. Als ik echter gas geef, zie ik de teller ineens naar 90 kilometer per uur schieten. Tot mijn verbazing blijkt dit helemaal geen brommer te zijn, maar een motor!

Aangezien ik wel heelhuids terug wil keren, besluit ik om maximaal 70 kilometer per uur te rijden. Tussen het verkeer rijden en inhalen heb ik snel onder de knie, maar op drukke kruispunten vind ik het lastig. Ik kom er al snel achter dat heel rustig doordrukken dan prima werkt. Na een paar keer vragen kom ik bij het Boeddhistische tempel aan. Ik hoef geen entree te betalen, maar ik moet wel een sarong aan. Het stelt weinig voor als je het met de tempels in Nepal vergelijkt, maar het is wel leuk om te zien.

Dan ga ik op zoek naar de hot-springs. Het is er niet heel erg groot, maar het water is lekker warm. Er zijn ook een paar harde stralen die een heerlijke rugmassage geven. Na een uurtje klim ik weer op de scooter en ik besluit om de berg op te rijden. De weg wordt al snel slechter en door alle gaten is links of rechts rijden ineens niet belangrijk meer. Mijn heupen zitten inmiddels wel lekker los door het slalommen.

De mensen in de dorpjes zwaaien telkens uitbundig al ik voorbij kom rijden. Ik heb volgens mij inmiddels wel een zwerm vliegen tussen mijn tanden van het vele glimlachen. Het is een geweldige mooie rit! Op de top van de berg vliegen de zwaluwen erg laag over en ik stop even om naar ze te kijken. Ik heb hier werkelijk een schitterend uitzicht en op de geluiden van de zwaluwen na, is het helemaal stil.

Ik stop bij Warung Rasta voor een kop thee. Als ik van de scooter stap wordt ik door iedereen begroet, het is echt gezellig hier. Mijn vriendin WinWin is ook blij om me te zien. Ze is een klein vrouwtje, met een rond gezichtje, een mega groot gebit en een gek stemmetje. Daarnaast is ze prettig gestoord en ik vind haar geweldig! Ze roept de hele tijd: ‘Claudiaa, joee soo pretty, I lobe joee!’ en komt me regelmatig een aai over mijn arm geven.

In het hotel neem ik een koude douche. Door blikseminslag ligt de wifi verbinding eruit en ik besluit dus om terug naar Warung Rasta te gaan voor het avondeten. Het personeel zit in een hoekje en ik moet bij ze komen zitten. Ze eten ‘salad Bali style’ en dit moet ik ook even proeven. Het blijken harde onrijpe mango’s te zijn die gedipt worden in ketjap en verse chili. Ze zijn erg verbaast dat ik het niet te pittig vind, zelf zitten ze namelijk aardig te blazen. Het is juist erg lekker en ik ga dit thuis zeker ook eens maken.

De kok besluit om mijn kip met rijst dan ook maar extra spicy te maken. Met een flinke loopneus zit ik dus heerlijk te smikkelen. Aangezien dit mijn laatste avond is maken we er een klein feestje van. Daniël wordt op een gegeven moment wel steeds smoother en probeert me op de laatste avond dan toch nog even snel te versieren. Gelukkig niet op een vervelende manier en het blijft de rest van de avond dus gewoon gezellig.

Na een paar drankjes loop ik via het strand terug naar mijn hotel. Onderweg kom ik echter de heren van het ontbijt tegen. Zij zitten met een groepje op het strand en drinken bier en arak. Ik wil eigenlijk naar bed, maar na wat aandringen besluit ik toch een drankje mee te drinken. Een jongen speelt gitaar en wij lallen gezellig met hem mee. Voetjes in het zand, gezellige mensen, een biertje, vette frietjes, gekke foto’s en tranen over mijn wangen van het lachen…dit is wederom een onvergetelijke avond.

Zondag 2 december word ik om 7:00 uur met een bonkend hoofd wakker. Aan de ontbijttafel verschijnen Rik en Brad en zij zien er heel erg slecht uit. We besluiten deze kater een ‘arak-attack’ te noemen. Daniël komt nog netjes mijn Warung Rasta shirt brengen, die door de oom van WinWin vannacht kleiner is gemaakt. Bepakt en bezakt wacht ik op de bus naar Amed, maar de hoteleigenaar vertelt dan dat de bus niet komt.

Brad wil mij gelukkig wel een lift naar Amed geven. Hij moet namelijk zijn huurauto vandaag in Ubud inleveren. Zijn kinderen en het Filipijnse meisje van gisteravond zitten al in de auto te wachten. Ik geef Brad het geld van de busticket en spring ook in de auto. Dan komt Daniël ineens aanrennen, hij geeft aan verdrietig te zijn omdat hij zijn ‘angel’ nu moet gaan missen. Ik geef hem snel een knuffel en maak me dan uit de voeten.

De reis duurt ongeveer twee uurtjes. Ik krijg onderweg een sms van Wolf met de exacte locatie waar zij geslapen hebben. Bij Good Karma zie ik een paar prachtige bungalows staan, die direct aan zee liggen. Beneden is een woonkamer en een badkamer met ligbad en ‘open dak’ douche. Er is een mooie houten trap naar boven waar een groot bed staat en een toilet en douche aanwezig zijn. Dit is een van de mooiste plekken waar ik ooit geweest ben.

Ik durf de prijs niet eens te vragen, maar het blijkt 600.000 roepia per nacht te zijn. Daar kan ik low-budget wel vijf nachten van slapen. Soms moet je echter lief voor jezelf zijn en ik begin dus flink te onderhandelen. De eigenaar zakt uiteindelijk naar 800.000 roepia voor twee nachten. Ik ga akkoord aangezien dit ongeveer 32 euro per nacht is. Nu zit ik hier op mijn veranda, helemaal alleen op de meest romantische plek ever. Toch ben ik niet zielig, want ik geniet gewoon voor twee ;)!

Er is hier helaas geen wifi aanwezig, maar ik wil het thuisfront toch even laten weten dat ik veilig ben. Een jongen van het hotel brengt me op de scooter naar een restaurant een kilometer verderop. Uiteraard is het eten hier duur en de verbinding traag. Het is inmiddels donker en de weg is niet verlicht. Ik hoop dus niet dat ik eindig als veel egeltjes in Nederland. Als ik ga afrekenen bieden ze echter lief aan om me terug naar het hotel brengen.

Terug in mijn bungalow is het tijd voor wat actie, want mijn vieze kleren lopen bijna vanzelf mijn rugtas uit. Ik laat het bad vollopen en spuit het flesje shampoo dat ik in de badkamer vindt erin leeg. Ik laat alles een uurtje weken en hang het daarna boven op het overdekte balkon op. Hopelijk is het morgen allemaal droog zodat ik het weer in mijn rugzak kan doen. Alles ruikt in ieder geval heerlijk fris.

Alle bungalows blijken verder leeg te staan, er zitten alleen zes Balinese jongens aan de bar. Ze zijn inmiddels aardig dronken van de arak en gluren telkens door de struiken mijn kant op. Ik vind het in avond toch wat minder fijn om hier helemaal alleen te zijn. Ik sluit alle deuren en hoop dat niemand via de douche naar binnen kan klimmen. Ik laat het bad vollopen, zet Anouk hard aan en gooi nog een druppeltje olie op het geurlampje.

Als ik het nummer ‘Three Days in a Row’ beluister, schiet ik spontaan in de lach. Een paar zinnen uit dit liedje lijken ineens de eerste drie dagen van deze vakantie te beschrijven: ‘When I saw you the first time, I knew right away that you and I were connected in a way. Three days in a row you were mine alone. I’ll never forget those days.’. Ik laat me in het warme bad zakken en geniet van dit heerlijke rustmoment.

Maandag 3 december huur ik bij het hotel een snorkel-uitrusting. Onder water zijn veel vissen te zien en ondanks dat ik altijd een beetje bang voor ze ben, blijken ze in alle soorten en maten vriendelijk te zijn. Op de bodem ligt ook een Japans wrak. Het is dus leuk om hier een beetje rond te dobberen. Ik maak ook wat foto’s met mijn onderwatercamera en ik hoop dat ze straks een beetje goed gelukt blijken zijn.

Tijdens de lunch spreek ik een man die mij blijkt te herkennen uit Ubud. Hij zegt dat hij mij daar op straat heeft zien lopen en hij kan zelfs vertellen waar mijn accommodatie was. Iedereen houdt je op dit eiland blijkbaar goed in de gaten en ze hebben daarnaast een geheugen als een olifant. Hij vertelt dat hij vandaag hier is om met een aantal toeristen te snorkelen.

Verder vertelt hij dat ik beter niet naar het eiland Gilli kan gaan. Hij zegt dat het daar net zo erg is als in Kuta. Het is er erg toeristisch en alles draait om seks, drank en drugs. Volgens hem kan ik beter de boot naar Nusa Lembongan nemen. Dit eiland schijnt net zo mooi te zijn, maar de overtocht kost minder en er zijn daar weinig toeristen.

Net voordat ik het water weer in wil gaan, komt de man van de watersport vertellen dat ik bij de rotsen moet kijken of ik Nemo kan vinden. Ik spot inderdaad een clownvisje, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik Nemo toch een stuk schattiger vind. Dan hoor ik ineens mijn naam in de verte. Dit is best raar als je met je hoofd onder water ligt en alleen vissen ziet. Ik kijk verbaast richting de kust en zie dan de man weer staan, hij vraagt nieuwsgierig ‘Claudia, joe hab find Nemo?’.

De rest van de dag lig ik rustig op de veranda met een boekje. Ik ga soms alleen even naar de bar voor een verse fruitshake. Ik heb vandaag dan ook al een watermeloen, mango, bananen en een sinaasappel shake gehad. Ik hoor dan ook dat er morgen geen bus naar Sanur gaat. Ik loop dus naar een taxichauffeur, maar hij zegt brutaal dat hij wel een ritje op mij wilt maken. Ik heb verzeker hem dat hij dát ritje zeker niet betalen kan!

Dinsdag 4 december kom ik bij Sanur Beach aan. Het strand is erg mooi, maar er zijn helaas maar vier hotels. Drie zijn duur en het lowbudget hotel is heel erg vies. Ik zal er echter toch een nachtje moeten blijven. Ik ga naar een restaurant voor de lunch en ook om wifi te hebben. Er hangt een vreemde sfeer en het personeel is duidelijk aan het roddelen. Ik heb al geen fijn gevoel over deze plaats en dit maakt het er niet beter op.

Ik voel me ook gewoon een beetje down. De afgelopen twee dagen was ik helemaal alleen en nu zit ik op een plaats met onvriendelijke mensen. Als kers op de taart raak ik ook nog in gesprek met een meisje uit Peru. Het is een heel erg vreemd gesprek en na een tijdje begint ze me zelfs te beledigen. Gelukkig kan ik via internet wat steun van vrienden krijgen. Hun berichtjes doen me erg goed en ik laat mijn tranen even vrij stromen.

Rond 21:00 uur ga ik terug naar het hotel. Op het terras zit een oudere Duitse man (Werner) en hij begint een gesprekje met mij. Het is een aardige man en hij zit vol leuke verhalen. Gelukkig is hij ook nog eens homoseksueel, dus ik hoef even niet op mijn hoede te zijn. Hij blijkt al jaren in Indonesië te komen en hij helpt zelfs bij het runnen van een weeshuis. De tijd gaat ineens snel voorbij en ik hang de hele avond aan zijn lippen.

Ik ben erg blij dat ik hem ben tegengekomen. Zo kan een vervelende dag dan toch ineens weer veranderen in een hele gezellige avond. Werner nodigt me uit om morgenvroeg samen met hem te gaan ontbijten. Het schijnt een bijzonder ontbijt te zijn, maar meer verklapt hij niet. Ik ben erg benieuwd en stem dus graag toe. Rond middernacht ga ik naar mijn kamer toe, maar het is er zo vies dat ik met mijn kleren aan op bed ga liggen.

Woensdagochtend 5 december poets ik alleen mijn tanden even, want ook onder deze smerige douche durf ik niet te staan. In Nederland is het vandaag Sinterklaas, maar helaas zit er geen cadeau van onze goedheiligman in mijn teenslipper. Werner neemt me om 8:00 uur mee naar een klein tentje, waar de lokale bevolking al in rijen staan te wachten. Het is wel erg handig dat Werner de taal spreekt en ik mag hierdoor zelfs even in de pannen kijken.

In de eerste pan zie ik witte rijst, maar in de andere twee pannen zit vissoep. De deksels gaan omhoog en een aantal vissenkoppen staren me aan, mijn maag draait dan toch even om. Het is ook inderdaad een heftig ontbijtje, maar het is wel erg lekker. Voor 0,80 cent is mijn buik helemaal gevuld en hierna loop ik richting de boot. Onderweg kom ik de eigenaar van het hotel nog even tegen. Telkens als hij me ziet zegt hij dat mijn lach de wolken laat verdwijnen en hij de zon in mijn ogen ziet schijnen.

Hij geeft me nu vriendelijk een hand en zegt ‘I really love your smile, stay happy Claudia!’. Deze wijze woorden kan ik goed gebruiken, ik ga er zeker voor zorgen dat ik vandaag happy blijf. De boot vertrekt op tijd en een half uur later ben ik op Nusa Lembongan. Ik huur een scooter en begin een rondje langs de verschillende hotels te rijden. Dan kom ik een man tegen die voor 100.000 roepia een kamer weet en ik rijd dus achter hem aan.

Hij brengt me naar een hotel met een mooie tuin. Er staan leuke gebouwtjes, de kamer is schoon en er is zelfs een handdoek en toiletpapier aanwezig. De man probeert me nog mee te krijgen voor een snorkeltrip, een etentje of een drankje, maar na tien minuten gaat hij dan toch weg. Ik ga op mijn terras zitten en krijg van het personeel water en vier verse mango’s.

Ik neem een koude douche en gewapend met een plattegrond ga ik op pad. Ondanks de kaart heb ik echter geen idee waar ik naar toe moet en ineens ben ik aan de andere kant van het eiland. De scooter rijdt ook niet fijn. Het gaspedaal is van slag en het is erg vermoeiend om als een lappenpop op dat ding te zitten. Uiteindelijk weet ik Mushroom-beach toch te bereiken en het is er werkelijk prachtig.

Op de terugweg kom ik dan ook nog eens in een loop terecht, ik blijf rondjes rijden. Ik vraag constant de weg en uiteindelijk kom ik dan bij het hotel aan. Mijn armen zijn verbrandt en ik heb hoofdpijn. Na een dutje loop ik even naar de bar toe. De vrouwen schuiven direct een stoel aan en vragen of ik een bakje soep wil. Het lijkt een soort ijsco-wagentje; de man wacht tot je kommetje leeg is, spoelt het af in een emmer met water en gaat dan verder.

Met een gevulde buik en een goedwerkende internetverbinding maak ik het mezelf gemütlich op de veranda. Dan valt echter het stroom uit en is het hele eiland donker. Ik ben blij dat ik al gegeten heb. De dames komen direct met een lampje op batterijen aanrennen. Heel erg lief, maar hiermee lok ik wel alle ongedierte van het eiland mijn kant op. De kakkerlakken vliegen rakelings over mijn hoofd en klappen telkens hard tegen de muren aan.

Donderdagochtend 6 december word ik na een slechte nacht wakker. Ik was vroeg naar bed gegaan, maar midden in de nacht sprongen ineens alle lampen in mijn kamer aan. Ik kon toen niet meer slapen en ben op de veranda gaan zitten. Gelukkig deed internet het weer en kon ik door het tijdsverschil nog met mensen in Nederland kletsen. Later heb ik nog wel een paar uurtjes kunnen slapen.

Rond 9:00 uur komt de man van gisteren aanlopen. Hij moet lachen als ik hem vertel dat ik de juiste weg telkens niet kon vinden. Dan stelt hij voor om mij vandaag voor 100.000 roepia het eiland wil laten zien. Ik kan mijn scooter dan terugbrengen, waar ik anders weer 70.000 roepia voor moet betalen. Ik heb nu dus voor 4,00 euro een gids, dat is een prima deal.

Na het ontbijt breng ik mijn scooter terug en bevestig ik direct de boot voor morgen. Ik moet mijn hotel en kamernummer opgeven, zodat ze me morgen kunnen oppikken. Er staat echter een knaap bij die ineens dreigt dat hij vannacht bij me langskomt. Ik schrik natuurlijk, maar zeg stoer: ‘I’m waiting for you!’. Hij druipt af en de andere jongens moeten hard lachen.

Om 11:00 uur staat de gids klaar en we gaan samen op pad. Het is fijn om niet zelf te rijden, maar het is wel lastig om achterop een beetje afstand van hem te houden. Hij laat me eerst de mangroven zien, dan een oude houten hangbrug en daarna gaan we naar een woning die onder de grond is uitgehakt. Ik weet niet hoe groot deze persoon was, maar op de meeste plekken moet je op handen en knieën kruipen.

In de grot gaat een oude man mee als gids. Hij wilt graag helpen en pakt hierbij telkens je borsten vast. Aan zijn vieze grijns kun je zien dat hij dondersgoed weet waar hij mee bezig is. De grot is echter zo smal, dat je zijn hulp wel nodig hebt. Er zit dus helaas niets anders op dan hem telkens toch weer even te laten voelen. Gelukkig is het maar een kleine grot en we staan dus snel weer buiten.

Als we onderweg een drankje gaan drinken begint ook mijn gids ineens aan mijn handen te friemelen. Ik zeg hem duidelijk hiermee te stoppen en vertel hem dat ik getrouwd ben. Helaas gelooft hij dit niet en wilt een foto van mijn man zien. Ik open mijn foto’s en bombardeer de eerste de beste man die ik tegenkom tot mijn echtgenoot. Dan is hij overtuigt en hij laat me verder met rust.

We gaan naar Dream-beach en dit is werkelijk een sprookjesachtige plek. Ik ga even de zee in voor een verfrissende duik, terwijl de gids in het restaurantje blijft zitten. Er is ook een verliefd stelletje aanwezig en we maken wat leuke foto’s van elkaar. Een uurtje later rijden we naar de laatste plek die hij mij wilt laten zien. Het is een hele mooie afgelegen plek waar de hoge golven hard tegen de rotsen slaan.

De gids vraagt of ik ook even een selfie van ons samen wil maken. Ik ga dus braaf naast hem staan, richt de camera en druk een foto af. Op dat moment voel ik echter iets in mijn nek. Tot mijn verbazing staat de gids ineens als een soort Lassie in mijn nek te likken. Ik schrik me rot en duw hem snel bij me vandaan. Dit is geen fijne situatie; het is hier echt heel erg afgelegen en dus zou niemand me kunnen horen gillen.

De adrenaline giert door mijn lijf en ik begin kwaad tegen hem te schreeuwen dat hij niet goed bij zijn hoofd is. Hij zegt niets meer, hij kijkt me ook niet meer aan en gaat rustig op zijn scooter zitten. Hij wacht gelukkig wel netjes en ik kan natuurlijk ook niet anders dan weer opstappen. Zwijgend rijden we terug. Als ik de omgeving weer herken laat ik hem direct stoppen en stap ik van zijn scooter af. De rest loop ik wel!

Dit zijn vervelende situaties als je als vrouw alleen reist. Ik probeer altijd voorzichtig te zijn, maar soms moet je ook een risico nemen. Gelukkig heb ik wat eelt op mijn ziel en een grote mond. Ik kan me echter voorstellen dat sommige vrouwen hierdoor niet alleen durven te reizen. Dat zou heel erg jammer zijn, want het maakt je juist heel erg sterk. Het was verder een leuke tour en ik heb me vandaag verder prima vermaakt.

Ik zie onderweg een leuk klein restaurantje, het ligt iets verscholen en er zitten lokale mensen te eten. Doordat ik de taal niet spreek is het lastig om te bestellen en dus wijs ik maar richting de grote wokpan. Tien minuten later krijg ik mandje met gebakken rijst, garnalen, stukjes kip, zeewier en kleine visjes. Ik vind het wel gek om die visjes met kop en staart in mijn mond te steken, maar ze zijn heerlijk. Volgens mij heb ik nog nooit zo lekker gegeten. Het is wel pittig; mijn mond staat in de brand en mijn lippen lijken wel opgespoten te zijn.

Vrijdag 7 december sta ik uitgeslapen naast mijn bed. Ik zit natuurlijk wel weer onder de muggenbulten, maar ondanks de jeuk heb ik goed geslapen. Ik heb wel wat problemen met de koude douche vandaag. Het duurt zeker een half uur voordat ik er eindelijk onder kan staan. Tijdens het ontbijt lees ik op Facebook een berichtje van Owain. Hij is op het strand van Balangan en nodigt iedereen uit die zin heeft om te komen.

Ik heb totaal geen plan en meestal zijn spontane acties het leukst. Ik stuur Owain dus een berichtje met de vraag hoe ik precies moet reizen en of er goedkope accommodaties in de buurt zijn. Hij legt alles duidelijk uit en biedt aan dat ik anders ook bij hem een nachtje mag blijven slapen. Dat is heel lief van hem, maar ik weet niet of dit wel verstandig is. Ik heb inmiddels in genoeg vervelende situaties gezeten.

Na de boottocht neem ik een taxi naar Balangan-beach. Het is een mooie omgeving net buiten Kuta. Ik loop door de hete zon en door het mulle zand, met mijn zware rugtas op de rug. Dan zie ik inderdaad restaurant Maria en iemand die vanaf een strandstoel naar mij zwaait. Het blijkt Owain te zijn. Ik moet erg lachen om de groene haren die onder zijn cowboyhoed uitsteken. Ondanks dat hij nu een grasmat op zijn hoofd lijkt te hebben is het nog steeds een leuke vent.

We drinken samen een biertje en kletsen gezellig. Hij is nu niet de feestende grappenmakker en we hebben dus ook serieuze gesprekken. Hij vertelt eerlijk dat hij zich soms best eenzaam voelt. Ik kan me dat heel erg goed voorstellen. Hij heeft natuurlijk wel altijd toeristen om zich heen, maar zij vertrekken een paar dagen later ook weer. Het is fijn om ook deze kant van hem te zien. Ik vind het een hele fijne middag.

Na de lunch laten we ons op het strand lekker masseren. De vrouw masseert echter ook de voorkant van het lichaam, waardoor mijn bikini-hesje even uit moet. Ondertussen praten Owain en ik gezellig verder. Ik moet erg lachen als hij wanhopig zegt dat hij echt zijn best doet om niet naar mijn borsten te kijken. Dat was me inderdaad ook opgevallen en hij blijkt dus een echte gentleman te zijn.

We spelen ook nog met zijn hondjes en raken in paniek als Lucy ineens weg blijkt te zijn. Gelukkig vinden we haar snel weer. Een tijdje later komt ook de Australische jongen Ross bij ons zitten. Ik kan hem nog steeds niet verstaan en deze keer is zijn vriendin Maggy er niet bij om alles te vertalen. Nu ik echter weet dat zij nog bij Owain logeren, durf ik ook te blijven slapen. Eind van de middag gaan we naar zijn huis toe.

Owain heeft een erg leuk huis. Het is wel rommelig en er hangt een vreemde geur in de woning. Hij schijnt wel een schoonmaakster te hebben, maar die had een tijdje geleden misschien al ontslagen kunnen worden. Ik maak eerst even mijn bed op en ga dan douchen. Ross en Maggy nemen nog wat paddo’s en dan zijn we klaar om naar het restaurant te gaan.

Het is erg gezellig, maar ik merk dat ik op een gegeven moment wel wat stiller word. Ik kan me best redden met mijn ‘Jip en Janneke’ Engels, maar om een hele dag met een Engelsman, Amerikaanse en Australiër te praten is best vermoeiend. Ik kom ook vaak niet op de juiste woorden en ik vind mijn eigen uitspraak daarnaast heel erg irritant.

Zaterdag 8 december word ik heel erg vroeg wakker. Iedereen slaapt nog en ik weet niet wat ik moet doen. Ik begin uit verveling de woonkamer een beetje op te ruimen en schoon te maken. Aangezien ik alle spullen verplaats ben ik bang dat Owain straks niets meer terug kan vinden. De vieze geur blijkt uit een emmer te komen. Deze wordt namelijk gebruikt om de vloer te reinigen nadat de honden binnen geplast hebben.

Dan verschijnt Owain ineens in de deuropening van zijn slaapkamer. Hij is lijkbleek en vertelt dat hij de hele nacht al ziek is. Hij gaat dus terug naar bed en ik zit weer alleen in zijn woning. Ik vind het zielig en zou eigenlijk wel een kopje thee voor hem willen maken. Maar ik durf niet echt zijn slaapkamer in te lopen om de thee bij hem neer te zetten. Ik besluit om dan maar op zoek te gaan naar een restaurant voor een ontbijt.

Onderaan de straat vind ik een klein restaurantje en hier eet ik rustig mijn ontbijtje. Ik word ondertussen wel gestoord van alle vliegen die op mijn kapotte muggenbulten gaan zitten. Ik loop terug naar de woning en gelukkig kan ik wel weer naar binnen toe. Helaas slaapt iedereen nog steeds en ik heb echt geen zin meer om hier langer te wachten. Ik laat daarom een briefje voor Owain achter, waarin ik hem bedank voor zijn gastvrijheid.

Ik vertrek rond 11:30 uur richting Nusa Dua. Ik zie overal hele dure hotels, maar ik kan nergens een goedkope overnachting vinden. Ik vraag bij een portier naar een goedkoop hotel en hij zegt dat het hotel waar we nu voor staan heel erg goedkoop is. Ik loop naar de receptie en ik twijfel aan de woorden van de portier. Het meisje bij de balie bevestigt dat ze een goedkope kamer voor onehunderdenfifty hebben.

Ze laat de kamer even zien en het ziet er zeker leuk uit. Er is zelfs een airco, een bubbelbad en buiten is er ook nog een zwembad. Dit is echt een koopje! Terug bij de balie vraag ik de prijs voor de zekerheid nog eens. Dan blijkt ze de prijs in dollars te hebben genoemd, domme muts…ik reken al twee weken in roepia’s. Ik moet eerlijk zeggen dat deze kamer ook zeker geen 150,00 dollar waard is, dan verwacht ik toch wel een mooiere kamer.

Daar sta ik dan, ik heb het bloedheet en over mijn rug stroomt een waterval. Ik doe mijn zware rugtas weer om en loop het hotel weer uit. Ik zoek verder, maar er blijkt echt niets betaalbaars te zijn. Nusa Dua zit vol met rijke toeristen die de hele dag aan het privé strand van het hotel liggen. Ik ben inmiddels behoorlijk oververhit en chagrijnig. Ik besluit daarom om mijn planning maar weer eens om te gooien. Ik vertrek naar Sanur om daar het toeristengedeelte uit te proberen.

Ook hier zijn vooral dure hotels aanwezig, maar uiteindelijk vind ik net achter het strand dan toch een homestay. Het is best een aardige kamer, maar het heeft alleen koud water en kost 200.000 roepia per nacht. Ik probeer nog te pingelen, maar hij weet ook dat je als backpacker weinig keuze hebt. Als ik de wifi-verbinding activeer zie ik ineens een berichtje van Wolf. Hij heeft het liedje ‘Ik vind je lekker’ van De Raven gestuurd. Hierdoor verschijnt er dan toch weer een glimlach op mijn gezicht.

De rest van de dag blijf ik lekker op mijn balkon zitten en ik geniet van de frisse bries. Het is nu ook eindelijk eens tijd om naar mijn voet te kijken, want er zit een vreemd plekje op. Er is zit namelijk een zwarte pit in het wondje van een oude muggenbult, het is ook een beetje ontstoken. Als ik druk komt er etter uit, maar de zwarte punt blijft zitten.

Ik probeer hem met een pincet eruit te trekken, maar het geeft gewoon mee en blijft vastzitten. Inmiddels zie ik groen en mijn maag draait om. Het lijkt namelijk echt wel op een larve. Ik blijf wroeten en uiteindelijk laat het dan toch los. Er zit nu een ronde gat in mijn voet zo groot als een lucifershoutje. Alles ziet er wel dicht en schoon uit. De komende dagen kijk ik het aan en anders moet ik volgende week toch even langs de huisarts.

Het is avond en ik besluit wat winkeltjes te gaan bekijken. Ik kom dan op een klein markje met allerlei eetkraampjes. Er zijn bijna geen toeristen op deze markt en dus vind ik het een erg leuke plek. Het eten is hier spotgoedkoop en erg lekker. Ik ga gezellig met de lokale bevolking aan een lange tafel zitten en krijg een bordje eten. Iedereen smakt en blaast er vervolgens vrolijk op los door de pittige chili.

Op de terugweg loop ik langs een barretje waar een liedje van Bob Marley gedraaid wordt. Een groepje jongens ziet me staan twijfelen en ze pakken direct een stoel. Ik ga zitten, maar sla een glas arak af. Ik bestel een Bintang en krijg dan pas in de gaten dat die gasten hartstikke dronken zijn. Ze zijn zelfs gezellig onder de tafel aan het kotsen. Ik gooi mijn bier dus zo snel mogelijk achterover en ga er weer vandoor.

Ondanks de dronken jongens voel ik mij hier in dit land wel heel erg veilig. Normaal ben ik altijd heel voorzichtig in het donker, maar hier in Bali heb ik dit totaal niet. Je kunt rustig overal rondslenteren en zelfs je handtas kun je aardig laten slingeren. Ik voel me in Bali misschien zelfs nog wel veiliger dan in Nederland.

Verder vermaak ik me overdag aan het strand. Ik laat mijn nageltjes lakken bij nagelsalon Claudia en neem ook regelmatig een massage. Even lekker uitrusten voordat ik weer naar huis moet. De laatste avond sluit ik af op het balkon, terwijl ik in de verte naar bliksemflitsen kijk. Er klinkt ook ergens muziek en ik zie soms vuurwerk in de lucht. Ik heb een fijne tijd gehad op Bali en ik ga met hele mooie herinneringen terug naar Nederland.